Terug

Welke rechtsbescherming is er tegen de publicatie van een boete?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Onder de Wft wordt het door de wetgever van belang geacht snel te waarschuwen bij zware overtredingen nu het gaat om overtredingen van met name verbodsbepalingen en marktmisbruikbepalingen. Daarbij wordt een wachttermijn van vijf werkdagen geïntroduceerd waarbinnen betrokkene een voorlopige voorziening kan verzoeken (artikel 1:97, tweede lid, Wft). Een belanghebbende kan dus opkomen tegen een publicatie; de weg naar de bestuursrechter staat open. Daarbij is wel vereist dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit, te weten het boetebesluit, een bezwaarprocedure aanhangig wordt gemaakt. De voorlopige voorziening richt zich immers tegen het boetebesluit waarvan de publicatie onderdeel uit maakt. Met publicatie van lichte overtredingen wordt in beginsel gewacht tot het besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

Rechtsbescherming wordt geboden in de vorm van bezwaar en (hoger) beroep. Bezwaar en (hoger) beroep richten zich tegen het boetebesluit waarvan de publicatie onderdeel uit maakt. Voor de andere hierboven genoemde wetten geldt dezelfde rechtsbescherming.



Naar alle veelgestelde vragen