Terug

Hoe verloopt een boetetraject?

De AFM houdt op basis van verschillende wetten toezicht op de financiële sector, waarvan de belangrijkste de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Pensioenwet, de Wet handhaving Consumentenbescherming en de Wet toezicht accountantsorganisaties zijn. Op grond van deze wetten heeft de AFM de bevoegdheid om voor overtreding van met name genoemde artikelen een bestuurlijke boete op te leggen. Als voorbeeld wordt hierna de Wft gehanteerd.

Na het vaststellen van een overtreding kan een toezichthoudende afdeling van de AFM besluiten om een dossier over te dragen aan de boetefunctionaris. Dit is geen verplichting; de AFM heeft diverse toezichtmaatregelen tot haar beschikking. Voorwaarde voor een boete is wel dat de formele wetgever de overtreding in principe boetewaardig acht.

Een boete kan niet worden opgelegd als de overtreding is verjaard. Op grond van artikel 5:45, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht geldt voor overtredingen van de Wft een verjaringstermijn van 5 jaar.

Het eerste contact voor een (rechts)persoon met de boetefunctionarissen bestaat uit het boetevoornemen dat door de boetefunctionarissen wordt gestuurd. Daarin wordt aan de betrokkene kenbaar gemaakt dat de AFM het voornemen heeft om een boete op te leggen voor een bepaalde geconstateerde overtreding. De betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven. Het recht om gehoord te worden, is neergelegd in artikel 5:53, derde lid, Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met artikel 5:50 Algemene wet bestuursrecht. Voor overtredingen op grond van de Wft moet de betrokkene altijd in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze te geven voorafgaand aan het opleggen van een boete. De hoorplicht wordt in het bijzonder van belang geacht nu in beginsel iedere bestuurlijke boete gepubliceerd dient te worden, al dan niet onmiddellijk na het opleggen daarvan.

De boetefunctionarissen adviseren na de fase van de zienswijze het bestuur van de AFM over het opleggen van een boete. Het bestuur beslist over boeteoplegging. Tot het advies van de boetefunctionarissen behoort ook de vraag of afgezien moet worden van publicatie. Uitgangspunt is dat alle boetes uiteindelijk gepubliceerd worden. Alleen indien publicatie in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft, blijft publicatie achterwege (artikel 1:97, vierde lid, Wft en artikel 1:98 Wft). Bij de andere wetten kan dit anders liggen.

De publicatievraag behoort tot het besluit om een boete op te leggen. Er is sprake van 1 besluit. Wanneer het bestuur van de AFM besluit tot het opleggen van een boete, ontvangt de betrokkene een boetebesluit van de boetefunctionarissen. De boetefunctionarissen maken het besluit van het bestuur kenbaar. Zij hebben daartoe een tekeningsmandaat.



Naar alle veelgestelde vragen