Terug

Wie houdt zich binnen de AFM bezig met het opleggen van bestuurlijke boetes?

De AFM is bevoegd bestuurlijke boetes op te leggen bij overtreding van bepalingen uit een groot aantal (toezicht)wetten en verordeningen. Het besluit om in een specifieke zaak al dan niet een boete op te leggen wordt genomen door het bestuur van de AFM. Als het bestuur besluit tot boeteoplegging, stelt het bestuur ook de hoogte van de boete vast en neemt het bestuur in voorkomend geval een beslissing over de publicatie van het boetebesluit. 

Conform het vereiste van artikel 2:4 Awb, vervullen de medewerkers en het bestuur van de AFM hun taken zonder vooringenomenheid. Voor het boeteproces betekent dit onder meer dat de toezichthouders die betrokken waren bij het onderzoek, geen rol hebben bij de besluitvorming over een op te leggen boete. Binnen de AFM houden specifiek daartoe benoemde medewerkers zich hiermee bezig, te weten de boetefunctionaris en plaatsvervangend en assistent-boetefunctionarissen (hierna: de boetefunctionaris). 

Als een zaak door de toezichthouders is overgedragen aan de boetefunctionaris, stelt de boetefunctionaris een voornemen tot boeteoplegging op, waarbij het door de toezichthouders opgestelde onderzoeksrapport is gevoegd. De boetefunctionaris stuurt deze stukken aan de betrokkene en stelt hem of haar in de gelegenheid mondeling en/of schriftelijk een zienswijze op het voornemen te geven. Aan de hand van het onderzoeksrapport, het onderliggende dossier en de zienswijze stelt de boetefunctionaris vervolgens een advies op aan het bestuur. Als het advies is om over te gaan tot boeteoplegging, wordt daarbij ook een concept-boetebesluit gevoegd. Zoals gezegd, is de beslissing uiteindelijk aan het bestuur. Dit is de kern van de functiescheiding binnen de AFM.

De functiescheiding gaat niet zover, dat de boetefunctionaris geen contact zou kunnen hebben met de toezichthouders. Contacten zijn toegestaan, omdat deze de kwaliteit van de besluitvorming kunnen dienen. De boetefunctionaris houdt hierbij te allen tijde de regie. 

Het zogeheten mandaatverbod van artikel 10:3 Awb speelt tot slot geen rol in dit proces, gelet op het feit dat boetebesluiten altijd door het bestuur zelf worden genomen. 



Naar alle veelgestelde vragen