Terug

PRIIPs

Hier vindt u een aantal veelgestelde vragen over PRIIPs. Elders op de website kunt u meer lezen over dit onderwerp.

Veelgestelde vragen over PRIIPs

Wanneer kwalificeert een product als een PRIIP?

Een product kwalificeert als een PRIIP als het een verpakt retailbeleggingsproduct of een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct (ook wel een verzekering met een beleggingscomponent genoemd) is (zie voor meer informatie artikel 4 van de verordening).

Een verpakt retailbeleggingsproduct is een product waarbij het aan de retailbelegger te betalen bedrag onderhevig is aan schommelingen door blootstelling aan referentiewaarden of aan de prestaties van een of meer activa die niet rechtstreeks door de retailbelegger zijn aangekocht.

Een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct is een verzekeringsproduct waarmee een waarde op vervaldag of een afkoopwaarde wordt aangeboden, waarbij de waarde op vervaldag of afkoopwaarde geheel of gedeeltelijk is blootgesteld, direct of indirect, aan marktfluctuaties.

Door Special Purpose Vehicles uitgegeven producten vallen ook onder de verordening als zij aan de definitie van PRIIPs voldoen.

De ontwikkelaar van een verpakt retailbeleggingsproduct of een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct en personen die deze producten verkopen of hierover adviseren zijn verantwoordelijk voor de beoordeling of het product onder het toepassingsbereik van de verordening valt. In die beoordeling moet met name rekening worden gehouden met de specifieke economische kenmerken en contractuele voorwaarden van het product.

Stuur deze vraag door

Moet er voor lijfrentebeleggingsrekeningen of lijfrentebeleggingsrechten een Eid voor pensioenproducten worden opgesteld?

Uit artikel 65, eerste lid, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) volgt dat voor derdepijlerpensioenproducten een Eid voor pensioenproducten dient te worden opgesteld. Niet alle pensioengerelateerde producten of diensten vallen onder de definitie van derdepijlerpensioenproduct.* De AFM heeft vragen gekregen over de noodzaak om een Eid op te stellen bij lijfrentebeleggingsrechten en lijfrentebeleggingsrekeningen. Lijfrentebeleggingsrechten vallen wel onder de definitie, maar lijfrentebeleggingsrekeningen niet. Wij lichten dat hieronder toe.

Lijfrentebeleggingsrechten

Een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, valt onder de definitie van derdepijlerpensioenproducten. Een lijfrentebeleggingsrecht is een geblokkeerd recht van deelneming in een beleggingsinstelling (bi) of instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe). Deze wordt aangeboden door een beheerder van een icbe of bi. Een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een effect, is een financieel instrument in de zin van artikel 1:1 Wft, en daarmee een financieel product. Tevens heeft het product een beleggingscomponent en een fiscale schil. Een lijfrentebeleggingsrecht is dus een derdepijlerpensioenproduct en hiervoor dient de ontwikkelaar een Eid voor pensioenproducten op te stellen.

Lijfrentebeleggingsrekeningen

Met een lijfrentebeleggingsrekening wordt bedoeld: de bij een beleggingsonderneming aangehouden geblokkeerde rekening die wordt aangehouden ter uitvoering van transacties in financiële instrumenten (artikel 3.126a Wet inkomstenbelasting 2001). Er worden hierbij beleggingsdiensten verleend door de beleggingsonderneming. De lijfrentebeleggingsrekening is in de praktijk een geblokkeerde ‘administratierekening’ ten behoeve van het administreren van de gekochte financiële instrumenten. Een lijfrentebeleggingsrekening die wordt aangehouden bij een beleggingsonderneming is daarom geen financieel product in de zin van artikel 1:1 Wft, maar zoals hierboven aangegeven, onderdeel van de beleggingsdienstverlening van de beleggingsonderneming.

Hierdoor valt de lijfrentebeleggingsrekening niet onder de definitie van een derdepijlerpensioenproduct. Voor een lijfrentebeleggingsrekening hoeft dus geen Eid voor pensioenproducten te worden opgesteld.

Het is belangrijk om op te merken dat voor de informatieverstrekking ten aanzien van lijfrentebeleggingsrekeningen wel moet worden voldaan aan de vereisten die voortvloeien uit MiFID II.

Let op! De AFM ziet dat aanbieders van lijfrentebeleggingsrechten bij het administreren van deze producten gebruik maken van een administratierekening die soms ook een '(lijfrente)beleggingsrekening’ wordt genoemd. Dit type administratierekening is echter geen lijfrentebeleggingsrekening in de zin van artikel 3.126a Wet inkomstenbelasting 2001. Dat doet geen afbreuk aan het feit dat voor de lijfrentebeleggingsrechten het Eid voor pensioenproducten dient te worden opgesteld.

* In artikel 1 BGfo wordt een derdepijlerpensioenproduct gedefinieerd als ‘fiscaal gefaciliteerd financieel product met een beleggingscomponent, die niet voortkomt uit een arbeidsrechtelijke overeenkomst en waarop de Pensioenwet, de Wet Bpf 2000 en de Wet verplichte beroepspensioenregeling niet van toepassing zijn, met als doel het genereren van pensioeninkomen voor de consument.’

Stuur deze vraag door

Welke producten vallen buiten het toepassingsbereik van de PRIIPs-verordening?

De verordening is onder andere niet van toepassing op de volgende producten:

  • schadeverzekeringsproducten
  • levensverzekeringscontracten waarbij enkel wordt uitbetaald bij overlijden, letsel of ziekte
  • deposito’s (uitgezonderd gestructureerde deposito’s)
  • directe beleggingen in aandelen en obligaties
  • pensioenproducten

In Nederland zal er voor derdepijlerpensioenproducten de verplichting blijven bestaan om een informatiedocument op te stellen en te verstrekken. Zie voor meer informatie Derdepijlerpensioenproducten.

Stuur deze vraag door

Vallen beleggingsobjecten die worden aangeboden aan retailbeleggers onder het toepassingsbereik van de PRIIPs-verordening?

Ja. Beleggingsobjecten kwalificeren als een PRIIP en vallen daarmee onder het toepassingsbereik van de verordening. Zowel aanbieders van beleggingsobjecten met een vergunning als aanbieders die beleggingsobjecten onder de vrijstellingsregeling aanbieden, dienen per 1 januari 2018 te voldoen aan de PRIIPs-verordening.

Dit betekent onder meer dat u, wanneer u kwalificeert als de ontwikkelaar van het beleggingsobject, een Essentiële-informatiedocument (Eid) moet opstellen voor het beleggingsobject en dit moet publiceren op uw website. Wanneer u een beleggingsobject verkoopt of hierover adviseert moet u het Eid tijdig aan de retailbelegger verstrekken, in ieder geval voordat de overeenkomst met betrekking tot het beleggingsobject tot stand komt.

Stuur deze vraag door

Moeten beheerders van beleggingsinstellingen en ICBE’s per 1 januari 2018 een Essentiële-informatiedocument opstellen?

ICBE’s (ook wel bekend als UCITS) en beleggingsinstellingen (ook wel bekend als AIFM’s of alternative investment funds) vallen onder de definitie van een PRIIP. Echter, wanneer er voor deze producten de verplichting bestaat het Essentiële Beleggersinformatie (Ebi) op te stellen, geldt voor deze producten een tijdelijke vrijstelling van het opstellen van een Essentiële-informatiedocument (Eid). Deze vrijstelling geldt tot 31 december 2021. Vanaf deze datum zal er voor alle beleggingsinstellingen en ICBE’s die (tevens) aan retailbeleggers aanbieden een Eid moeten worden opgesteld. Beleggingsinstellingen die gebruik maken van het AIFMD-registratieregime, en zijn vrijgesteld van het opstellen van een Ebi, moeten bijvoorbeeld vanaf 1 januari 2018 voldoen aan de PRIIPs-verordening.

Stuur deze vraag door

Moet een aanbieder (ontwikkelaar) een Eid opstellen wanneer een product (met de kenmerken van een PRIIP) niet bedoeld is voor verkoop aan retailbeleggers, maar het mogelijk toch bij deze retailbeleggers terecht kan komen?

Nee, dit is niet nodig. De PRIIP’s-verordening stelt dat een Eid alleen hoeft te worden opgesteld als de ontwikkelaar aangeeft dat het product aan retailbeleggers mag worden verkocht.

Om het risico te verkleinen dat retailbeleggers producten kopen die niet geschikt zijn voor hen, vindt de AFM het wenselijk dat aanbieders (ontwikkelaars) in hun reclamemateriaal en productinformatie duidelijk aangeven dat het product niet geschikt is voor retailbeleggers. Bovendien is het wenselijk dat de ontwikkelaar de ketenpartners expliciet meldt dat het product ongeschikt is voor retailbeleggers.

Stuur deze vraag door

In welke taal moet het Essentiële-informatiedocument (Eid) worden opgesteld?

Voor PRIIPs die in Nederland gedistribueerd worden moet een Nederlandstalig Essentiële-informatiedocument (Eid) worden opgesteld. De AFM aanvaardt geen andere taal dan het Nederlands. Als het Eid in een andere taal is opgesteld, moet deze door de ontwikkelaar in het Nederlands vertaald worden. Deze vertaling moet een getrouwe en accurate weergave zijn van het originele Eid.

De PRIIP-ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de juistheid van het Eid en de eventuele Nederlandse vertaling ervan.

Stuur deze vraag door

Sinds de inwerkingtreding van PRIIPs kan ik niet meer alle beleggingsproducten kopen. Vooral Amerikaanse indextrackers zijn niet meer beschikbaar. Hoe komt dit?

Deelnemingsrechten in Amerikaanse indextrackers kwalificeren als verpakte beleggingsproducten (PRIIPs). Sinds 1 januari 2018 geldt de Europese verordening PRIIPS. Die schrijft voor dat PRIIPS binnen de Europese Unie alleen verkocht mogen worden als de ontwikkelaar het essentiële-informatiedocument (Eid) beschikbaar stelt aan de retailbelegger.

Uit een verkenning van de AFM blijkt dat voor het merendeel van de Amerikaanse indextrackers geen Eid is opgesteld door de ontwikkelaars. Het blijkt dat ontwikkelaars zich niet als ‘aanbieder’ aan Europese consumenten wil kwalificeren. Dat zou namelijk betekenen dat zij ook moeten voldoen aan alle daarmee gepaarde wettelijke verplichtingen. 

Als ontwikkelaars hun producten in Nederland willen verkopen, moeten zij dus een Eid opstellen. Dat moet bovendien in de taal van het land waar het product wordt aangeboden. Er zijn geen signalen dat de vereiste vertaling van het Eid een obstakel is voor ontwikkelaars om de Nederlandse markt te betreden.

Lees ook ons nieuwsbericht.

Stuur deze vraag door

Kan het Essentiële-informatiedocument ook na de het sluiten van de overeenkomst worden verstrekt?

Het Essentiële-informatiedocument (Eid) moet worden verstrekt door degene die adviseert over een PRIIP of een PRIIP verkoopt, voordat de aankoop tot stand komt. Dit om de retailbelegger voldoende tijd te geven om het Eid te bestuderen en met die kennis te besluiten de aankoop door te laten gaan of niet. Deze verplichting is van toepassing ongeacht waar of hoe de transactie plaatsvindt.

Op deze regel is één uitzondering mogelijk. Er dient dan wel aan een aantal voorwaarden te worden voldaan (zie voor meer informatie artikel 13, derde lid, van de verordening).

Het Eid mag verstrekt worden op papier, op een andere duurzame drager dan papier (zoals een cd-rom, usb-stick of ander opslagmedium) of via een website. In de laatste 2 gevallen moet het medium geschikt zijn gelet op de dienstverlening die met de retailbelegger plaatsvindt. Ook moet de retailbelegger de keuze hebben gehad tussen papier en het andere medium en duidelijk voor het andere medium gekozen hebben.

Stuur deze vraag door

Moet een herzien Eid opnieuw aan bestaande klanten verstrekt worden?

Een PRIIP-ontwikkelaar moet een herziene versie van een Eid direct beschikbaar stellen. Het is voldoende om deze op de website te publiceren. Het aangepaste Eid hoeft niet actief aan bestaande klanten verstrekt te worden. Het is aan de PRIIP-ontwikkelaar om de overweging te maken om het Eid wel te verstrekken aan bestaande klanten, als hij meent dat dat toegevoegde waarde heeft voor de retailbelegger.

Stuur deze vraag door

Is het toegestaan om vóór 31 december 2021 de Essentiële beleggersinformatie te vervangen voor het Essentiële-informatiedocument?

Nee. Beleggingsinstellingen die verplicht zijn een Essentiële beleggersinformatie (EBi) op te stellen, moeten dit blijven doen tot en met 31 december 2021 (einde overgangsperiode). Vanaf 1 januari 2022 moeten deze beleggingsinstellingen een Essentiële-informatiedocument (Eid) opstellen. De PRIIPs-verordening bevat geen bepaling die het mogelijk maakt om voor het einde van de overgangsperiode het Ebi te vervangen voor het Eid.

Stuur deze vraag door

Mag er gebruik gemaakt worden van de Essentiële Beleggersinformatie voor het maken van een MOP Eid?

Voor een Multi-optionele PRIIP Essentiële-informatiedocument (MOP Eid) geldt dat de ontwikkelaar kan kiezen tussen twee varianten (art 10 Gedelegeerde verordening). Eén daarvan bestaat uit een generieke Eid in combinatie met specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie. Indien wordt gekozen voor het generieke Eid, mag de ontwikkelaar gebruik maken van de Essentiële Beleggersinformatie (Ebi) (art 14 lid 2) voor de te verstrekken informatie onder “specifieke informatie”. Zoals nu bepaald is geldt dit tot 31 december 2021.

Let op, in artikel 13 lid 2 is opgenomen dat wanneer de onderliggende beleggingsopties zowel producten omvatten waarvoor een Ebi moet worden opgesteld als producten waarvoor geen Ebi hoeft te worden opgesteld,  er rekening gehouden moet worden met de transactiekosten van de onderliggende beleggingsopties in het deel „Wat zijn de kosten?” in het generieke essentiële-informatiedocument. Dit kan niet uit het Ebi gehaald worden en hierbij zal de PRIIPs methodiek gevolgd moeten worden.

Stuur deze vraag door

Is het mogelijk om voor één product verschillende Eid’s te maken met verschillende looptijden?

Ja, dat is mogelijk. Een product kan meerdere doelgroepen hebben waarvoor een andere looptijd gerechtvaardigd kan worden. Zo kan er een Eid zijn met een looptijd van 5 jaar en een Eid met een looptijd van 20 jaar met een zelfde onderliggend product.

Stuur deze vraag door