Terug

Welke best execution verplichting rust op een broker ten opzichte van de cliënten, van de bij haar aangesloten orderremisiers of vermogensbeheerders, voor wie zij tevens depotbank is?

Best execution vereist dat een beleggingsonderneming alle redelijke maatregelen neemt om het best mogelijke resultaat voor haar cliënt te behalen bij het uitvoeren van orders. Deze verplichting is vastgelegd in de artikelen 4:90a en 4:90b van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

De artikel 4:90a en 4:90b van de Wft zijn niet van toepassing op orders die ter uitvoering worden doorgegeven aan een derde. De derde die de order uitvoert, doet dat voor de beleggingsonderneming die de order doorgeeft en niet voor de (achterliggende) cliënt. In dat geval rust de best execution verplichting aan de cliënt op de beleggingsonderneming die de order doorgeeft; niet op de derde die de order uitvoert.

Deze zogeheten overkoepelende best execution verplichting bij het doorgeven van orders is vastgelegd in artikel 4:90c van de Wft. De vermogensbeheerder of orderremisier die een order voor uitvoering aan een derde doorgeeft, moet bij het doorsturen van die order waarborgen dat de uitvoering plaatsvindt overeenkomstig de best execution verplichting.

Artikel 4:90c is ook van toepassing op gevallen waarin een vermogensbeheerder of orderremisier de orders van een cliënt doorstuurt naar een instelling die zowel zorgdraagt voor de uitvoering van orders voor die cliënt, alsmede voor het afwikkelen van de transacties en het bewaren van de stukken van die cliënt. De verschillende rollen van die instelling moeten hierbij los van elkaar worden gezien. Als depotbank heeft zij voor het afwikkelen van transacties en het bewaren van stukken een relatie met de cliënt. Als broker heeft zij voor het uitvoeren van orders een relatie met de vermogensbeheerder of orderremisier (van diezelfde cliënt). De instelling heeft alleen een best execution verplichting jegens de vermogensbeheerder of orderremisier.

De vermogensbeheerder of orderremisier dient er vanwege zijn overkoepelende best execution verplichting voor te zorgen dat hij het best mogelijke resultaat voor zijn cliënt behaalt. Bij een niet-professionele cliënt dient hij bij het doorgeven van de order zorg te dragen voor de beste totale tegenprestatie, die wordt bepaald op basis van de prijs van het financiële instrument en de uitvoeringskosten.

Omdat de vermogensbeheerder of orderremisier zelf in veel gevallen een in aanmerking komende tegenpartij is, moet hij erop toezien dat de hem geboden best execution ook het beste resultaat voor zijn cliënt betekent. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door contractuele afspraken met de orderuitvoerder(s), maar ook door te opteren voor een hoger beschermingsniveau als professionele of niet-professionele belegger.



Naar alle veelgestelde vragen