Terug

In welke gevallen verricht een instelling een standaard cliëntenonderzoek?

Een onderneming moet een standaard cliëntenonderzoek verrichten in de volgende gevallen:

  • Wanneer zij in of vanuit Nederland een zakelijke relatie aangaat.
  • Wanneer zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt van ten minste 15.000 euro, of twee of meer transactie waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van meer dan 15.000 euro.
  • Wanneer er indicaties zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme.
  • Wanneer zij twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt.
  • Wanneer het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of financieren van terrorisme daartoe aanleiding geeft.
  • Wanneer er een verhoogd risico op witwassen of financieren van terrorisme geeft, gelet op de staat waarin een cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft.

Het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht is aangescherpt sinds 1 januari 2013. Dit houdt onder meer in dat de onderneming moet vaststellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is. De onderneming moet de natuurlijke persoon identificeren en diens identiteit verifiëren.

Stromanconstructies

Daarnaast moet de onderneming zogenaamde ‘stromanconstructies’ herkennen. Dit zijn constructies waarbij personen ingezet worden om op eigen naam, maar ten behoeve van (criminele) derden transacties te verrichten. De onderneming moet op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om na te gaan of de natuurlijke persoon voor zichzelf optreedt dan wel voor anderen.



Naar alle veelgestelde vragen