Terug

Publicaties Voor Crowdfundingplatformen

De AFM vindt het belangrijk dat de crowdfundingsector de ruimte krijgt om op een duurzame en verantwoorde manier te groeien. Dat betekent dat ze voldoet aan een aantal randvoorwaarden, zoals professionele platformen, een minimumniveau aan transparantie, en een bepaalde mate van bescherming van de geldgever en geldvrager.

Nieuwsbriefarchief crowdfunding

Hiernaast vindt u de link naar een overzicht van de gearchiveerde nieuwsbrieven die door de AFM zijn verstuurd. Wij houden u met deze nieuwsbrief op de hoogte van de voor u relevante trends in toezicht op crowdfunding.

Consumentenonderzoek crowdfunding

De rapportage ‘Evaluatie crowdfundingvoorschriften’ beschrijft de belangrijkste bevindingen uit twee consumentenonderzoeken die de AFM heeft verricht. Consumentenonderzoek helpt de AFM om haar toezicht te richten op de belangrijkste risico’s en om effectieve interventies te ontwikkelen. Per 1 april 2016 zijn de vernieuwde voorschriften in werking getreden voor crowdfundingplatformen. Deze voorschriften zijn bedoeld om crowdfunding investeerders te beschermen tegen niet-passende beslissingen. Bij de introductie van de voorschriften is afgesproken dat er een evaluatie zou worden uitgevoerd na een pilotperiode van een jaar.

De AFM signaleert in haar onderzoek drie risico’s:

1. Hoewel de risico’s van crowdfunding op de lange termijn nog onduidelijk zijn, lijkt een groep investeerders de risico’s van crowdfunding te onderschatten. Ten opzichte van de nulmeting schatten investeerders het risico dat ze het geïnvesteerde bedrag niet volledig terugkrijgen hoger in. Desalniettemin verwacht ruim de helft van de respondenten een wanbetalingspercentage van minder dan 5 procent.

2. Een toenemend aantal investeerders negeert het advies om maximaal 10 procent van het vrij belegbare vermogen in crowdfunding te investeren. 60 procent van de respondenten investeert meer dan 10 procent van het vrij belegbare vermogen. Voornamelijk investeerders met een relatief klein vermogen investeren boven deze grens. Dat is een groep die de AFM zorgen baart. Crowdfunding investeerders brengen over het algemeen wel voldoende spreiding aan. Zeven procent van de respondenten investeert in de éénmeting meer dan 10 procent van het vrij belegbare vermogen in crowdfunding én spreidt weinig. Ook deze groep baart de AFM zorgen.

3. Er is sprake van grote schaarste in de crowdfundingmarkt. De gemiddelde tijd waarin investeerders konden instappen, daalde in de onderzoeksperiode naar enkele uren. Dit was het geval voor nagenoeg alle projecten, ongeacht de risicoklasse. Vrijwel alle platformen spelen op hun websites in op de relatieve schaarste van projecten. Onder druk van schaarste, en de perceptie van schaarste die platformen opwekken in hun marketing, nemen crowdfunding investeerders in zeer korte tijd financiële beslissingen. De AFM verwacht dat crowdfundingplatformen hun keuzeomgeving zodanig ingeven dat deze verantwoord investeren bevordert.

Vervolgstappen

De AFM spant zich in om de sector stap voor stap te begeleiden naar een volwassen markt. Op dit moment worden de voorschriften op een aantal punten aangescherpt. Er wordt een nieuw voorschrift geïntroduceerd, dat luidt dat projectinformatie 48 uur vóór openstelling van de inschrijving op het platform beschikbaar moet zijn. Dit verlengt de beslistijd in een markt van schaarste. De 24-uurs wachttijd nadat de investering is gedaan blijft ongewijzigd. Verder verwacht de AFM van de sector een flinke inspanning om te waarborgen dat investeerders zich vaker houden aan het advies om maximaal 10 procent van hun vrij belegbare vermogen te investeren in crowdfunding. Consumenten mogen afwijken van deze richtlijn maar platformen moeten deze afwijkingen wel op individuele basis kunnen verantwoorden. Bovendien moet een platform tenminste aan de AFM kunnen uitleggen waarom zij het gerechtvaardigd vindt dat een investeerder meer dan de geadviseerde 10 procent investeert in crowdfunding.
Zodra de aangescherpte voorschriften beschikbaar zijn, zullen deze op de website van de AFM worden gepubliceerd.

Gerben Everts tijdens Crowdfunding Day Europe 2016

Op 25 mei sprak Gerben Everts, namens de AFM over ‘Growth and perspective of Crowdfunding’ en de rol van toezicht in deze relatief nieuwe vorm van de financieringsmarkt.

In de prikkelende openingsdiscussie, met Mark Rutte en Rien Nagel (Rabobank) werd ingegaan op het spanningsveld tussen ‘Dromen en risico’s van crowdfunding’.

De AFM ziet dat crowdfunding een belangrijk element is in de innovatie van de financiering van de economie. Loanbased en equitybased crowdfunding is complementair aan een deel van de markt dat door de banken nu vaak wordt losgelaten. Gerben: “Het is nog klein en een groeimarkt. Zoiets moet je niet dicht reguleren, maar juist ruimte geven. Opschalen naar volwassen regelgeving zal gelijke pas houden met de groei van het volume en de risico’s."

Hiernaast staat de speech van Gerben Everts, deze hoort bij de slides van de presentatie.

Crowdfunding - Naar een duurzame sector

In ons rapport Crowdfunding – naar een duurzame sector van december 2014 signaleren wij enkele knelpunten in de regelgeving die een duurzame ontwikkeling van crowdfunding belemmeren. In de afgelopen periode zijn de volgende aanpassingen in wetgeving gerealiseerd:

  • Vrijstelling van artikel 3.5 Wft (verbod aantrekken opvorderbare gelden) van de geldvrager
    Met deze vrijstelling is een wettelijke beperking van crowdfunding voor zakelijke geldvragers opgeheven. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016. Het nieuwe artikel 24b van de Vrijstellingsregeling Wft voorziet in een op crowdfunding gerichte vrijstelling van het verbod om van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben waarbij het op te halen bedrag niet groter mag zijn dan €2,5 miljoen. Voorwaarde is dat dit wordt gedaan via een crowdfundingplatform met een ontheffing.

  • Uitzondering op het provisieverbod (artikel 168a Bgfo) voor beleggingsdiensten van crowdfundingplatformen
    Voor beleggingsondernemingen geldt het provisieverbod. Dit houdt in dat crowdfundingplatformen die als beleggingsonderneming kwalificeren geen vergoeding mogen ontvangen van geldvragers. Bij crowdfundingplatformen die niet als beleggingsonderneming kwalificeren kan echter wel een vergoeding van de geldvrager worden gevraagd, omdat het provisieverbod niet geldt. De vergoeding die het platform (bij een succesvol project) van de geldvrager ontvangt, is voor crowdfundingplatformen in het algemeen de belangrijkste bron van inkomsten. Een platform dat kwalificeert als beleggingsonderneming zou door het provisieverbod geen duurzaam verdienmodel kunnen ontwikkelen. Om de ontwikkeling van platformen die als beleggingsonderneming kwalificeren niet te belemmeren, is een uitzondering op het provisieverbod gecreëerd voor beleggingsdiensten in het kader van een publieksinvestering. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016.

  • Versterking van het ontheffingsregime voor opvorderbare gelden (artikel 4:3, lid 4, Wft)
    Met het oog op de gewenste professionalisering van de platformen en daarmee de bescherming van geldgevers en –vragers is het ontheffingsregime versterkt en worden er meer concrete vereisten aan de ontheffing verbonden. De vereisten houden een geschiktheidstoetsing in voor dagelijks beleidsbepalers en (indien van toepassing) leden van het toezichthoudend orgaan van ontheffinghoudersartikel 2a Bgfo). Ook zijn vereisten opgenomen voor het voeren van een beheerste en integere bedrijfsvoering (artikel 2b van het BGfo). In de nieuwsbrief van december 2015 is deze wijziging al aangekondigd. Deze regeling is in werking getreden op 1 april 2016.

Inzichten zelfstandige beleggers

De AFM heeft de inzichten van het verkennend onderzoek “Belangrijke inzichten over zelfstandige beleggers” meegenomen bij de zorgvuldige aanpak en benadering van het wijzigen van de voorschriften ten aanzien van de investeringsgrenzen. Het onderzoek concludeert met het vermoeden dat de passendheidstoets zoals deze bij beleggingsondernemingen wordt afgenomen beperkt effectief is. Voor crowdfundingplatformen is er daarom onder andere voor gekozen om vermogensvragen aan de investeerderstoets toe te voegen. Het rapport is gepubliceerd in december 2015.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Crowdfundingplatformen

Wet- en regelgeving