Terug

EMIR - belangrijkste gevolgen en verplichtingen voor niet-financiële ondernemingen

EMIR heeft belangrijke gevolgen voor niet-financiële ondernemingen, de belangrijkste zijn de rapportage van (OTC-)derivatentransacties aan Trade Repositories en de vereisten aan bilaterale afwikkeling. Wanneer een niet-financiële tegenpartij echter derivaten contracten afsluit die niet dienen voor het afdekken van risico’s voortvloeiend uit de bedrijfsvoering  gelden additionele verplichtingen wanneer hiermee een zogenaamde drempelwaarde wordt overschreden. Meer informatie over deze drempelwaarde en de meldingsplicht en bilaterale afwikkelingsvereisten kunt u op deze pagina vinden.

Rapportage aan Trade Repositories

Rapportage aan Trade Repositories

EMIR bepaalt dat er diverse details van elke derivatentransactie gerapporteerd dienen te worden bij een Trade Repository. Alle transacties moeten gemeld worden, ongeacht of het contract op de beurs, een MTF of OTC verhandeld is. In tegenstelling tot de afwikkelingsverplichting geldt de rapportageverplichting voor alle derivatentransacties. Een Trade Repository staat onder toezicht van ESMA en heeft tot doel de rapportages van de derivatentransacties centraal te verzamelen.

De rapportageplicht zal gelden voor zowel financiële als niet-financiële partijen die partij zijn bij een derivatencontract. Beide partijen van een derivatencontract rapporteren afzonderlijk aan de Trade Repository wanneer zij een derivatencontract zijn aangegaan, wanneer er een wijziging heeft plaatsgevonden in een bestaand derivatencontract en wanneer het derivatencontract is beëindigd.

Lees verder over het rapporteren aan Trade Respositories

Drempelwaarden

EMIR beoogt het systeemrisico in de financiële markten te verminderen. Omdat niet-financiële instellingen over het algemeen enkel derivatencontracten afsluiten om risico’s voortvloeiend uit de bedrijfsvoering af te dekken (hedging), zijn zij vrijgesteld van diverse verplichten uit EMIR. Wanneer niet-financiële instellingen derivaten contracten aangaan die niet voor het hedgen van bepaalde bedrijfsrisico’s worden gebruikt, worden deze transacties opgeteld tegen een bepaalde drempelwaarde. Wanneer deze drempelwaarde wordt overschreden, wordt verondersteld dat de betreffende niet-financiële partij een invloed op het systeem kan hebben (daarmee vormen ze een risico voor het functioneren van de financiële markten). Daarom moeten niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van derivatencontracten boven een de drempelwaarden uitkomen, ook aan een groot aantal vereisten uit EMIR voldoen.

De drempelwaarden moeten berekend worden per derivaten klasse. De volgende drempelwaarden zijn door de Europese toezichthouder (ESMA) vastgesteld:

  • Kredietderivaten: € 1 miljard nominale waarde
  • Equityderivaten € 1 miljard nominale waarde
  • Rentederivaten € 3 miljard nominale waarde
  • Valutaderivaten € 3 miljard nominale waarde
  • Grondstofderivaten € 3 miljard nominale waarde

Gebruik de volgende formule voor het berekenen of een niet-financiële instelling met haar derivatencontracten boven de drempelwaarden uitkomt:

  • Nominale waarde van de uitstaande derivatenportefeuille (per klasse derivaat) -/- nominale waarde van de derivatencontracten gebruikt voor hedging (in dezelfde klasse)

De uitkomst van de formule dient te worden vergeleken met de drempelwaarden.

Definitie van hedging

Voor het bepalen of een drempelwaarde overschreden is, is het belangrijk te weten welke derivatencontracten in de berekening opgenomen moeten worden. Dit zijn alle OTC-derivatencontracten die niet afgesloten zijn voor het afdekken van risico’s welke uit de bedrijfsvoering voortvloeien (hedging). Er zijn drie categorieën van contracten te onderscheiden die gekwalificeerd kunnen worden als hedging:

  • Het afdekken van risico’s die direct uit de normale bedrijfsvoering voortkomen, zoals het afdekken van fluctuaties in inkoopprijzen van grondstoffen.
  • Het afdekken van risico’s die indirect uit de normale bedrijfsvoering voortkomen, zoals het afdekken van fluctuaties in rente op afgesloten leningen.
  • Wanneer een contract kwalificeert als hedge accounting volgens de International Financial Reporting Standards (IFRS).

Wanneer een contract kwalificeert als een hedge wordt deze buiten beschouwing gelaten voor het bereiken van de drempelwaarden. Wanneer een OTC afgesloten derivatencontract niet onder deze definitie valt, wordt deze niet aangemerkt als hedge contract en telt deze mee voor het bepalen van eventuele overschrijding van de drempelwaarden.

Geen overschrijding van de drempelwaarden

Voor niet-financiële tegenpartijen die onder de drempelwaarden blijven stelt EMIR verplicht dat zij zorgen voor tijdige confirmatie van de derivatencontracten. Verder vereist EMIR dat er processen zijn om te zorgen dat de derivatenportfolio gereconcilieerd kan worden. Dit houdt in dat bekeken wordt of portfolio’s nog goed op elkaar aansluiten.

Overschrijding van drempelwaarden

Wanneer één van de drempelwaarden wordt overschreden, wordt geacht dat de betreffende niet-financiële partij mogelijk een impact hebben op de financiële markt. Daarom geldt voor niet-financiële tegenpartijen die een drempelwaarde overschrijden de verplichting tot de centrale afwikkeling van haar derivatencontracten. Hierbij dient in oogschouw te worden genomen dat dit vanaf het moment van overschrijden geldt voor alle klassen OTC-derivatencontracten die in de toekomst afgesloten worden. Dit houdt in dat ook de in de toekomst voor hedging afgesloten contracten onder deze verplichting zullen vallen.

Wanneer een contract niet centraal afgewikkeld kan worden moet bilateraal afgewikkeld worden. Hiervoor gelden enkele afwikkelvereisten die enkel gelden voor niet-financiële partijen boven de drempelwaarden. Zo moeten zij, net als financiële tegenpartijen, hun contracten op dagelijkse basis waarderen tegen marktwaarde. Verder moeten zij onderpand uitwisselen en risicomanagementprocedures hebben. Bij bilaterale afwikkeling moet daarnaast ook worden voldaan aan afwikkelvereisten die gelden voor alle financiële en niet-financiële partijen. Die worden verderop in deze tekst beschreven onder “Bilaterale afwikkeling”.

Een niet-financiële tegenpartij die de drempel overschrijdt moet dit melden bij ESMA en de AFM. Gebruik hiervoor het meldingsformulier overschrijding drempelwaarde(n) via het digitaal loket van de AFM.

Een niet-financiële partij wordt weer vrijgesteld van de centrale afwikkelingsverplichting wanneer zij de drempelwaarde(n) niet langer overschrijdt en dit aantoont bij de AFM. Gebruik hiervoor het meldingsformulier niet langer overschrijden van de drempelwaarde(n) via het digitaal loket van de AFM.

Bilaterale afwikkeling

De centrale afwikkelingsverplichting die EMIR oplegt heeft betrekking op gestandaardiseerde OTC-derivatencontracten. Derivatencontracten die niet centraal afgewikkeld kunnen worden mogen bilateraal afgewikkeld worden. EMIR heeft voor deze bilaterale afwikkeling strikte voorwaarden gesteld om zorg te dragen voor de gelijke mate van risicobeheersing van deze transacties ten opzichte van centraal afgewikkelde transacties.

EMIR stelt voor de bilaterale afwikkeling diverse vereisten, waaronder operationele eisen als confirmatie en tijdige reconciliatie (artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013). Ook moet de waarde van de contracten dagelijks worden bepaald (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model). Voorts stelt EMIR verplichtingen aan het uitwisselen van onderpand.

Tijdige bevestiging van nieuwe transacties:

Nieuwe OTC-derivatentransacties die bilateraal worden afgewikkeld moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd. Wanneer mogelijk kan dat op elektronische wijze.

 Contracten tussen financiële tegenpartijen en/of niet-financiële tegenpartijen boven de drempelwaarde onderling:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =.. 
 …tot en met 28 februari 2014.   2
 …na 28 februari 2014.  1
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en alle overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  3
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  2
 …na 31 augustus 2014.  1
 
 Contracten met een niet-financiële partij onder de drempelwaarde, aan tenminste één zijde:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  5
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  3
 …na 31 augustus 2014.  2
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en alle overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  7
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  4
 …na 31 augustus 2014.  2

Herwaarderen van derivatenposities naar marktwaarde

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarde uitkomen zijn verplicht om op dagelijkse basis de waarde van uitstaande derivatencontracten op marktwaarde (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model) te bepalen. Wanneer het mark-to-model model gebruikt wordt, bijvoorbeeld doordat bepaalde marktcondities het gebruik van het mark-to-model model verhindert, dient de partij zorgt te dragen voor een betrouwbaar en solide model.

Risicomanagement van bilateraal afgewikkelde OTC-derivaten

Op 15 september 2013 traden drie verplichtingen ten aanzien van het risicomanagement van bilateraal afgewikkelde derivatentransacties in werking. Deze verplichtingen hebben betrekking op het reconciliëren van portefeuilles, het comprimeren van portefeuilles en geschillenoplossing en zullen van toepassing zijn op alle uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld.

Reconciliëren van portefeuilles

Het reconciliëren van portefeuilles zorgt ervoor dat partijen van een OTC-derivatencontract gelijke transactie voorwaarden vastleggen. De verplichting om het reconciliëren van portefeuilles uit te voeren is neergelegd in artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013.

Financiële en niet-financiële tegenpartijen van een OTC-derivatencontract moeten voorafgaand aan het afsluiten van het contract (schriftelijk) overeenkomen op welke manier de portefeuille zal worden gereconcilieerd. De reconciliatie dient de belangrijkste voorwaarden en waarde van ieder derivatencontract op te nemen.

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarden uitkomen dienen de reconciliatie van portefeuilles uitvoeren op de volgende momenten:

  • elke werkdag, in het geval de tegenpartijen 500 of meer openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar; of
  • een keer per week, in het geval de tegenpartijen tussen 51 en 499 openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar; of
  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen 50 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar.

Niet-financiële tegenpartijen die onder de drempelwaarden blijven moeten de reconciliatie van portefeuilles uitvoeren op de volgende momenten: 

  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen op enig moment gedurende het kwartaal meer dan 100 openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar; 
  • een keer per jaar, in het geval de tegenpartijen 100 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar.

Comprimeren van portefeuilles

Het comprimeren van portefeuilles houdt in dat de partijen bij OTC-derivaten dezelfde risicopositie behouden, maar dat ze het aantal contracten verminderen. De verplichting om portefeuilles te comprimeren is neergelegd in artikel 14 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 voor zowel financiële en niet-financiële tegenpartijen met 500 of meer uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld met één tegenpartij. Deze partijen moeten procedures in plaats hebben om regelmatig, ten minste tweemaal per jaar, te analyseren of het mogelijk is om portefeuilles te comprimeren. De wederpartijen moeten een redelijke en geldige verklaring geven aan de betrokken autoriteit als tot de conclusie is gekomen dat een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles niet passend is.

Geschillenoplossing

Artikel 15 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 verplicht zowel financiële als niet-financiële tegenpartijen om gedetailleerde procedures en processen over geschillen te hebben wanneer ze OTC-derivatencontracten met elkaar afsluiten. Deze procedures moeten de identificatie, het vastleggen en monitoren van geschillen in relatie tot de erkenning of waarde van het contract en het uitwisselen van zekerheid tussen partijen omvatten. De procedures zullen in ieder geval de duur van het onopgeloste geschil, de tegenpartij en het bedrag dat wordt betwist vastleggen. Verder moet er een specifiek proces zijn voor geschillen die niet binnen vijf werkdagen zijn opgelost.

Bilaterale afwikkeling

Bilaterale afwikkeling

De centrale afwikkelingsverplichting die EMIR oplegt heeft betrekking op gestandaardiseerde OTC-derivatencontracten. Derivatencontracten die niet centraal afgewikkeld kunnen worden mogen bilateraal afgewikkeld worden. EMIR heeft voor deze bilaterale afwikkeling strikte voorwaarden gesteld om zorg te dragen voor de gelijke mate van risicobeheersing van deze transacties ten opzichte van centraal afgewikkelde transacties.

EMIR stelt voor de bilaterale afwikkeling diverse vereisten, waaronder operationele eisen als confirmatie en tijdige reconciliatie (artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013). Ook moet de waarde van de contracten dagelijks worden bepaald (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model). Voorts stelt EMIR verplichtingen aan het uitwisselen van onderpand.

Tijdige bevestiging van nieuwe transacties:

Nieuwe OTC-derivatentransacties die bilateraal worden afgewikkeld moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd. Wanneer mogelijk kan dat op elektronische wijze.

 Contracten tussen financiële tegenpartijen en/of niet-financiële tegenpartijen boven de drempelwaarde onderling:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =.. 
 …tot en met 28 februari 2014.   2
 …na 28 februari 2014.  1
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en alle overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  3
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  2
 …na 31 augustus 2014.  1
 
 Contracten met een niet-financiële partij onder de drempelwaarde, aan tenminste één zijde:
 Credit default swaps; interest rate swaps
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  5
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  3
 …na 31 augustus 2014.  2
 
 Equity swaps; foreign exchange swaps; commodity swaps en alle overige
 Contracten afgesloten in de periode…  Confirmatie uiterlijk x ‘business days’ na executiedatum van het contract, uiterlijk einde dag, waarin x =..
 …tot en met 31 augustus 2013.  7
 …na 31 august 2013 tot en met 31 augustus 2014.  4
 …na 31 augustus 2014.  2

Herwaarderen van derivatenposities naar marktwaarde

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarde uitkomen zijn verplicht om op dagelijkse basis de waarde van uitstaande derivatencontracten op marktwaarde (mark-to-market, of wanneer dit niet mogelijk is, mark-to-model) te bepalen. Wanneer het mark-to-model model gebruikt wordt, bijvoorbeeld doordat bepaalde marktcondities het gebruik van het mark-to-model model verhindert, dient de partij zorgt te dragen voor een betrouwbaar en solide model.

Risicomanagement van bilateraal afgewikkelde OTC-derivaten

Op 15 september 2013 traden drie verplichtingen ten aanzien van het risicomanagement van bilateraal afgewikkelde derivatentransacties in werking. Deze verplichtingen hebben betrekking op het reconciliëren van portefeuilles, het comprimeren van portefeuilles en geschillenoplossing en zullen van toepassing zijn op alle uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld.

Reconciliëren van portefeuilles

Het reconciliëren van portefeuilles zorgt ervoor dat partijen van een OTC-derivatencontract gelijke transactie voorwaarden vastleggen. De verplichting om het reconciliëren van portefeuilles uit te voeren is neergelegd in artikel 13 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013.

Financiële en niet-financiële tegenpartijen van een OTC-derivatencontract moeten voorafgaand aan het afsluiten van het contract (schriftelijk) overeenkomen op welke manier de portefeuille zal worden gereconcilieerd. De reconciliatie dient de belangrijkste voorwaarden en waarde van ieder derivatencontract op te nemen.

Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van een derivatentransactie boven de drempelwaarden uitkomen dienen de reconciliatie van portefeuilles uitvoeren op de volgende momenten:

  • elke werkdag, in het geval de tegenpartijen 500 of meer openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar; of
  • een keer per week, in het geval de tegenpartijen tussen 51 en 499 openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar; of
  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen 50 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben uitstaan met elkaar.

Niet-financiële tegenpartijen die onder de drempelwaarden blijven moeten de reconciliatie van portefeuilles uitvoeren op de volgende momenten: 

  • een keer per kwartaal, in het geval de tegenpartijen op enig moment gedurende het kwartaal meer dan 100 openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar; 
  • een keer per jaar, in het geval de tegenpartijen 100 of minder openstaande OTC-derivatencontracten hebben met elkaar.

Comprimeren van portefeuilles

Het comprimeren van portefeuilles houdt in dat de partijen bij OTC-derivaten dezelfde risicopositie behouden, maar dat ze het aantal contracten verminderen. De verplichting om portefeuilles te comprimeren is neergelegd in artikel 14 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 voor zowel financiële en niet-financiële tegenpartijen met 500 of meer uitstaande OTC-derivatencontracten die niet centraal worden afgewikkeld met één tegenpartij. Deze partijen moeten procedures in plaats hebben om regelmatig, ten minste tweemaal per jaar, te analyseren of het mogelijk is om portefeuilles te comprimeren. De wederpartijen moeten een redelijke en geldige verklaring geven aan de betrokken autoriteit als tot de conclusie is gekomen dat een oefening op het gebied van comprimeren van portefeuilles niet passend is.

Geschillenoplossing

Artikel 15 van de Commission Delegated Regulation (EU) No 149/2013 verplicht zowel financiële als niet-financiële tegenpartijen om gedetailleerde procedures en processen over geschillen te hebben wanneer ze OTC-derivatencontracten met elkaar afsluiten. Deze procedures moeten de identificatie, het vastleggen en monitoren van geschillen in relatie tot de erkenning of waarde van het contract en het uitwisselen van zekerheid tussen partijen omvatten. De procedures zullen in ieder geval de duur van het onopgeloste geschil, de tegenpartij en het bedrag dat wordt betwist vastleggen. Verder moet er een specifiek proces zijn voor geschillen die niet binnen vijf werkdagen zijn opgelost.

Afwikkelingsverplichting

Drempelwaarden

EMIR beoogt het systeemrisico in de financiële markten te verminderen. Omdat niet-financiële instellingen over het algemeen enkel derivatencontracten afsluiten om risico’s voortvloeiend uit de bedrijfsvoering af te dekken (hedging), zijn zij vrijgesteld van diverse verplichten uit EMIR. Wanneer niet-financiële instellingen derivaten contracten aangaan die niet voor het hedgen van bepaalde bedrijfsrisico’s worden gebruikt, worden deze transacties opgeteld tegen een bepaalde drempelwaarde. Wanneer deze drempelwaarde wordt overschreden, wordt verondersteld dat de betreffende niet-financiële partij een invloed op het systeem kan hebben (daarmee vormen ze een risico voor het functioneren van de financiële markten). Daarom moeten niet-financiële tegenpartijen die met het aangaan van derivatencontracten boven een de drempelwaarden uitkomen, ook aan een groot aantal vereisten uit EMIR voldoen.

De drempelwaarden moeten berekend worden per derivaten klasse. De volgende drempelwaarden zijn door de Europese toezichthouder (ESMA) vastgesteld:

  • Kredietderivaten: € 1 miljard nominale waarde
  • Equityderivaten € 1 miljard nominale waarde
  • Rentederivaten € 3 miljard nominale waarde
  • Valutaderivaten € 3 miljard nominale waarde
  • Grondstofderivaten € 3 miljard nominale waarde

Gebruik de volgende formule voor het berekenen of een niet-financiële instelling met haar derivatencontracten boven de drempelwaarden uitkomt:

  • Nominale waarde van de uitstaande derivatenportefeuille (per klasse derivaat) -/- nominale waarde van de derivatencontracten gebruikt voor hedging (in dezelfde klasse)

De uitkomst van de formule dient te worden vergeleken met de drempelwaarden.

Definitie van hedging

Voor het bepalen of een drempelwaarde overschreden is, is het belangrijk te weten welke derivatencontracten in de berekening opgenomen moeten worden. Dit zijn alle OTC-derivatencontracten die niet afgesloten zijn voor het afdekken van risico’s welke uit de bedrijfsvoering voortvloeien (hedging). Er zijn drie categorieën van contracten te onderscheiden die gekwalificeerd kunnen worden als hedging:

  • Het afdekken van risico’s die direct uit de normale bedrijfsvoering voortkomen, zoals het afdekken van fluctuaties in inkoopprijzen van grondstoffen.
  • Het afdekken van risico’s die indirect uit de normale bedrijfsvoering voortkomen, zoals het afdekken van fluctuaties in rente op afgesloten leningen.
  • Wanneer een contract kwalificeert als hedge accounting volgens de International Financial Reporting Standards (IFRS).

Wanneer een contract kwalificeert als een hedge wordt deze buiten beschouwing gelaten voor het bereiken van de drempelwaarden. Wanneer een OTC afgesloten derivatencontract niet onder deze definitie valt, wordt deze niet aangemerkt als hedge contract en telt deze mee voor het bepalen van eventuele overschrijding van de drempelwaarden.

Geen overschrijding van de drempelwaarden

Voor niet-financiële tegenpartijen die onder de drempelwaarden blijven stelt EMIR verplicht dat zij zorgen voor tijdige confirmatie van de derivatencontracten. Verder vereist EMIR dat er processen zijn om te zorgen dat de derivatenportfolio gereconcilieerd kan worden. Dit houdt in dat bekeken wordt of portfolio’s nog goed op elkaar aansluiten.

Overschrijding van drempelwaarden

Wanneer één van de drempelwaarden wordt overschreden, wordt geacht dat de betreffende niet-financiële partij mogelijk een impact hebben op de financiële markt. Daarom geldt voor niet-financiële tegenpartijen die een drempelwaarde overschrijden de verplichting tot de centrale afwikkeling van haar derivatencontracten. Hierbij dient in oogschouw te worden genomen dat dit vanaf het moment van overschrijden geldt voor alle klassen OTC-derivatencontracten die in de toekomst afgesloten worden. Dit houdt in dat ook de in de toekomst voor hedging afgesloten contracten onder deze verplichting zullen vallen.

Wanneer een contract niet centraal afgewikkeld kan worden moet bilateraal afgewikkeld worden. Hiervoor gelden enkele afwikkelvereisten die enkel gelden voor niet-financiële partijen boven de drempelwaarden. Zo moeten zij, net als financiële tegenpartijen, hun contracten op dagelijkse basis waarderen tegen marktwaarde. Verder moeten zij onderpand uitwisselen en risicomanagementprocedures hebben. Bij bilaterale afwikkeling moet daarnaast ook worden voldaan aan afwikkelvereisten die gelden voor alle financiële en niet-financiële partijen. Die worden verderop in deze tekst beschreven onder “Bilaterale afwikkeling”.

Een niet-financiële tegenpartij die de drempel overschrijdt moet dit melden bij ESMA en de AFM. Gebruik hiervoor het meldingsformulier overschrijding drempelwaarde(n) via het digitaal loket van de AFM.

Een niet-financiële partij wordt weer vrijgesteld van de centrale afwikkelingsverplichting wanneer zij de drempelwaarde(n) niet langer overschrijdt en dit aantoont bij de AFM. Gebruik hiervoor het meldingsformulier niet langer overschrijden van de drempelwaarde(n) via het digitaal loket van de AFM.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen