Terug

Welke vormen van het cliëntenonderzoek kent de WWFT?

  1. Het vereenvoudigd cliëntenonderzoek. Bij het vereenvoudigd cliëntenonderzoek is er sprake van cliënten bij wie een laag risico bestaat op witwassen en financieren van terrorisme. Voorbeelden van zulke cliënten zijn Nederlandse overheidsinstanties en beursgenoteerde ondernemingen inclusief de dochtervennootschappen.

  2. Het standaard cliëntenonderzoek. Het identificeren en verifiëren van de identiteit van de cliënt.

  3. Het verscherpt cliëntenonderzoek. De wetgever heeft bepaald dat in gevallen waarbij sprake is van cliënten die een hoog risico vormen, een verscherpt cliëntenonderzoek plaats moet vinden. De wetgever heeft drie voorbeelden genoemd:
    1. Het betreft een zakelijke relatie of transactie met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.
    2. De cliënt is fysiek niet aanwezig.
    3. De cliënt is een buiten Nederland woonachtige PEP. Nieuw is dat PEP’s die in Nederland wonen maar een niet-Nederlandse nationaliteit hebben, ook onder het verscherpte cliëntenonderzoek vallen.

Sinds de wetswijziging van 1 januari 2013 moet de instelling niet alleen van de cliënt, maar ook van de UBO controleren of deze een PEP is.



Naar alle veelgestelde vragen