Terug

Checklist beleggen in obligaties

Gebruik deze checklist om na te gaan of een belegging in een obligatie risicovoller is dan je misschien op het eerste gezicht denkt.

Kijk vervolgens of deze belegging past binnen je beleggingsdoelstellingen. Kom je er zelf niet uit? Overweeg dan deskundig advies in te winnen. Onderstaande vragen en antwoorden helpen je om de risico’s beter in te schatten.

1. Wordt het geld dat je uitleent aan een bedrijf belegd in een andere onderneming?

Bij sommige obligaties gebruikt men het opgehaalde geld om daarmee in andere ondernemingen te beleggen. De opbrengsten van deze beleggingen worden onder andere gebruikt om de obligaties af te lossen. Als belegger ben je afhankelijk van de onderliggende beleggingen en draag je dus het volledige beleggingsrisico terwijl je waarschijnlijk denkt dat je in relatief veilige obligaties investeert.

2. Aan wie leen je het geld uit? En kan de aanbieder het wel terugbetalen?

Doe goed onderzoek naar de onderneming aan wie je het geld uitleent. Worden er zekerheden geboden? Wat is daarvan de waarde en wanneer worden deze ingeroepen? Ga ook na wie garanties en zekerheden verstrekt. Bestaat de onderneming nog maar kort? Is dit hun eerste obligatie uitgifte?!

3. Heeft de uitgevende instelling weinig eigen vermogen?

Bij een extreme verhouding van vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen loop je als obligatiebelegger een verhoogd risico bij een faillissement van de uitgevende onderneming. Bijvoorbeeld bij meer dan 95% vreemd vermogen ten opzichte van 5% eigen vermogen. Beleggers in obligaties staan namelijk bijna achteraan in de rij van schuldeisers en zijn vaak hun geld kwijt bij een faillissement.

Een obligatie valt bedrijfseconomisch onder vreemd vermogen, terwijl een aandeel onder eigen vermogen valt. Bij een faillissement heeft eigen vermogen een achtergestelde positie ten opzichte van vreemd vermogen. Maar als het eigen vermogen bijna nihil is loopt een obligatiehouder in veel gevallen een gelijk risico met de aandeelhouder. Een aandeelhouder krijgt echter een hogere vergoeding voor zijn risico bij een eventuele winst. Een obligatiehouder krijgt nooit meer dan de vooraf vastgestelde rente.

4. Is de bedrijfsstructuur ondoorzichtig?

Risicovolle aanbiedingen van obligaties kenmerken zich vaak door een complexe (juridische) structuur. Hierbij is het meestal ondoorzichtig welke zekerheden obligatiehouders hebben. Een gelaagde groepsstructuur is hier een voorbeeld van. Een gelaagde groepsstructuur kenmerkt zich door een keten van diverse ondernemingen die elk eigendom zijn van de juridisch bovenliggende maatschappij (de moedermaatschappij). De bestuurders van de diverse individuele ondernemingen zijn dan ook vaak dezelfde personen. Deze gelaagde groepsstructuur wordt vaak onduidelijk en onvolledig weergegeven in de documentatie die hoort bij de obligatie uitgifte. Daarnaast wordt ook vaak een aparte onderneming opgericht, specifiek voor het uitgeven van de obligatie; een Special Purpose Vehicle (SPV).

Een complexe bedrijfsstructuur wordt ook vaak gebruikt om te verhullen welke kosten de initiatiefnemer aan de groep in rekening brengt. Deze kosten worden in veel gevallen gefinancierd uit de opbrengst van de obligatie. Voordat er dan rente en aflossing op de obligatie kan worden betaald, moeten eerst deze kosten door de opbrengsten van de beleggingen worden goedgemaakt.

5. Zijn er schijnzekerheden? Zijn hypotheken bijvoorbeeld echt gevestigd, of zijn er partijen die als eerste aanspraak hebben op de zekerheden?

Een ander kenmerk van een risicovolle obligatie is de afwezigheid van zekerheden. Een risicovolle obligatie wordt vaak (onder andere) gekenmerkt door een achtergestelde positie ten opzichte van andere schuldeisers. Dit betekent dat het minder zeker is dat je jouw geld terugkrijgt bij een faillissement. Als obligatiebeleggers een tweede hypotheekrecht ontvangen van een onbekende grootte, geeft dit ook een schijnzekerheid. Meestal heeft een bank het eerste hypotheekrecht en bij een faillissement blijft er mogelijk niets over voor de belegger. Bij onwenselijke beleggingen worden deze garanties vaak aangevuld met andere zekerheden die niets voorstellen.

Ook worden beleggingen die met de obligaties zijn gefinancierd, vaak als zekerheid geboden. Dit is een schijnzekerheid. Immers als de belegging goed verloopt en het onderpand dus ook iets waard is, zal er over het algemeen geen sprake zijn van een wanbetaling van rente en aflossing op de obligaties. Als deze beleggingen niet goed verlopen loop je de kans dat er onvoldoende middelen zijn om de rente en aflossing op de obligaties te voldoen. In zo’n geval zal ook de waarde van de beleggingen, en dus het onderpand, onvoldoende zijn.

6. Zijn de kosten die voor rekening van de belegger komen erg hoog?

Veel aanbiedingen van risicovolle obligaties kenmerken zich door hoge initiële(eerste) kosten die in veel gevallen ten gunste van de initiatiefnemer komen. Dit betekent dat net na de uitgifte al veel (hoge) kosten worden betaald uit de inleg van de obligatiebeleggers. Deze kosten moeten eerst door de initiatiefnemer worden goedgemaakt uit de beleggingen, voordat er rente en aflossing op de obligatie kan betaald worden. Ga dus goed na of de belegging voldoende rendement oplevert. Ook kunnen er bij obligatie beleggingen hoge doorlopende kosten zijn.

7. Hebben de obligaties een hoog (gegarandeerd) rendement?

Een hoog rendement betekent over het algemeen ook een hoog risico. Het is moeilijk om een rendement te garanderen als de inleg moet komen uit beleggingen. Als een aanbieder een rendementsgarantie verstrekt, moet hij dat ook kunnen betalen. Dit geldt ook voor garanties voor terugbetaling van de inleg. Er kunnen zich veel ontwikkelingen voordoen die invloed hebben op het rendement. Zo kunnen rentebetalingen stopgezet worden als het financieel slecht gaat met de instelling die de obligaties uitgeeft. Ook kan de rente afhankelijk zijn van de opbrengst van de belegging. Dit soort uitzonderingen op rentebetalingen staat vaak alleen in de productvoorwaarden beschreven. Ze worden nergens anders vermeld. Lees deze voorwaarden daarom altijd goed door.

8. Meer informatie nodig

Je kunt meer informatie terugvinden in een goedgekeurd prospectus of in een informatiememorandum. Dit informatiememorandum verstrekt de uitgevende instellingen die gebruik maken van een vrijstelling. Vraag ernaar als je deze niet ontvangt. Lees de informatie goed door en maak gebruik van onze checklist. Heb je twijfels, is de informatie onduidelijk of lijkt de informatie onvolledig? Stap dan niet in. Of vraag een deskundige en betrouwbare adviseur om je verder te helpen.

Informatie delen

Delen via: deel