Terug

Standpunt AFM inzake Viaticale regelingen

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Kern Viaticale regelingen zijn beleggingsproducten waarbij consumenten in de gelegenheid worden gesteld te beleggen in levensverzekeringpolissen waarvan verwacht wordt dat deze op niet al te lange termijn (enkele jaren) tot uitkering zullen komen. De AFM geeft hieronder haar standpunt over hoe viaticale regelingen moeten worden gezien in het licht van de Wet op het financieel toezicht ("Wft").

Samengevat is de AFM van oordeel dat viaticale regelingen waarbij de consument één of meer polissen tegen betaling van een bepaald bedrag op zijn eigen naam laat overzetten, niet kwalificeren als effect, deelnemingsrecht in een beleggingsinstelling of beleggingsobject.

Dit ligt anders indien de aanbieder de polissen op zijn eigen naam overneemt en de belegger vervolgens wordt aangeboden te beleggen in deze aanbieder. In dat geval zal, behoudens enkele uitzonderingen, sprake zijn van effecten, deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling of, ter beoordeling van De Nederlandsche Bank ("DNB"), van opvorderbaar geld.

Historie
Een viaticale regeling is een contract, waarbij de belegger een belang verkrijgt in de uitkering bij overlijden van één of meerdere polissen van levensverzekering. Die levensverzekering is afgesloten op het leven van een persoon of meerdere personen met een geschatte levensverwachting van maximaal enkele jaren. De aan te kopen uitkering bij overlijden op één of meerdere polissen van levensverzekering wordt door de koper uitsluitend verworven voor beleggingsdoeleinden.

De handel in levensverzekeringen vindt haar oorsprong in Amerika. In het midden van de jaren tachtig boden HIV-patiënten hun levensverzekeringen aan de hoogste bieder aan. Nu er medicijnen op de markt zijn en HIV niet langer een terminale ziekte is, bestaan de aanbiedende polishouders niet meer alleen uit HIV-patiënten.

Terminale patiënten, zieken en bejaarden die hun levensverzekering te gelde willen maken verkopen hun uit de levensverzekering voortvloeiende rechten aan een onderneming, voor een bedrag dat lager is dan de begunstigde anders zou hebben ontvangen bij overlijden van de verzekerde. De onderneming krijgt zo de rechten van de uitkering uit de levensverzekering, die bij overlijden van de verzekerde zal worden uitgekeerd.

Vervolgens biedt die onderneming beleggers de gelegenheid, rechtstreeks of via derden, te beleggen in (een deel van) de viaticale regeling. Het rendement is daarbij afhankelijk van het moment van overlijden van de verzekerde. Uit een marktinventarisatie door de AFM blijkt dat viaticale regelingen de laatste jaren in steeds meer verschillende verschijningsvormen worden aangeboden.

Viaticale regelingen onder de Wft
De Wft benoemt viaticale regelingen niet als zodanig. In dit licht is de AFM van oordeel dat telkens, aan de hand van de specifieke eigenschappen en kenmerken van de viaticale regeling, dient te worden bepaald of en zo ja, in hoeverre de Wft van toepassing is.

Om te kunnen beoordelen in hoeverre viaticale regelingen vallen binnen het gedragstoezicht uit hoofde van de Wft, dienen de eigenschappen en kenmerken te worden geanalyseerd en te worden vergeleken met de eigenschappen en kenmerken van de met name in de Wft vermelde waardebewijzen en rechten.

Verschijningsvormen viaticale regelingen
Uit een marktverkenning door de AFM is gebleken dat viaticale regelingen in de regel één van de volgend verschijningsvormen hebben. Onderscheiden kan worden een aantal categorieën, waarbij de consument:

  1. door middel van cessie* (een deel van) één of meerdere levensverzekeringspolis(en) overneemt welke door een derde eerder zijn gesloten op het leven van een derde verzekerde en welke verzekering nog niet tot uitkering is gekomen; of
  2. een vordering verkrijgt op of een kapitaaldeelneming in de aanbieder van de viaticale regeling. De aanbieder gebruikt de aangetrokken gelden om te beleggen in levensverzekeringspolissen. Hier wordt dus de aanbieder begunstigde, in plaats van de consument zoals onder (1) het geval is. Binnen de variant (2) kan het rendement voor de consument op verschillende manieren worden bepaald:
    (a) een vast, veelal periodiek rendement; of
    (b) een variabel rendement dat afhankelijk is van de omvang van de voordelen die de aanbieder heeft uit de polissen.

Natuurlijk zal een combinatie van de verschillende vormen ook kunnen voorkomen of zullen er nog andere vormen kunnen zijn.

Standpunt AFM
Onderzocht is hoe de door de AFM nav de marktverkenning onderscheiden categorieën van viaticale regelingen onder de Wft gereguleerd worden. Daarbij is gekeken naar:

  • effect;
  • recht van deelneming in een beleggingsinstelling; en
  • beleggingsobject.

Meer specifiek geldt dat in de hiervoor onder (1) genoemde situatie, waarin de consument één of meerdere levensverzekeringspolis(en) overneemt, geen sprake zal zijn van effecten, deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen of beleggingsobjecten.

In de situaties als beschreven onder (2) neemt, in plaats van de consument zelf, de aanbieder de polis over. Hier zal zeer snel sprake zijn van effecten, deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling of, ter beoordeling van DNB, opvorderbaar geld.

Bij het bepalen of en zo ja op welke wijze de Wft hier toepassing vindt, is relevant de wijze waarop de consument vervolgens belegt in de aanbieder. Gebeurt dit in de vorm van aandelen of verhandelbare schuldbrieven met een vaste looptijd, hoofdsom en rendement, dan zal er sprake zijn van effecten en dient onder andere een door de AFM goedgekeurd prospectus beschikbaar te worden gesteld.

Een viaticale regeling uit categorie (2) kan ook de vorm hebben van een deelnemingsrecht in een beleggingsinstelling. Dat zal veelal het geval zijn indien er meerdere deelnemers zijn die deelgerechtigd zijn tot een portefeuille bestaande uit één of meer polissen. Is er sprake van een beleggingsinstelling, dan zal deze in beginsel moeten beschikken over een vergunning van de AFM en zal er een prospectus verkrijgbaar dienen te worden gesteld.

De vraag kan worden gesteld of viaticale regelingen kwalificeren als beleggingsobjecten. De hoofdregel is dat bij beleggingsobjecten een koppeling van het beleggingsproduct aan een zaak is vereist**. Viaticale regelingen zijn gekoppeld aan een levensverzekeringspolis en dat is geen zaak. Van een beleggingsobject zal dan ook niet snel sprake zijn.

Dit zal in de regel niet het geval zijn omdat de viaticale regeling doorgaans niet zal zijn gekoppeld aan een zaak maar aan een verzekeringsovereenkomst.

Het is mogelijk dat, bijvoorbeeld bij schuldbrieven, er tevens sprake is van het aantrekken van opvorderbare gelden. Dit kan het geval zijn indien er een nominale, opeisbare vordering is. Hierop is het toezicht van DNB van toepassing. Consumenten en marktpartijen kunnen over de vraag wanneer dit toezicht van toepassing is contact opnemen met DNB.

Gezien de vele verschijningsvormen van viaticale regelingen en de verschillende toezichtregimes onder de Wft, raadt de AFM consumenten en marktpartijen aan om in concrete gevallen contact op te nemen met de AFM.

(*) Cessie is het overdragen van een vordering op iemand anders aan een derde. Hoe dat dient te gebeuren is geregeld in artikel 3:94, eerste lid Burgerlijk Wetboek, waar wordt aangegeven dat tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen rechten geleverd door een daartoe bestemde akte, en mededeling daarvan aan die personen door de vervreemder of de verkrijger.

(**) Met uitzondering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen beleggingsobjecten.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel