Terug

ESMA-richtsnoeren over definitie grondstofderivaten

Nieuws

europa

Op 5 juni 2019 publiceerde ESMA haar richtsnoeren over het kwalificeren van het begrip ‘derivatencontracten betrekking hebbend op grondstoffen’ onder MiFID I en en nu MiFID II. 

De richtsnoeren zijn een herziening van de op 6 mei 2015 door ESMA gepubliceerde richtsnoeren over delen C6 en C7, bijlage I MiFID. Zowel de richtsnoeren uit 2015 als de herziene versie uit 2019 dienen hetzelfde doel: het kwalificeren van het begrip ‘derivatencontracten betrekking hebbend op grondstoffen’ onder MiFID I en nu MiFID II.

In de richtsnoeren van 5 juni 2019 wordt ten eerste de uitleg van het begrip ‘derivatencontracten betrekking hebbend op grondstoffen’ gewijzigd als gevolg van de door MiFID II geïntroduceerde nieuwe categorie handelsplatformen: de OTF (het georganiseerde handelsplatform). In principe geldt dat grondstofderivaten, waaronder forwards, die op een platform worden verhandeld en die fysiek afgewikkeld kunnen of moeten worden, financiële instrumenten zijn. Echter fysieke afgewikkelde voor groothandel bestemde energieproducten met verhandeling op een OTF vallen niet onder de reikwijdte van MiFID II. Ook wordt verduidelijkt wat fysieke afwikkeling inhoudt: het leveren van het goed of een document, of het op andere wijze overdragen van het eigendom.

Ten tweede bevestigen de richtsnoeren dat voor grondstofderivaten die niet op een platform verhandeld worden, geldt dat ze een financieel instrument zijn als ze geen spot contract zijn, en niet gebruikt worden voor commerciële doeleinden, en aan een aantal andere cumulatieve voorwaarden uit de Uitvoeringsverordening MiFID II (2017/565) voldoen.

De AFM past de definities  in deze richtsnoeren al toe in haar toezicht.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel