Terug

Regels reclame bij goedgekeurde prospectussen Voor Effectenuitgevende ondernemingen

Uit onderzoek blijkt dat reclame een belangrijke rol speelt bij beleggingsbeslissingen. Bij aanbiedingen waarvoor een goedgekeurd prospectus is opgesteld wordt doorgaans reclame opgesteld. Deze reclame moet voldoen aan bepaalde regels. De AFM controleert bijvoorbeeld of de reclame wel een goed beeld geeft van de informatie in het prospectus. Wij controleren daarom al reclame voordat het wordt gepubliceerd en treden waar nodig handhavend op als gepubliceerde reclame niet voldoet aan de regels. Op deze manier zorgen we ervoor dat beleggers op een goede manier geïnformeerd worden.

Vereisten Prospectusverordening

Alle reclame bij een prospectus moet vanaf 21 juli 2019 voldoen aan de wettelijke vereisten van de Prospectusverordening (EU) 2017/71/EG. Dit is ook het geval als de reclame betrekking heeft tot een prospectus dat (nog) gepubliceerd is onder de (oude) Prospectusrichtlijn 2003/71/EG. Lees meer in de Q&As on the Prospectus Regulation van ESMA.

Wat verstaan we onder reclame bij prospectussen?

Onder reclame bij prospectussen verstaan we reclame die gepubliceerd wordt bij een aanbieding waarbij een prospectus is goedgekeurd door de AFM moet voldoen aan bepaalde regels.

Reclame bij een prospectus is een mededeling die:

  • gaat over een specifieke aanbieding van effecten aan het publiek of op een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, en
  • specifiek gericht is op de promotie van een mogelijke inschrijving op of aankoop van effecten.

Voorbeelden van manieren waarop deze reclame wordt geuit zijn brochures, flyers, brieven, e-mails, advertenties, Google-ads, banners, abri-posters, radio- en tv-commercials en websites. Maar ook (mondelinge en schriftelijke) uitingen die worden gedaan tijdens roadshows en informatiebijeenkomsten, zoals presentaties of interviews, gelden als reclame.

De definitie van een reclame is breed en een uiting kan al snel als reclame gelden. Zie ook de Beleidsregel Informatieverstrekking.

Wettelijke vereisten voor reclame

Reclame bij een goedgekeurd prospectus moet voldoen aan wettelijke vereisten van de Prospectusverordening. Deze vereisten staan in artikel 22 van de Prospectusverordening en artikelen 13-17 van de Gedelegeerde Verordening.

De normen die gelden uit hoofde van artikel 22 lid 4 van de Prospectusverordening en artikel 16 van de Gedelegeerde Verordening gelden voor alle mondelinge of schriftelijke informatie, ook al wordt zij niet voor reclamedoeleinden verstrekt. Zij zijn bijvoorbeeld ook van toepassing op een analistenpresentatie over effecten die worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt.

Beoordeling conceptreclame door AFM

De AFM wil voorkomen dat beleggers hun beleggingskeuze baseren op reclame die niet voldoet aan de wet. Als uitgevende instelling kunt u daarom conceptreclame (nog niet gepubliceerde reclame) aan ons voorleggen. Wij geven dan aan op welke punten de reclame niet voldoet aan de wet. Met deze beoordeling willen we ook voorkomen dat reeds gepubliceerde reclame moet worden ingetrokken of gerectificeerd. Dat kan financieel nadelig zijn voor u en tot reputatieschade leiden.

Leg uw conceptreclame voor tijdens goedkeuringstraject

U kunt alleen tijdens het goedkeuringstraject van het prospectus conceptreclame aan ons voorleggen. U kunt de reclame meesturen met uw aanvraag of gedurende het goedkeuringstraject aan uw behandelaar sturen. U kunt een tijdige reactie van ons verwachten als u de conceptreclame minstens vijf werkdagen voor de goedkeuring van het prospectus aan ons toestuurt. De conceptreclame moet in definitieve, opgemaakte vorm zijn.

De beoordeling van conceptreclame doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de AFM om doorlopend toezicht te houden op gepubliceerde reclame. Wij kunnen handhavend optreden als gepubliceerde reclame niet voldoet aan de wet, bijvoorbeeld met een last onder dwangsom en/of een boete.

Heeft u vragen over reclame of wilt u buiten een goedkeuringstraject van een prospectus om reclame aan ons voorleggen? Stuur dan na overleg uw reclame met een onderbouwing van uw vraag naar service.prospectus@afm.nl.

Belangrijke normen voor reclame

Reclame die wordt gepubliceerd in het kader van een prospectusplichtige aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt moet voldoen aan de normen in de Prospectusverordening. Deze staan benoemd in artikel 22 van de Prospectusverordening en artikel 13 t/m 17 van de Gedelegeerde Verordening. In de Beleidsregel Informatieverstrekking (hoofdstukken 1 en 6) staat een verdere invulling van deze normen. Hieronder volgen een aantal belangrijke normen die bij de vereisten horen.

Verwijzing naar prospectus

Op grond van artikel 22, tweede lid van de Prospectusverordening moet in alle reclame staan waar beleggers het prospectus kunnen vinden. Dus ook in reclame met een beperkte omvang, zoals banners. Doorgaans volstaat een verwijzing naar een website. Het prospectus moet dan ook op die betreffende pagina te vinden zijn. In artikel 13 van de Gedelegeerde Verordening staan meer specificaties t.a.v. de prospectusverwijzing.

Niet onjuist

Informatie in een reclame-uiting is onjuist als deze niet overeenkomt met de werkelijkheid. Voorbeelden van onjuiste informatie zijn:

  • als de informatie niet waar is, bijvoorbeeld het vermelden dat een uitgevende instelling onder toezicht van de AFM staat terwijl dat niet het geval is
  • als informatie niet in overeenstemming is met de voorwaarden van het product
  • als een reclame-uiting tegenstrijdige informatie bevat.

Niet misleidend

De informatie in reclame mag niet misleidend zijn. Dit betekent dat dat het beeld dat geschetst wordt niet overeenkomt met de werkelijkheid. De belegger mag niet op het verkeerde been gezet worden. Dit is niet beperkt tot tekstuele informatie. Ook bijvoorbeeld afbeeldingen en grafieken kunnen misleidend zijn.

Voorbeelden van misleiding zijn:

  • Verwijzing naar de AFM als een kwaliteitskeurmerk. Bijvoorbeeld door onze goedkeuring van het prospectus of een vergunning koppelen aan zekerheid of vertrouwen. Of als de goedkeuring van het prospectus zodanig wordt vermeld dat dit als een kwaliteitskeurmerk of als een (positief) kenmerk van het product wordt gepresenteerd. Of bijvoorbeeld door te suggereren dat de AFM het product ondersteunt of aanbeveelt.

  • Op opvallende wijze schaarste presenteren. Bijvoorbeeld door informatie over de omvang van de uitgifte, beschikbaarheid of een mogelijke kortingsperiode van de effecten op opvallende wijze te presenteren, waardoor het risico bestaat dat de belegger gestuurd wordt om snel te handelen. Dit zijn mededelingen zoals ‘op = op’ en ‘wees er snel bij’.

  • Risico’s niet letterlijk benoemen of niet als dusdanig formuleren. Bijvoorbeeld als er nadruk wordt gelegd op de overdraagbaarheid van effecten terwijl de beperkte verhandelbaarheid ervan juist een risico is.

  • Vergelijking van twee verschillende producten met verschillende risico’s, waarbij het verschil in risico niet expliciet benoemd wordt. Bijvoorbeeld wanneer een belegging met een spaarproduct wordt vergeleken, terwijl het onderscheid in risico niet duidelijk wordt gemaakt.

  • Rendement, uitkering of aflossing ‘vast’ of ‘gegarandeerd’ noemen zonder dat dit echt vast of gegarandeerd is. Dit wekt bij beleggers onterecht de indruk wekken dat het een zekerheid is.

  • Schetsen van historische rendementen die niet representatief zijn. Bijvoorbeeld omdat zij gebaseerd zijn op een te korte periode of omdat niet alle historische rendementen in de geselecteerde periode worden meegenomen.

  • Belangrijke voorbehouden achterwege houden ten aanzien van een positief kenmerk. Bijvoorbeeld over beperkingen op de verhandelbaarheid, over vervroegde aflossing of over opties voor het verlengen van de looptijd.

In overeenstemming met prospectus

Spreekt informatie in een reclame-uiting de informatie in het prospectus tegen? Dan is de informatie niet in overeenstemming met het prospectus. De informatie in de reclame-uiting moet inhoudelijke consistent zijn met het prospectus. De informatie is bijvoorbeeld niet consistent als de reclame-uiting een beeld vormt dat niet overeenkomt met het door het prospectus gevormde beeld.

Evenwichtig

Reclame – en andere mondelinge en schriftelijke informatie – mag geen materieel onevenwichtig beeld van de informatie in het prospectus geven. Reclame is niet evenwichtig als: 

  • de positieve kenmerken van het product prominenter gepresenteerd worden dan de negatieve kenmerken
  • de informatie negatieve kenmerken weglaat, terwijl het wel positieve kenmerken benoemd
  • de positieve kenmerken van het product in specifieke bewoordingen en de negatieve kenmerken in algemene bewoordingen staan
  • niet-marktconforme kenmerken van het product niet vermeld worden.

Alternatieve prestatiemaatstaven in reclame

Soms worden in het prospectus (alternatieve) prestatiemaatstaven opgenomen die niet afkomstig zijn uit de jaarrekening. Dit worden Alternative Performance Measures (‘APM’s’) genoemd en moeten voldoen aan de ESMA Guidelines on Alternative Performance Measures. In reclame mogen deze APM’s benoemd worden, maar alleen als deze ook benoemd staan in het prospectus.

Nieuwe vereisten onder de Prospectusverordening

Naast de bovengenoemde normen zijn er enkele nieuwe vereisten onder de Prospectusverordening ten opzichte van de Prospectusrichtlijn 2003/71/EG. Een aantal belangrijke nieuwe vereisten worden hier benoemd.

Herkenbaar

Reclame moet als zodanig herkenbaar zijn. Artikel 14, lid 1 onder (a) van de Gedelegeerde Verordeningen vereist dat alle reclame het woord ‘reclame’ op een prominente plek bevat. Bij mondelinge reclame aan het begin verteld worden dat het om reclame gaat.

Onderscheid met prospectus

Soms lijkt reclame, zoals een brochure, veel op het prospectus. De lengte van de brochure komt dan nagenoeg overeen met die van het prospectus. Artikel 14, lid 2 Gedelegeerde Verordening vereist dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen reclame en het prospectus. De vorm en de lengte van reclame moeten ervoor zorgen dat beleggers het niet verwarren met het prospectus.

Verplichte waarschuwingen

Wordt er in de reclame verwezen naar het feit dat het prospectus is goedgekeurd door de AFM (door de woorden ‘goedgekeurd’ of ‘AFM’)? Dan zijn op grond van artikel 14, lid 1 onder (b) en (c) van de Gedelegeerde Verordening de opname van bepaalde waarschuwingen vereist. Deze verplichting geldt ook voor reclame met een kleine omvang, zoals banners. Verwijst u alleen naar het prospectus (zonder bijvoorbeeld woorden als ‘goedgekeurd’ of ‘AFM’)? Dan geldt deze verplichting niet.

Aanpassing reclame na publicatie supplement

Wijzigt informatie in het prospectus door een aanvulling (‘supplement’)? Als de te wijzigen informatie ook wordt vermeld in reclame, dan moet op grond van artikel 15 van de Gedelegeerde Verordening de reclame ook aangepast worden. In de aangepaste reclame moet benoemd worden dat de oorspronkelijke reclame aangepast wordt en hoe de informatie is gewijzigd. Met uitzondering van mondelinge reclame moet alle aangepaste reclame zonder vertraging gepubliceerd worden, op dezelfde manier als de oorspronkelijke reclame.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Effectenuitgevende ondernemingen