Terug

MiFID II - Productinterventie

De herziening van MiFID I leidt tot belangrijke wijzigingen in regelgeving op het gebied van beleggersbescherming. De bescherming van de beleggers neemt toe door aangescherpte en nieuwe gedragsregels onder MiFID II.

Met MiFID II heeft de AFM mogelijkheden tot productinterventie gekregen. Hiermee kan de AFM het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde producten of producten met bepaalde kenmerken verbieden of beperken. Deze bevoegdheden zijn van toepassing op financiële instrumenten en gestructureerde deposito’s. Daarnaast krijgt de AFM de bevoegdheid om een bepaalde financiële activiteit of praktijk op te schorten

De AFM kan deze bevoegdheden onder specifieke omstandigheden inzetten. Namelijk wanneer de beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten in gevaar komt. Zij kan deze bevoegdheid ook gebruiken op het moment dat de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste 1 lidstaat wordt bedreigd. Ten slotte kan zij de bevoegdheid inzetten als een derivaat een negatief effect heeft op het prijsvormingsmechanisme op de onderliggende markt.

Onder MiFIR zijn hiervoor criteria opgesteld. Op basis van die criteria kan de AFM haar interventiebevoegdheden pas inzetten als:

  • er geen andere bestaande regels zijn om deze bedreigingen af te wenden
  • de bedreigingen niet beter met toezicht of handhaving kunnen worden aangepakt, en
  • de interventiemaatregel evenredig is en rekening houdt met de aard van de bedreiging, het kennisniveau van de betreffende beleggers of deelnemers en het verwachte effect.

ESMA en EBA krijgen vergelijkbare bevoegdheden. Ook voor hen geldt dat deze bevoegdheden slechts onder specifieke omstandigheden mogen worden ingezet. Een belangrijke voorwaarde is dat de nationaal bevoegde autoriteit geen effectieve maatregelen heeft genomen om de bedreiging af te wenden.

Informatie delen

Delen via: deel

Zie ook

Alle onderwerpen