Terug

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) Voor Beleggingsondernemingen

Beleggingsondernemingen zijn op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) onder meer verplicht een cliëntenonderzoek in te stellen bij het aangaan van een zakelijke relatie.

Verder zal de beleggingsonderneming ook moeten vaststellen wie de Ultimate Beneficial Owner (UBO) van een  rechtspersoon is en een melding moeten doen bij de Financial Intelligence Unit (FIU) indien er sprake is van een ongebruikelijke transactie (MOT-melding).

De Wwft kent een risicogeoriënteerde benadering

Deze risicogeoriënteerde benadering brengt met zich mee dat beleggingsondernemingen zelf een inschatting mogen maken van de risico's die bepaalde cliënten, diensten en transacties met zich meebrengen. Beleggingsondernemingen dienen hiertoe te beschikken over interne procedures en maatregelen die hen in staat stellen om te voldoen aan de verplichtingen uit de Wwft.

Good practices voor beleggingsondernemingen die zich richten op particuliere beleggers

Het merendeel van de beleggingsondernemingen die zich richten op particuliere beleggers is in de veronderstelling dat zij volledig voldoet aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Op papier is dat in veel gevallen ook zo. Maar de praktijk kan op onderdelen beter, zo blijkt uit een themaonderzoek van de AFM in 2015 naar de naleving van de Wwft bij beleggingsondernemingen die zich richten op particuliere beleggers. Naar aanleiding hiervan en om beleggingsondernemingen te ondersteunen in het treffen van adequate procedures en maatregelen, heeft de AFM een aantal 'good practices' opgesteld.

Toenemende aandacht Wwft

De AFM heeft de afgelopen jaren verscheidene keren de aandacht gevraagd voor de naleving van de Wwft. Zo heeft de AFM onder meer via het self assessment in 2012 vragen gesteld aan beleggingsondernemingen over de naleving van de Wwft en heeft de AFM guidance gegeven door de Leidraad Wwft in 2012 te publiceren. Deze leidraad is daarna aangepast in augustus 2013 en in maart 2015.

De Wwft maakt geen onderscheid tussen beleggingsondernemingen die zich enkel richten op particuliere beleggers, professionele beleggers of beleggingsondernemingen die handelen voor eigen rekening. Uitgangspunt van de Wwft is dat de beleggingsonderneming bewust omgaat met mogelijke witwas- en/of terrorismefinancieringsrisico’s. Deze risico’s moeten zoveel mogelijk worden verminderd door zowel het cliëntonderzoek bij acceptatie als de beleggingsdienstverlening of –activiteit daarna risico gebaseerd in te richten. Hierbij horen ook de nodige meldingsplichten.

In 2014 heeft de AFM opnieuw via het self assessment vragen gesteld aan beleggingsondernemingen over de naleving van de Wwft. Naar aanleiding van de uitkomsten van het self assessment roept de AFM beleggingsondernemingen op om meer aandacht te besteden aan (1) het op basis van risico’s classificeren van cliënten, (2) het periodiek toetsen of bestaande cliënten nog aan deze risicoclassificatie voldoen, en (3) het opnemen van alle verplichtingen van de Wwft, zoals het signaleren en melden van ongebruikelijke transacties, in schriftelijk vastgelegd beleid.

De uitkomsten van het self assessment zijn voor de AFM aanleiding geweest partijen persoonlijk aan te schrijven om de naleving van de Wwft onder de aandacht te brengen. Op deze brieven van de AFM is veel gereageerd. Beleggingsondernemingen geven bijvoorbeeld aan dat de antwoorden verkeerd zijn ingevuld en/of de vragen niet duidelijk zijn geweest. De AFM zal op alle reacties antwoord geven. Ook evalueert de AFM de reacties en zal dit betrekken in een eventuele volgende vragenlijst.

De AFM verwacht van partijen dat zij vragen van de AFM op adequate wijze beantwoorden. Op basis hiervan kan de AFM een goed beeld krijgen van de markt en haar risico gestuurde toezicht inrichten. Mocht een vraag van de AFM onduidelijk zijn, dan kunt u contact opnemen met de AFM hierover. Het Ondernemersloket is bereikbaar via 0800 – 6800 680 (gratis) of via ondernemersloket@afm.nl.

Periodieke toetsing risicocategorie

Het is van belang dat de instelling periodiek toetst of de cliënt nog voldoet aan de risicocategorie, zoals dat is opgesteld bij aanvang van de dienstverlening. Instellingen kunnen immers alleen ongebruikelijke transacties opmerken als zij een goed beeld hebben van de betreffende cliënt.

Blijkt uit bepaalde transacties dat de cliënt afwijkt van het profiel dan moet de instelling na gaan welke risico's dit oplevert. En hierbij de frequentie van de toetsing afstemmen op het vastgestelde profiel. Uitgangspunt is dat de frequentie en diepgang van de toets afhankelijk is van het risico dat de cliënt met zich meebrengt.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de Leidraad die de AFM heeft gepubliceerd over de Wwft.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Beleggingsondernemingen