Terug

Betrouwbaarheid beleidsbepalers en commissarissen

Betrouwbare en integere bestuurders en commissarissen zijn cruciaal voor een integere financiële sector. De beleidsbepalers van financiële ondernemingen moeten betrouwbaar zijn. De AFM toetst de betrouwbaarheid van deze beleidsbepalers.

Eis van betrouwbaarheid geldt voortdurend

Betrouwbaarheid is een doorlopende eis. Niet alleen moeten nieuwe bestuurders van financiële ondernemingen de betrouwbaarheidstoets doorstaan. Ook daarna moeten wijzigingen in relevante feiten en omstandigheden altijd direct gemeld worden en beoordeeld door de AFM.

Eerste keer getoetst?

Wanneer u voor de eerste keer op betrouwbaarheid wordt beoordeeld, moet u het betrouwbaarheidsformulier (pdf) invullen en online toesturen. Dit formulier kunt u ook vinden in het Digitaal loket onder de voor u geldende doelgroepen. Ga naar 'Betrouwbaarheidsonderzoek'.

Geef wijzigingen direct door

Als u al eerder als betrouwbaar bent beoordeeld, moet u wijzigingen in voor de betrouwbaarheid relevante feiten en omstandigheden direct melden. Dit kan met het wijzigingsformulier betrouwbaarheid. Dit formulier kunt u ook vinden in het Digitaal loket onder de voor u geldende doelgroepen. Ga naar 'Wijziging betrouwbaarheidsgegevens'.

Hoe worden bestuurders en commissarissen getoetst?

De AFM verricht jaarlijks zo’n 1.000 toetsingen op geschiktheid en/of betrouwbaarheid. De laatste jaren is meer aandacht gekomen voor de rol van de bestuurders en commissarissen bij financiële ondernemingen. Zo is in diverse onderzoeken rondom de financiële crisis de rol van het management aan de orde gekomen. Denk hierbij aan het onderzoek naar DSB Bank (commissie Scheltema) en de commissie Maas. Hierbij is geconstateerd dat het voorbeeldgedrag van deze personen heel belangrijk is (de tone at the top) evenals geschiktheid van de bestuurders en commissarissen qua kennis, ervaring en professionele vaardigheden. In 2011 zijn deze bevindingen verwerkt in de Beleidsregel Geschiktheid. Naast de toen al bestaande eisen is in de Beleidsregel Geschiktheid ook een aantal competenties benoemd waar bestuurders en commissarissen over moeten beschikken. Hiermee beogen de toezichthouders kort gezegd te borgen dat er sprake is van ‘de juiste persoon op de juiste plaats’.

Eigen verantwoordelijkheid

In beginsel moet een financiële onderneming zelf zorgdragen voor geschikte bestuurders en commissarissen waarvan de betrouwbaarheid buiten twijfel staat. De onderneming moet hiervoor dus een goede wervings- of aanstellingsprocedure hebben. De AFM vraagt ondernemingen dan ook bij het indienen van een nieuwe melding van een bestuurder of commissaris of het indienen van een vergunningaanvraag zelf aan te geven waarom zij vinden dat deze persoon geschikt is, en diens betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Binnen de norm van geschiktheid kan onderscheid worden gemaakt tussen individuele geschiktheid van de bestuurder of commissaris, en die van het collectief (het hele bestuur of de RvC). Ook die collectieve geschiktheid moet de onderneming bij de toetsing onderbouwen. Binnen het collectief is het belangrijk dat er een brede kennis, ervaring en professionele vaardigheden aanwezig is, om gebalanceerde besluitvorming te krijgen. Hierbij kunnen de aard, omvang en de actuele situatie bij de onderneming van belang zijn. Zo is het bestuur van een beleggingsonderneming dat uitsluitend bestaat uit personen die veel van beleggen en marketing weten, maar wiens kennis, ervaring (en daarmee vaak ook interesse) niet of onvoldoende ziet op bedrijfsvoering en compliance, onvoldoende evenwichtig. Bij een bestuur van een onderneming waar veel compliance issues spelen, is het weer van belang dat in het bestuur ook iemand zitting heeft, die deze zaken goed begrijpt en kan aansturen.

Wijze van toetsing

De AFM toetst of de onderneming geschikte bestuurders of commissarissen, waarvan de betrouwbaarheid buiten twijfel stat, heeft aangedragen en derhalve een juiste keuze heeft gemaakt om deze personen voor te dragen. De manier waarop de AFM toetst kan verschillende vormen aannemen. Zo worden in elk geval het curriculum vitae en referenten geraadpleegd. Ook kan de AFM beslissen dat er aanleiding is een persoon op gesprek uit te nodigen, om op die manier zelf een beeld te krijgen bij wat op papier is ingediend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn (i) als er bijzonderheden zijn geconstateerd in het verleden van de kandidaat, (ii ) naar aanleiding van de toekomstige rol van de kandidaat, (iii) in het geval van onduidelijkheden of (iv) bij bijzonderheden in de aard, activiteiten of de situatie van de onderneming. Ook kan een gezamenlijk gesprek met de zittende en kandidaat bestuurders of commissarissen plaatsvinden. De gesprekken maken deel uit van de toetsing. De bestuurders en commissarissen dienen zich er dus van bewust te zijn dat zij ook tijdens het gesprek moeten aantonen dat zij de juiste persoon op de juiste plaats zijn. 

Uitbreiding toetsing

De criteria voor geschiktheid en betrouwbaarheid zijn grotendeels gelijk gebleven. De manier waarop de AFM dat toetst is wel gevarieerder en soms uitgebreider geworden. Zo zijn de gesprekken met referenten uitgebreider dan voorheen. Ook worden bestuurders en commissarissen vaker op toetsingsgesprek uitgenodigd door de AFM. Verder komt het in toenemende mate voor dat iemand die bij de ene onderneming al eerder geschikt is bevonden, voor de toetsing bij een andere onderneming wordt uitgenodigd voor een toetsingsgesprek en mogelijk niet voldoet. Vaak gebeurt dit omdat de bestuurder of commissaris niet de juiste kennis en ervaring meebrengt voor het collectief. Ondernemingen worden geacht goede procedures te hebben om geschikte en betrouwbare bestuurders en commissarissen aan te stellen. Het is dus van belang bij het indienen van een toetsing voor de AFM te onderbouwen waarom de persoon voldoet en welke afwegingen de beleggingsonderneming zelf heeft gemaakt hierbij. De AFM zal nagaan of het beeld dat de beleggingsonderneming bij de aanvraag schetst in de toetsing wordt bevestigd.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen