Terug

MiFID II - Vergunningplicht en uitzondering

MiFID II wijzigt de definitie van financieel instrument voor wat betreft grondstoffenderivaten en emissierechten, en breidt de vergunningplicht voor bepaalde marktpartijen, zoals handelaren voor eigen rekening, uit. Een uitzondering op deze vergunningplicht is mogelijk.

Welke partijen zijn vergunningplichtig?

Grondstoffenderivaten verhandeld op een handelsplatform zijn onder MiFID II in beginsel een financieel instrument, mits deze niet onder de REMIT carve-out vallen. Ook emissierechten en derivaten daarvan kwalificeren onder MiFID II als financieel instrument.

Partijen die voor eigen rekening handelen in deze financiële instrumenten, worden onder MiFID II in beginsel vergunningplichtig. Handelaren in deze financiële instrumenten die een vergunning als beleggingsonderneming moeten aanvragen zullen ook bepalingen uit o.a. EMIR en CRD IV moeten toepassen. Die wetgeving is immers van toepassing op beleggingsondernemingen.

Partijen die na 3 januari 2018 voor eigen rekening willen handelen in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan moeten over een vergunning beschikken of zich gemeld hebben bij de AFM.

Welke partijen zijn niet vergunningplichtig?

Handelaren in grondstoffenderivaten, emissierechten en derivaten daarvan zijn momenteel, grosso modo, uitgezonderd van MiFID I. MiFID II perkt de uitzondering op de vergunningplicht drastisch in. Er is alleen geen vergunningplicht wanneer de handel in grondstoffenderivaten en emissierechten geen hoofdbedrijf is, de handelaren geen klantenorders uitvoeren en ook niet aan HFT doen. Jaarlijks moet aan de AFM gemeld worden dat van de uitzondering gebruik wordt gemaakt. Er is een aanvullende uitzondering voor partijen die in emissierechten handelen als compliance buyer. Alle andere professionele handelaren in grondstoffenderivaten moeten over een vergunning beschikken.

Wanneer geldt de uitzondering voor nevenactiviteiten?

Wanneer handelaren voor eigen rekening handelen in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten daarvan in het verlengde van een hoofdactiviteit, zijn zij uitgezonderd van de vergunningplicht. De hoofdactiviteit kan echter niet bestaan uit het verlenen van beleggingsdiensten, het verrichten van beleggingsactiviteiten, het uitoefenen van het bedrijf van bank of het optreden als marketmaker met betrekking tot grondstoffenderivaten. Om uit te maken wanneer een activiteit als nevenactiviteit van het hoofdbedrijf moet worden aangemerkt, moeten handelaren een beoordeling uitvoeren aan de hand van 2 toetsen.

Aan de hand van de eerste toets moet een handelaar voor eigen rekening bepalen of de personen binnen de groep grote deelnemers zijn in verhouding tot de omvang van de financiële markt in die activaklasse en daarom een vergunning als beleggingsonderneming moeten hebben.

Aan de hand van de tweede toets moet de handelaar voor eigen rekening bepalen of de personen binnen de groep in verhouding tot het hoofdbedrijf van de groep in dergelijke hoge mate voor eigen rekening handelen of beleggingsdiensten verlenen in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten dat die activiteiten niet als een nevenactiviteit op groepsniveau kunnen worden aangemerkt en dat de personen daarom een vergunning als beleggingsonderneming moeten hebben.

De drempelwaardes (totale marktdrempel en hoofdbedrijfsdrempel) voor de berekeningen in deze toetsen zijn door ESMA vastgesteld in level 2-regelgeving.

Zie de Gedelegeerde Verordening 2017/592 voor de criteria om uit te maken wanneer een activiteit moet worden aangemerkt als een nevenactiviteit van het hoofdbedrijf. Zie ook de Q&A’s over ancillary activity.  

Proces vergunningaanvraag en melding

Elke onderneming die voor eigen rekening handelt in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten daarvan moet op 3 januari 2018 een vergunning hebben of moet de AFM melden dat zij gebruik maakt van de uitzondering voor nevenactiviteiten. Aanvragen die later dan 1 juni 2017 en/of incompleet zijn ingediend kunnen mogelijk niet tijdig worden afgehandeld. Als een onderneming niet van de uitzondering gebruik kan maken, is het na 3 januari 2018 niet toegestaan zonder vergunning actief te zijn.

Partijen die van de uitzondering voor nevenactiviteiten gebruik willen maken moeten zich jaarlijks melden bij de AFM. Voor het eind van 2017 geven wij op deze website pagina aan op welke wijze u kunt notificeren.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen