Terug

Provisie en beloning (fd) - provisieverbod klant kiest

Veelgestelde vragen voor Provisie en beloning (fd) - provisieverbod klant kiest

Mogen directe aanbieders en onafhankelijke adviseurs een gratis oriëntatiegesprek aanbieden?

Ja. Directe aanbieders en onafhankelijke adviseurs/bemiddelaars mogen klanten een gratis oriëntatiegesprek aanbieden. In de oriëntatie kunnen aanbieders de klant duidelijk maken hoe de dienstverlening eruit zal zien en wat de kosten hiervan zijn. Als de klant besluit om een advies af te nemen, dan moeten aanbieders deze kosten rechtstreeks bij de klant in rekening brengen.

Geen specifiek advies

Meestal is één gesprek voldoende voor een oriëntatie. Het is niet de bedoeling dat er tijdens een oriëntatiegesprek specifiek advies wordt gegeven, bijvoorbeeld door concreet naar de situatie van de klant te kijken. Zodra wordt overgegaan tot advisering, moeten advieskosten in rekening worden gebracht bij de klant.

Uiteraard kunnen aanbieders klanten ook in de beheerfase een kostenloze oriëntatie op de dienstverlening aanbieden.

Zie ook de vragen:

Stuur deze vraag door

Wat valt er onder het gratis oriëntatiegesprek dat vooraf kan gaan aan financieel advies?

Onder een oriëntatiegesprek verstaat de AFM een gesprek waarin de directe aanbieder of adviseur/bemiddelaar een globale indruk geeft van zijn dienstverlening en de kosten daarvan. In deze fase kunnen klant en adviseur globaal vaststellen of zij iets voor elkaar kunnen betekenen. Bijvoorbeeld in het geval van een hypotheek kan de klant op hoofdlijnen bepalen of de dienstverlener een oplossing kan bieden die in zijn behoefte kan voorzien.

Het is belangrijk dat de klant zich goed oriënteert op de dienstverlening van de adviseurs/bemiddelaars en directe aanbieders. In de oriëntatiefase kan de klant onderzoeken welke dienstverlening hij van welke partijen, tegen welke kosten wil afnemen.

Stuur deze vraag door

Waarvoor en voor wie geldt het kostprijsmodel voor het berekenen van advies- en distributiekosten?

Om de advies- en distributiekosten te berekenen voor producten die onder het provisieverbod vallen moeten directe aanbieders een kostprijsmodel opstellen. Het kostprijsmodel is van toepassing op alle kosten die door de directe aanbieder worden gemaakt in het directe kanaal vanaf het eerste klantcontact tot het sluiten van de overeenkomst.

Het kostprijsmodel geldt dus voor directe aanbieders die zelf financieel advies geven over producten die onder het provisieverbod vallen en voor aanbieders die deze producten ‘execution only’, dat wil zeggen zonder advies, aanbieden.

Stuur deze vraag door

Moet een externe accountant het kostprijsmodel verplicht jaarlijks gecontroleren?

Aanbieders die zelf financieel advies geven over producten die onder het provisieverbod vallen of deze producten ‘execution only’ aanbieden, moeten een kostprijsmodel opstellen om de advies- en/of distributiekosten te bepalen. Dit kostprijsmodel moet door een accountant op juistheid worden gecontroleerd. Daarnaast moet een accountant jaarlijks controleren of de begrote kosten voor advies en distributie juist en volledig zijn toegerekend aan de financiële producten.

De accountantscontrole is opgenomen om te waarborgen dat de advies- en distributiekosten die in het dienstverleningsdocument opgenomen moeten worden, aansluiten bij de begrote kosten.

De controle op het kostprijsmodel moet door een externe accountant worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld de externe accountant zijn die de jaarrekening van de directe aanbieder controleert.

Stuur deze vraag door

Moeten de kosten van oriëntatiegesprekken worden opgenomen in het kostprijsmodel?

Ja, de kosten van oriëntatiegesprekken moeten volledig worden opgenomen in het kostprijsmodel dat aanbieders moeten opstellen voor het berekenen van de advies- en distributiekosten. Deze kosten mogen dus niet terugkomen in de prijs van het product.

Uit de toelichting op artikel 86g van het BGfo blijkt namelijk dat de kosten die verbonden zijn aan het informeren van de cliënt over de inhoud van de dienstverlening in ieder geval onder de advieskosten moeten worden verstaan. Omdat alle advies- en distributiekosten moeten worden opgenomen in het kostprijsmodel, moeten ook de kosten van oriëntatiegesprekken die niet leiden tot een adviestraject worden meegenomen in de berekening van de advies- en distributiekosten.

Stuur deze vraag door

Hoe moeten aanbieders omgaan met de toerekening van over- en ondercapaciteit en reorganisaties?

Het uitgangspunt is dat de kosten van de unit(s) verantwoordelijk voor advies en distributie, inclusief overcapaciteit, moeten worden meegenomen in de berekening van advies- en distributiekosten volgens het kostprijsmodel.

Het kan zijn dat er in een individueel jaar een reorganisatie plaatsvindt in de advies- en/of distributie-unit. Het is mogelijk om daar rekening mee te houden in berekening van de advies- en distributiekosten. Alleen in dit betreffende jaar moeten dan de kosten voor deze reorganisatie worden meegenomen.

Een reorganisatie kan aanleiding geven om het kostprijsmodel zelf tijdelijk te wijzigen. Dit kan naar het oordeel van de AFM echter geen structureel karakter krijgen, door jaarlijks het kostprijsmodel aan te passen op over-, ondercapaciteit en reorganisaties. Hierdoor ontstaat namelijk een situatie die de schijn geeft van het toerekenen naar een gewenste uitkomst.

Stuur deze vraag door

Hoe moeten aanbieders omgaan met winstmarges in het kostprijsmodel?

Incidentele basis

Door een winstopslag toe te voegen aan de kostprijsberekening ontstaat een tarief dat vergelijkbaar is met het tarief dat de adviseur/bemiddelaar hanteert in het dienstverleningsdocument. Het is mogelijk dat een aanbieder op incidentele basis besluit verlies te nemen op de adviesdienst, bijvoorbeeld omdat een nieuwe aanbieder tot de markt toetreedt en daar een positie tracht op te bouwen. Met incidentele basis bedoelt de AFM dat dit in een bepaald jaar kan voorkomen, maar niet jaar op jaar mag voortduren.

Voor winstmarges geldt dus dat deze structureel positief moeten zijn. Een negatieve winstmarge impliceert namelijk dat niet alle advies- en distributiekosten bij de consument in rekening zijn gebracht, en dat het advies en/of de distributie met verlies in rekening wordt gebracht. In dit verband wijst de AFM er nog op dat de kosten voor advies en distributie niet in de prijs van het financiële product mogen worden opgenomen. Dit brengt met zich mee dat een negatieve winstmarge zich niet mag vertalen in de (hogere) prijs van het financiële product, om op die manier de verliezen op de advies- en distributiedienst op te vangen.

Marktconforme winstmarge

In het advies van SIS Finance, dat ten grondslag ligt aan de bepalingen in het BGfo, wordt voorgesteld om voor de winstmarge “een marktconforme opslag voor rendement op adviesdiensten in Nederland” te nemen. De AFM ziet vooralsnog geen aanleiding om zich uit te spreken over wat een ‘marktconforme’ winstmarge is. Het is aan aanbieders om tot een winstmarge te komen die recht doet aan het door SIS Finance gehanteerde criterium.

Stuur deze vraag door

Hoe moeten directe aanbieders omgaan met afrondingen van kostprijzen uit het kostprijsmodel tot een commercieel tarief?

Uit een informatieverzoek van de AFM van mei 2013 blijkt dat aanbieders de uitkomsten van het kostprijsmodel in veel gevallen vertalen naar een commercieel tarief dat afgeronde getallen kent. De wens van marktpartijen om de prijs van de dienstverlening in ronde getallen weer te geven is begrijpelijk.

Bij afronding moeten aanbieders er wel rekening mee houden dat de uiteindelijke in rekening te brengen advies- en distributiekosten een afspiegeling moeten zijn van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de advies- en distributiedienstverlening. Een (grote) afwijking kan er immers toe leiden dat de weergave van de kosten in het DVD niet overeenkomt met de werkelijke kosten. Een afronding binnen een bandbreedte van 5 procent van de kostprijs lijkt de AFM niet onredelijk.

Stuur deze vraag door

Moeten directe aanbieders ook rekening houden met de kennelijke onredelijkheidsnorm?

Ja, voor elke vorm van kosten die in rekening worden gebracht geldt dat deze moeten passen binnen de kennelijke onredelijkheidsnorm, zoals verwoord in artikel 86c tweede lid, onder a, van het BGfo. Uit deze norm volgt dat de beloning die de consument of cliënt voor de advies- en/of distributiedienstverlening aan de aanbieder betaalt, niet kennelijk onredelijk mag zijn gelet op de aard en reikwijdte van de dienstverlening.

Zie ook de vraag: Hoe wordt de kennelijke onredelijkheidsnorm ingevuld

Stuur deze vraag door

Hoe worden de kosten berekend van een oriëntatiegesprek dat wordt aangeboden door directe aanbieders?

Het is voor directe aanbieders mogelijk om klanten een gratis oriëntatiegesprek aan te bieden. Directe aanbieders maken wel kosten voor deze gesprekken. Deze kosten (voor producten die vallen onder het provisieverbod) moeten worden meegenomen in de berekening van advies- en distributiekosten volgens het kostprijsmodel.

Volgens de toelichting op het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) hebben de advies- en distributiekosten betrekking op de eerste fase van het klantcontact tot en met het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten. Ook de oriëntatiefase maakt hier onderdeel van uit. De kosten van het oriëntatiegesprek moet de aanbieder dus meenemen in de berekening van de advies- en distributiekosten in het kostprijsmodel. Ook de kosten van oriëntatiegesprekken die niet leiden tot een adviestraject, moeten onderdeel zijn van de totale advies- en distributiekosten.

Zie ook de vraag: Mogen directe aanbieders en onafhankelijke adviseurs een gratis oriëntatiegesprek aanbieden?

Stuur deze vraag door

Vallen de kosten van hersteladvies over beleggingsverzekeringen onder de advies- en distributiekosten die een directe aanbieder rechtstreeks bij een klant in rekening moet brengen?

Nee. De plicht tot het rechtstreeks in rekening brengen geldt niet wanneer de aanbieder of adviseur in overeenstemming met het eerder door de AFM gepubliceerde stappenplan gehouden is tot het geven van kosteloos hersteladvies over een beleggingsverzekering.

Stuur deze vraag door

Valt de ontwikkeling en het afnemen van de kennis- en ervaringstoets onder de distributiekosten die een directe aanbieder rechtstreeks bij een klant in rekening moet brengen?

Ja. De kosten van een kennis- en ervaringstoets maken onderdeel uit van de distributiekosten van een product.

De kennis- en ervaringstoets is onderdeel van de werkzaamheden van de directe aanbieder die een product aan de klant aanbiedt, zonder daarbij te adviseren (‘execution only’). De toets wordt uitgevoerd in het kader van de beoordeling van de passendheid van het product bij de klant. De kosten van de toets (zowel voor de ontwikkeling van de toets als de doorlopende kosten) worden daarom aan de distributiekosten toegerekend en niet aan het financiële product zelf.

Stuur deze vraag door