Terug

Rapport: Evaluatie eerste 89 uitgevoerde onderzoeken ter plaatse bij niet-OOB vergunningaanvragers

Rapport Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Veel kleine accountantskantoren zullen verbeteringen moeten doorvoeren om voor een vergunning in aanmerking te kunnen komen. Ze voldoen voor een groot deel nog niet aan de eisen die de Wet toezicht accountantorganisaties (Wta) aan het doen van wettelijke controles stelt. Dit blijkt uit de eerste 89 onderzoeken die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft uitgevoerd bij aanvragers van een vergunning.

De onderzoeken die de AFM tot nu toe heeft uitgevoerd zijn gedaan bij accountantskantoren die geen controles uitvoeren bij zogeheten organisaties van openbaar belang (beursgenoteerde ondernemingen, kredietinstellingen en verzekeraars). Van de 89 kantoren komen er 18 in aanmerking voor een vergunning. 71 kantoren voldoen niet, of nog niet geheel aan de eisen. Bij 25 kantoren zijn de tekortkomingen zodanig dat de AFM het voornemen heeft geen vergunning te verlenen. De overige 46 kantoren krijgen een maand de tijd om orde op zaken te stellen.

De Wet toezicht accountantsorganisaties is sinds oktober 2006 van kracht en stelt een aantal concrete eisen aan accountantskantoren om de kwaliteit van de accountantscontrole te waarborgen. Accountantsorganisaties die wettelijke controles verrichten moeten een vergunning hebben en vallen onder het toezicht van de AFM. Sinds eind 2006 is de AFM bezig met het beoordelen van de oorspronkelijk ruim 700 vergunningaanvragen, onder meer door onderzoeken ter plaatse uit te voeren. Bij zo’n onderzoek worden controledossiers ook inhoudelijk beoordeeld.

De belangrijkste tekortkomingen bij de onderzochte kantoren betreffen het ontbreken van een in de praktijk werkend stelsel van kwaliteitsbeheersing en gebreken in de uitvoering van de controle. Uit de 89 onderzoeken, die in de periode december 2006 tot april 2007 zijn uitgevoerd, blijkt dat vooral kleinere kantoren die geen of slechts enkele wettelijke controles verrichten, moeite hebben om aan de wettelijke eisen te voldoen. Voor kantoren met een substantiële controlepraktijk zijn de resultaten beter. Hier verwacht de AFM in slechts enkele gevallen tot een afwijzing te komen.
   
De eerste serie onderzoeken is voor de AFM aanleiding om meer kantoren te bezoeken dan aanvankelijk was gepland. De AFM is daarom in overleg met het ministerie van Financiën over verlenging van de termijn voor vergunningverlening met één jaar. In het lopende kwartaal zal de AFM zich zoals gepland bezighouden met het toetsen van accountantskantoren die organisaties van openbaar belang controleren. Vanaf juli worden de toetsingen bij de niet-OOB-kantoren hervat.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel