Terug

Publicaties Voor Crowdfundingplatformen

De AFM vindt het belangrijk dat de crowdfundingsector de ruimte krijgt om op een duurzame en verantwoorde manier te groeien. Dat betekent dat ze voldoet aan een aantal randvoorwaarden, zoals professionele platformen, een minimumniveau aan transparantie, en een bepaalde mate van bescherming van de geldgever en geldvrager.

Nieuwsbriefarchief crowdfunding

Hiernaast vindt u de link naar een overzicht van de gearchiveerde nieuwsbrieven die door de AFM zijn verstuurd. Wij houden u met deze nieuwsbrief op de hoogte van de voor u relevante trends in toezicht op crowdfunding.

Consumentenonderzoek crowdfunding

In maart 2016 is het gedrag onderzocht van consumenten die investeren in crowdfunding. Dit deed de AFM in samenwerking met 5 crowdfundingplatformen. Ruim 800 investeerders hebben via een vragenlijst informatie verstrekt over hun kenmerken, doelen en verwachtingen. Ook gaven zij toestemming voor het delen van hun transactiegegevens op anonieme basis. Het onderzoek biedt inzicht in het profiel van de Nederlandse crowdfundinginvesteerder en de risico’s die hij loopt.

Bevindingen

De AFM constateert dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen verschillende investeerders. Bijvoorbeeld in de mate waarin zij spreiding aanbrengen. Op basis van persoonskenmerken, motivatie en gedrag onderscheidt de AFM 4 segmenten:

  • feel good-investeerders die maatschappelijk willen bijdragen
  • ervaren beleggende rendementszoekers die een alternatief zoeken voor regulier sparen of beleggen
  • niet-beleggende rendementszoekers zonder veel eigen beleggingservaring
  • grootinvesteerders.

Ook tussen platformen bestaan grote verschillen, bijvoorbeeld in de bedragen die consumenten investeren.

Er zijn 2 aandachtspunten waarover de AFM met de sector in gesprek gaat: het begrip dat investeerders hebben van de risico’s van crowdfunding en het investeren van een verantwoord deel van het vermogen.

Risicoperceptie

Uit het onderzoek blijkt dat een grote groep respondenten veel waarde hecht aan de risicokwalificatie die het crowdfundingplatform geeft aan het project bij het nemen van een beslissing. De AFM gaat daarom extra toezien op de kwaliteit van deze informatie. Verder hebben respondenten voor verschillende beleggingsproducten aangegeven hoe groot zij de risico’s op verlies inschatten.

De risicobeoordeling van crowdfundingprojecten komt redelijk overeen met die van beleggingsfondsen in Nederlandse aandelen. 24% beoordeelt investeren in crowdfundingprojecten als een groot of zeer groot risico. 39% beoordeelt het risico als klein of zeer klein. 21% vindt investeren in een beleggingsfonds een groot of zeer groot risico terwijl 21% hier een klein of zeer klein risico in ziet. Het risico van beleggen in aandelen uit de AEX of turbo’s wordt hoger ingeschat, respectievelijk 41% en 73% vindt het risico groot of zeer groot. Daarnaast beoordeelt 6% het risico van investeren in Nederlandse aandelen als klein of zeer klein tegenover 39% bij crowdfunding.

Evaluatie

In het najaar evalueert de AFM de verhoging van de investeringsgrenzen en de daaraan verbonden voorschriften die per 1 april 2016 van toepassing zijn. Het uitgevoerde onderzoek – de 0-meting – vormt hiervoor de basis. Als onderdeel van de evaluatie wordt eind 2016 opnieuw een consumentenonderzoek – de 1-meting - uitgevoerd.

Gerben Everts tijdens Crowdfunding Day Europe 2016

Op 25 mei sprak Gerben Everts, namens de AFM over ‘Growth and perspective of Crowdfunding’ en de rol van toezicht in deze relatief nieuwe vorm van de financieringsmarkt.

In de prikkelende openingsdiscussie, met Mark Rutte en Rien Nagel (Rabobank) werd ingegaan op het spanningsveld tussen ‘Dromen en risico’s van crowdfunding’.

De AFM ziet dat crowdfunding een belangrijk element is in de innovatie van de financiering van de economie. Loanbased en equitybased crowdfunding is complementair aan een deel van de markt dat door de banken nu vaak wordt losgelaten. Gerben: “Het is nog klein en een groeimarkt. Zoiets moet je niet dicht reguleren, maar juist ruimte geven. Opschalen naar volwassen regelgeving zal gelijke pas houden met de groei van het volume en de risico’s."

Hiernaast staat de speech van Gerben Everts, deze hoort bij de slides van de presentatie.

Crowdfunding - Naar een duurzame sector

In ons rapport Crowdfunding – naar een duurzame sector van december 2014 signaleren wij enkele knelpunten in de regelgeving die een duurzame ontwikkeling van crowdfunding belemmeren. In de afgelopen periode zijn de volgende aanpassingen in wetgeving gerealiseerd:

  • Vrijstelling van artikel 3.5 Wft (verbod aantrekken opvorderbare gelden) van de geldvrager
    Met deze vrijstelling is een wettelijke beperking van crowdfunding voor zakelijke geldvragers opgeheven. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016. Het nieuwe artikel 24b van de Vrijstellingsregeling Wft voorziet in een op crowdfunding gerichte vrijstelling van het verbod om van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben waarbij het op te halen bedrag niet groter mag zijn dan €2,5 miljoen. Voorwaarde is dat dit wordt gedaan via een crowdfundingplatform met een ontheffing.

  • Uitzondering op het provisieverbod (artikel 168a Bgfo) voor beleggingsdiensten van crowdfundingplatformen
    Voor beleggingsondernemingen geldt het provisieverbod. Dit houdt in dat crowdfundingplatformen die als beleggingsonderneming kwalificeren geen vergoeding mogen ontvangen van geldvragers. Bij crowdfundingplatformen die niet als beleggingsonderneming kwalificeren kan echter wel een vergoeding van de geldvrager worden gevraagd, omdat het provisieverbod niet geldt. De vergoeding die het platform (bij een succesvol project) van de geldvrager ontvangt, is voor crowdfundingplatformen in het algemeen de belangrijkste bron van inkomsten. Een platform dat kwalificeert als beleggingsonderneming zou door het provisieverbod geen duurzaam verdienmodel kunnen ontwikkelen. Om de ontwikkeling van platformen die als beleggingsonderneming kwalificeren niet te belemmeren, is een uitzondering op het provisieverbod gecreëerd voor beleggingsdiensten in het kader van een publieksinvestering. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016.

  • Versterking van het ontheffingsregime voor opvorderbare gelden (artikel 4:3, lid 4, Wft)
    Met het oog op de gewenste professionalisering van de platformen en daarmee de bescherming van geldgevers en –vragers is het ontheffingsregime versterkt en worden er meer concrete vereisten aan de ontheffing verbonden. De vereisten houden een geschiktheidstoetsing in voor dagelijks beleidsbepalers en (indien van toepassing) leden van het toezichthoudend orgaan van ontheffinghoudersartikel 2a Bgfo). Ook zijn vereisten opgenomen voor het voeren van een beheerste en integere bedrijfsvoering (artikel 2b van het BGfo). In de nieuwsbrief van december 2015 is deze wijziging al aangekondigd. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016.

Inzichten zelfstandige beleggers

De AFM heeft de inzichten van het verkennend onderzoek “Belangrijke inzichten over zelfstandige beleggers” meegenomen bij de zorgvuldige aanpak en benadering van het wijzigen van de voorschriften ten aanzien van de investeringsgrenzen. Het onderzoek concludeert met het vermoeden dat de passendheidstoets zoals deze bij beleggingsondernemingen wordt afgenomen beperkt effectief is. Voor crowdfundingplatformen is er daarom onder andere voor gekozen om vermogensvragen aan de investeerderstoets toe te voegen. Het rapport is gepubliceerd in december 2015.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Crowdfundingplatformen

Wet- en regelgeving