Terug

Openbare biedingen

Veelgestelde vragen voor Openbare biedingen

Wanneer is een 'niet vriendelijk' openbaar bod aangekondigd?

Een 'onvriendelijk bod' (niet zijnde een verplicht bod) is aangekondigd indien door toedoen van de bieder concrete informatie (in de betekenis van artikel 5:53, lid 1, Wft) over de inhoud van een voorgenomen bod openbaar (niet noodzakelijk via een persbericht) is gemaakt.

Of sprake is van voldoende concrete informatie over het voorgenomen bod is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In een tweetal situaties zal, zoals opgenomen in artikel 5 lid 2 Bob, echter in ieder geval sprake zijn van voldoende concrete informatie, te weten:

a) in de situatie dat de bieder de naam van de (potentiële) doelvennootschap noemt in combinatie met een, al dan niet indicatieve (bijvoorbeeld een bandbreedte van of indicatie van een) prijs, of
b) in de situatie dat de bieder de naam van de (potentiële) doelvennootschap noemt in combinatie met een concreet omschreven voorgenomen tijdschema voor het voorgenomen bod (dat wil zeggen een redelijk zekere indicatie van wanneer het voorgenomen bod zal worden uitgebracht, eventueel aangevuld met gegevens omtrent het tijdstip van indiening van het biedingsbericht bij de AFM en/of de aanmeldingstermijn).

Overeenkomstig artikel 5 lid 1 Bob dient een bieder, indien deze een aankondiging van een 'onvriendelijk bod' zoals hiervoor bedoeld doet, zich ook in dit geval te realiseren dat in verband met een dergelijke aankondiging op dat moment al die informatie openbaar dient te worden medegedeeld. Dit zal op zodanige wijze moeten gebeuren dat wordt bereikt dat de rechthebbenden op de effecten waarop het (mogelijke) openbaar bod zal zien, op basis van die informatie kunnen beoordelen hoe reëel de kans op doorgang danwel slagen van het (mogelijke) openbaar bod is op het moment van deze aankondiging van het voorgenomen openbaar bod.

N.B. Zie ook artikel 12 Bob ten aanzien van de offer conditions; uiterlijk tijdstip noemen volledig pakket voorwaarden; voorwaarden mogen niet van de wil van de bieder afhankelijk zijn; noodzaak openbare mededeling in geval van (niet) vervuld zijn voorwaarde.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Hoe dien ik een aanvraag in voor goedkeuring van een biedingsbericht cq. paspoort van een goedkeuring?

Aanvraag voor goedkeuring en/of paspoort van een goedkeuring dient als volgt te geschieden:

  • schriftelijk verzoek met dagtekening aan de AFM, met daarin:
  • naam en adres aanvrager,
  • ondertekening door of namens de aanvrager,
  • beschrijving van de beschikking (verzoek goedkeuring en/of paspoort) welke wordt verzocht,
  • met overlegging van de gegevens en documentatie zoals bedoeld in artikel 5:76 Wft jo. artikel 8 Bob,
  • met toezending van de ingevulde exemplaren van de toepasselijke verwijzingstabellen.

De schriftelijke aanvraagbrief dient te worden verzonden per fax of post aan:

Toezicht Openbare Biedingen
Autoriteit Financiële Markten
Postbus 11723
1001 GS Amsterdam
fax: 020 797 3808

De gegevens en documentatie zoals bedoeld in artikel 5:76 Wft jo. artikel 8 Bob en de ingevulde verwijzingstabellen kunnen worden gezonden aan: openbare.biedingen@afm.nl.

Stuur deze vraag door

Welke ingewonnen adviezen dienen in het biedingsbericht te worden opgenomen?

Ingevolge Bijlage A par.1, item 12 Bob dienen alle schriftelijke adviezen die door de bieder zijn ingewonnen ter voorbereiding van of over de redelijkheid van het openbaar bod in het biedingsbericht te worden weergegeven (onder vermelding van de overige in dit item 12 bedoelde informatie). Uitgangspunt hierbij dient te zijn dat die informatie in het biedingsbericht beschikbaar komt die voor een redelijk geïnformeerde en zorgvuldig handelende persoon van belang is voor het vormen van een verantwoord oordeel over het in het betreffende biedingsbericht beschreven openbaar bod. Dit kan dus ook gelden voor adviezen van bijvoorbeeld advocaten.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Wat is de rol van de AFM bij "certain funds"?

De AFM doet geen due diligence onderzoek in verband met de (aanwezigheid van) financiering. De AFM toetst de openbare mededeling omtrent "certain funds" op basis van de vereiste transparantie zoals hiervoor beschreven.

Nota van Toelichting Bob: "Verwacht mag worden dat de bieder uiteen zal zetten waarom naar zijn inzicht de voorgenomen uitgifte zal slagen of hoe hij op andere wijze voldoendemiddelen zal opbrengen om het bod gestand te doen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden omschreven welke voorbereidingen voor het slagen van de uitgifte door hem zijn getroffen en, wanneer het een uitgifte van aandelen betreft die dient ter financiering van het bod, of derden zich contractueel hebben geboden of garant gesteld om de uitgifte van aandelen te doen slagen. Bedacht dient ten slotte te worden dat de in dit artikel opgenomen plicht voor het aanwezig zijn van “certain funds” met name van belang is voor de rechthebbenden op de effecten waarop het bod ziet. Zij moeten beoordelen hoe reëel het aangekondigde bod is."

Stuur deze vraag door

Heeft de AFM in verband met de Biedingsregels beleidsregels opgesteld?

Nee, vooralsnog heeft de AFM niet het voornemen dergelijke beleidsregels op te stellen. Indien de AFM toch besluit een beleidsregel op te stellen, zal deze voorafgaande aan vaststelling worden geconsulteerd. Dit zal op dat moment op de website van de AFM bekend worden gemaakt. De AFM zal wel van tijd tot tijd interpretaties op haar website bekend maken.

Stuur deze vraag door

Wie is de bevoegde autoriteit ten aanzien van het verplichte bod?

De Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam is de bevoegde autoriteit ten aanzien van:

(1) een verzoek tot vaststelling van de verplichting om een verplicht bod uit te brengen (waaronder beoordeling van de kwalificatie “personen waarmee in onderling overleg wordt gehandeld” als bedoeld in de artikelen 1:1 en 5:70 Wft), en

(2) een verzoek tot aanpassing van de billijke prijs
 De AFM heeft ten aanzien van bovengenoemde aspecten geen bevoegdheid, noch heeft de AFM de mogelijkheid om een verzoek zoals onder (1) of (2) hiervoor bedoeld aan de Ondernemingskamer voor te leggen.

Vanaf het moment van aankondiging van een verplicht bod is de AFM ten aanzien van de andere dan de hiervoor genoemde aspecten de bevoegde toezichthouder (zoals ook geldt bij een 'vrijwillig' bod).

Stuur deze vraag door

Kan de bieder een voorgenomen bod alsnog niet uitbrengen nadat deze een 4-weken bericht onder artikel 7 lid 1 sub a Bob heeft openbaar gemaakt?

Tot het moment van het uitbrengen van het openbaar bod (dit is tot het moment van publicatie van een biedingsbericht) in beginsel wel, mits de bieder hierbij of hierdoor niet in strijd handelt met hetgeen is bepaald in de regels omtrent marktmisbruik (uiteraard bestaat deze mogelijkheid niet in het geval van een verplicht bod).

Stuur deze vraag door

Op welke wijze begint het contact met de AFM bij een openbaar bod?

Naast de mogelijkheid om ten aanzien van een specifiek bod waar nodig of gewenst telefonisch of per e-mail contact op te nemen met het team openbare biedingen (zie voor de contactgegevens de "Zie ook" link"), bestaat ook de mogelijkheid voor een introductiegesprek ten kantore van de AFM om bijvoorbeeld de beoogde timing en andere aspecten van dit specifieke bod met de AFM te bespreken. De AFM zal partijen na de aankondiging van een voorgenomen bod in de zin van artikel 5 lid 1, lid 2 of lid 3 Bob hiertoe een uitnodiging sturen waarvan partijen indien gewenst, gebruik kunnen maken.

Stuur deze vraag door

Wordt de standpuntbepaling van artikel 18 Bob door de AFM goedgekeurd?

Nee, de Biedingsregels kennen geen grondslag voor de AFM om de standpuntbepaling goed te keuren. Een standpuntbepaling wordt dus niet voorafgaand aan publicatie door de AFM getoetst. Op grond van de geldende wetgeving is het de AFM slechts toegestaan achteraf een gepubliceerde standpuntbepaling te beoordelen op de naleving van de uit artikel 18 Bob voortvloeiende verplichtingen.

N.B. Ook een voorafgaand aan publicatie toegezonden conceptstandpuntbepaling wordt aldus niet vóór publicatie ervan door de AFM beoordeeld.

Stuur deze vraag door

Welke informatie dient in het “certain funds” persbericht te worden opgenomen?

Het “certain funds” persbericht dient de informatie te bevatten zoals opgenomen in artikel 7 lid 4 en lid 5 Bob, waaronder een nauwkeurige omschrijving van:
  1. de wijze waarop door de bieder zorg wordt gedragen voor het kunnen opbrengen van de vergoeding in geld om het bod gestand te kunnen doen, en/of
  2. welke maatregelen zijn getroffen in verband met enige andere vorm van vergoeding om het bod gestand te kunnen doen.

De openbare mededeling dient ten minste voldoende gedetailleerde informatie te bevatten opdat de rechthebbenden op de effecten waarop het (voorgenomen) openbaar bod ziet, zich een verantwoord oordeel kunnen vormen over het (voorgenomen) openbaar bod en kunnen beoordelen hoe reëel dit (voorgenomen) openbaar bod is.

Alle hiervoor beschreven vereiste en benodigde informatie dient zo uitvoerig mogelijk op het moment van publicatie van het “certain funds” persbericht openbaar te worden medegedeeld. Het biedingsbericht behoort dan ook niet meer gedetailleerde informatie te bevatten dan de informatie die in het “certain funds” persbericht is opgenomen.

Voorbeelden van onvoldoende “certain funds” berichten:
“the offer is fully financed”
“the offeror has obtained commitments for the financing”

Zie ook
Is het noodzakelijk om in persberichten het relevante artikel te vermelden op grond waarvan het betreffende persbericht wordt gepubliceerd?

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Welke informatie dient de standpuntbepaling van de doelvennootschap (artikel 18 Bob) te bevatten?

De standpuntbepaling van de doelvennootschap dient de informatie te bevatten zoals vereist op grond van Bijlage G bij het Bob. Waarbij ten aanzien van item 1 van Bijlage G bij het Bob geldt dat de standpuntbepaling ten minste dient te omvatten:

  1. de visie van het bestuur op de geboden prijs of ruilverhouding,
  2. de overwegingen welke mede de hoogte van het openbaar bod hebben bepaald,
  3. de prognoses welke mede de hoogte van het openbaar bod hebben bepaald,
  4. een cijfermatige onderbouwing van de onder (1), (2) en (3) hiervoor bedoelde items, en
  5. de gevolgen van de uitvoering van het openbaar bod voor de werkgelegenheid, de arbeidsvoorwaarden en de vestigingsplaats van de vennootschap.

In de standpuntbepaling van de doelvennootschap dienen daarnaast op grond van Bijlage G, item 2 Bob, de gegevens omtrent het vermogen en de resultaten van de doelvennootschap, met "inbegrip van de beschikbare gegevens omtrent het lopende boekjaar indien daarvan meer dan een kwartaal is verstreken", te worden opgenomen. Als uitgangspunt voor de beoordeling van de noodzaak tot opneming van deze laatste gegevens over het lopende boekjaar geldt voor de doelvennootschap, de zinsnede "welke de aandeelhouders behoeven om zich een gefundeerd oordeel over het openbaar bod te kunnen vormen". 

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Is er informatie die in geval van publicatie over irrevocables dient te worden opgenomen?

In verband met door de bieder verkregen onherroepelijke toezeggingen van aandeelhouders hun effecten (waarop het bod ziet) onder het bod aan te zullen aanmelden ("irrevocables") blijven waarborgen als bedoeld in artikel 3 Bob (gelijk bod gericht tot alle aandeelhouders, zie ook de "Zie ook" link) onverkort van kracht. In het biedingsbericht, persberichten en advertenties die in verband met het (voorgenomen) bod worden gepubliceerd, waarin melding wordt gemaakt van door de bieder verkregen irrevocables dient daarom duidelijk te worden aangegeven dat:

  • aanmelding van de irrevocables zal geschieden tegen dezelfde biedprijs en onder dezelfde voorwaarden als die gelden voor het bod, en
  • aan de partijen met wie de irrevocables overeen zijn gekomen geen andere voor aandeelhouders in het kader van het bod relevante informatie is verstrekt dan die welke in het biedingsbericht is of zal worden opgenomen.
Stuur deze vraag door

Wat is de invloed van het overgangsregime in het Bob ten aanzien van het verplicht bod en de gunstiger voorwaarde van artikel 5:79 Wft?

Het overgangsregime zoals opgenomen in artikel 32 Bob, zet niet de wettelijke bepalingen van de Wft opzij. Aldus zijn onder meer afdeling 5.5.1. "Regels omtrent verplichte biedingen", en artikel 5:79 Wft "verbod gunstiger voorwaarde", onmiddellijk van kracht geworden bij inwerkingtreding van de Wet van 24 mei 2007 tot uitvoering van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Welke inhoud dient de openbare mededeling omtrent "voorwaardelijke overeenstemming" (artikel 5 lid 1 Bob) te omvatten?

Het persbericht als bedoeld in artikel 5 lid 1 Bob "voorwaardelijke overeenstemming" dient de volgende informatie te omvatten:

(1) "al dan niet voorwaardelijke overeenstemming", te weten:
a. dat voorwaardelijke overeenstemming is bereikt, met een beschrijving waarom hiervan sprake is (zie ook hierna onder (4); of
b. dat onvoorwaardelijke overeenstemming is bereikt, met een duidelijke beschrijving dat de overeenstemming over het uitbrengen van het openbaar bod niet meer afhankelijk is van de vervulling van enige voorwaarde, en

(2) de namen van de bieder en de doelvennootschap, en

(3) de voorgenomen prijs of ruilverhouding (alsmede of deze prijs/ruilverhouding in- of exclusief enig nog te betalen dividend is), en

(4) de op dat moment reeds vastgestelde voorwaarden, te weten een beschrijving van alle voorwaarden die op dat moment reeds zijn vastgesteld, zowel:
a. pré-offer conditions; voorwaarden waarvan de verplichting tot uitbrengen van het bod afhankelijk is gesteld, en
b. offer conditions; voorwaarden waarvan de verplichting tot nakoming van het bod afhankelijk zal worden gesteld.

Met de in de openbare mededeling te beschrijven informatie zoals hiervoor bedoeld dient te worden bereikt dat de rechthebbenden op de effecten waarop het (mogelijke) openbaar bod zal zien, op basis van die informatie kunnen beoordelen hoe reëel de kans op doorgang danwel slagen van het (mogelijke) openbaar bod is op het moment van deze aankondiging van het voorgenomen openbaar bod. Daarnaast geldt ten aanzien van de offer conditions het bepaalde in artikel 12 Bob (uiterlijk tijdstip noemen volledig pakket voorwaarden; voorwaarden mogen niet van de wil van de bieder afhankelijk zijn; noodzaak openbare mededeling in geval van (niet) vervuld zijn voorwaarde).

Stuur deze vraag door

Ik heb meer vragen, waar kan ik terecht?

Voor nadere informatie omtrent wet- en regelgeving wordt verwezen naar:

  • de website van de AFM:, danwel
  • de website van het Ministerie van Financiën,

Voor overige vragen kunt u een e-mail sturen naar openbare.biedingen@afm.nl waarin u de concrete vraag onderbouwd toegelicht aan de AFM kunt voorleggen, of bellen met een van de medewerkers van het team openbare biedingen.

Stuur deze vraag door

Kan een biedingsbericht op elk moment worden goedgekeurd?

Nee. Goedkeuring van een biedingsbericht is een formeel besluit van de AFM door een goedkeuringscommissie. Om die reden dient met de afdeling toezicht emissies en openbare biedingen tijdig te worden afgestemd op welke wijze de goedkeuring op het (indien mogelijk) gewenste moment kan worden verkregen. De afdeling emissies en openbare biedingen zal alsdan aangeven op welk tijdstip en in welke vorm uiterlijk de volledige aanvraag (incl. noodzakelijke documentatie) dient te zijn ontvangen door de AFM.

Stuur deze vraag door

Wat is de omvang van de publicatieplicht van een bieder op wie artikel 5:25i Wft niet rechtstreeks van toepassing is?

Voor een bieder (in de zin van artikel 1:1 Wft, dat wil zeggen vanaf het moment dat een openbaar bod wordt voorbereid, kwalificeert men als bieder) van wie geen door hem uitgegeven of aangeboden financiële instrumenten met zijn instemming zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland, geldt de verplichting tot openbaarmaking van koersgevoelige informatie op grond van artikel 4 lid 3 Bob. Deze verplichting geldt, als gevolg van artikel 4 lid 3 Bob, voor zover het koersgevoelige informatie betreft “die rechtstreeks op hem betrekking heeft of verband houdt met het voorgenomen, aangekondigde of uitgebrachte openbaar bod”.

De doelstelling van artikel 4 lid 3 Bob is dat de hiervoor bedoelde bieder gedurende de gehele periode van een openbaar bod, dus vanaf het voorbereiden van een openbaar bod tot en met de eventuele na-aanmeldingstermijn, alle informatie openbaar maakt die van belang is voor de beoordeling van het (mogelijke) bod. Op grond van artikel 4 lid 3 Bob dient een bieder dan ook alle informatie openbaar te maken die “verband houdt met het voorgenomen, aangekondigde of uitgebrachte openbaar bod”.

Gezien de doelstelling meent de AFM dat voor zover koersgevoelige informatie weliswaar rechtstreeks betrekking heeft op de hiervoor bedoelde bieder, maar voor een redelijk handelende belegger in het geheel niet relevant is voor het vormen van een verantwoord oordeel over het (mogelijke) bod, de betreffende informatie niet op grond van artikel 4 lid 3 Bob openbaar hoeft te worden gemaakt in Nederland. Dit laat onverlet enige openbaarmakingsverplichting die de bieder mogelijk heeft in het land waar zijn effecten zijn toegelaten tot een notering. Rechtstreeks op de bieder betrekking hebbende koersgevoelige informatie die wel relevant is voor het vormen van een verantwoord oordeel over het (mogelijke) bod, dient op grond van artikel 4 lid 3 Bob uiteraard wel openbaar te worden gemaakt in Nederland. Overigens spreekt het voor zich dat met name bij een bod waar de effecten van de bieder in ruil worden aangeboden voor de effecten van de doelvennootschap alle informatie die betrekking heeft op de bieder ook snel relevant zal zijn voor de beoordeling van het (mogelijke) bod.

De voorstaande vraag voorzien van een antwoord was eerder gepubliceerd op de website van de AFM. Het betreft geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van de voorheen gepubliceerde tekst, maar slechts een verduidelijking naar aanleiding van (enkele) signalen uit de markt.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Wanneer moet een accountantsverklaring op grond van Bijlage B paragraaf 2 item 2.2 Bob "voorzover deze is afgegeven" worden opgenomen?

Bijlage B par. 2, item 2.2 Bob vereist een accountantsverklaring omtrent de informatie als bedoeld in 2.1 (vergelijkend financieel overzicht), "voorzover deze is afgegeven". De in 2.1 bedoelde informatie zal vrijwel steeds specifiek voor het biedingsbericht dienen te worden opgesteld en de betreffende accountantsverklaring zal aldus niet standaard beschikbaar zijn.

Onder "voorzover deze is afgegeven" dient derhalve te worden verstaan dat in beginsel altijd de betreffende accountantsverklaring dient te worden opgenomen, tenzij de bieder onderbouwd kan aantonen niet over een dergelijke accountantsverklaring te kunnen beschikken (bijv. in bijzondere omstandigheden bij een vijandig bod).

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Wat is de invloed van het overgangsregime in het Bob ten aanzien van het verplicht bod en de gunstiger voorwaarde van artikel 5:79 Wft?

Het overgangsregime zoals opgenomen in artikel 32 Bob, zet niet de wettelijke bepalingen van de Wft opzij. Aldus zijn onder meer afdeling 5.5.1. "Regels omtrent verplichte biedingen", en artikel 5:79 Wft "verbod gunstiger voorwaarde", onmiddellijk van kracht geworden bij inwerkingtreding van de Wet van 24 mei 2007 tot uitvoering van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Is het noodzakelijk om in het persbericht waarin de aanmeldingstermijn van het bod wordt verlengd een verwijzing op te nemen naar artikel 15 lid 3 Bob?

De AFM is van mening dat ten behoeve van de duidelijkheid naar de markt toe in het persbericht waarin de verlenging van de aanmeldingstermijn wordt aangekondigd, moet worden opgenomen dat rechthebbenden die voor het einde van de aanmeldingstermijn hun effecten hebben aangemeld op grond van artikel 15 lid 3 Bob het recht hebben tijdens de verlengingsperiode deze aanmelding te herroepen.

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Welke informatie dient een bieder in ieder geval op te nemen in de persberichten die op grond van artikel 16 Bob en artikel 17 lid 4 Bob gepubliceerd dienen te worden?

Artikel 16 lid 2 Bob vereist dat in het persbericht bij gestanddoening in ieder geval de volgende informatie wordt opgenomen:

  1. Het totale aantal en percentage effecten dat in het bezit is van de bieder.
  2. Het aantal en percentage onder het bod aangemelde effecten.
  3. De totale waarde van de onder het bod aangemelde effecten.

Deze Q&A zal ingaan op de hierboven onder 1) en 2) genoemde informatievereisten van artikel 16 lid 2 Bob.

Op grond van artikel 17 lid 4 Bob dient de bieder de informatie genoemd onder 1) en 2) ook te verschaffen voor de na-aanmeldingstermijn. Wat in deze Q&A is opgenomen met betrekking tot de aanmeldingstermijn (artikel 16 lid 2 Bob) geldt ook voor de na-aanmeldingstermijn (artikel 17 lid 4 Bob).

Voor deze informatievereisten zijn de volgende waarden van belang:

  1. de onder het bod aangemelde effecten (effecten die zijn aangemeld via de aanmeldingsprocedure zoals opgenomen in het biedingsbericht);
  2. de effecten die tijdens de aanmeldingstermijn op een gereglementeerde markt zijn verworven;
  3. de effecten die tijdens de aanmeldingstermijn op andere wijze dan onder a. en b. beschreven zijn verkregen door de bieder (OTC/onderhands, MTF etc.);
  4. de effecten die zijn uitgegeven na datum van uitbrengen bod en verkregen zijn door bieder (bijvoorbeeld door uitoefening van optierechten);
  5. de effecten die de bieder al in bezit had voor het uitbrengen van het bod;
  6. de effecten gehouden door de doelvennootschap op datum gestanddoening;
  7. het geplaatst kapitaal van de doelvennootschap op datum gestanddoening.

De AFM is van oordeel dat bieders op grond van de onder ad 1) en ad 2) genoemde informatievereisten de volgende informatie in het persbericht dienen op te nemen:

Ad 1) Het totale aantal en percentage effecten dat in het bezit is van de bieder na het bod

Totaal aantal effecten dat in bezit is van bieder na het bod:

a+b+c+d+e
 
Totaal percentage effecten dat in bezit is van bieder na het bod:

a+b+c+d+e
            —————— x 100%
(g-f)


Ad 2)
Het aantal en percentage onder het bod aangemelde effecten

Aantal onder het bod aangemelde effecten:

a

Percentage onder het bod aangemelde effecten:

a
           ——— x 100%
(g-f)

Stuur deze vraag door

Wanneer moet het persbericht omtrent "certain funds" worden gepubliceerd?

De bieder dient een openbare mededeling te doen omtrent "certain funds":

Bij of na de aankondiging van het openbaar bod ingevolge artikel 5 Bob,
(1) zodra hij deze beschikbaar heeft, doch
(2) uiterlijk op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot goedkeuring van het biedingsbericht, op welk moment hij de certain funds in ieder geval beschikbaar dient te hebben op grond van artikel 7 lid 4 Bob.

Stuur deze vraag door

Op welke termijn beslist de AFM op een aanvraag tot goedkeuring van een biedingsbericht?

De AFM geeft haar reactie op een aanvraag tot goedkeuring van een biedingsbericht binnen tien werkdagen na ontvangst van de per post of per fax toegezonden schriftelijke aanvraagbrief. Deze reactie kan zijn:
(1) besluit tot goedkeuring, of
(2) uitnodiging tot aanvulling in welk geval de AFM, na ontvangst van de aangevulde aanvraag, wederom binnen 10 werkdagen zal reageren op de wijze zoals in (1) of (2) verwoord. Stuur deze vraag door

Wat verstaat de AFM onder een termijn van een week?

De AFM berekent een week op basis van 7 x 24 uur. Als een bieder bijvoorbeeld de minimale aanmeldingstermijn van vier weken wil aanhouden en de termijn start op een dinsdag om 9:00 uur, dan moet de aanmeldingstermijn minimaal tot 9.00 uur op de dinsdag vier weken later zijn opengesteld (de aanmeldingstermijn mag ook op een later tijdstip eindigen, omdat het hier een minimale termijn betreft).

Als een bieder bijvoorbeeld een na-aanmeldingstermijn wil open stellen, mag deze maximaal twee weken duren. Start de termijn op een vrijdag om 10.00 uur dan dient de termijn uiterlijk op de vrijdag twee weken later om 10.00 uur te eindigen (of eerder, aangezien het hier om een maximale termijn gaat).

Stuur deze vraag door

Wat verstaat de AFM onder een termijn van een week?

De AFM berekent een week op basis van 7 x 24 uur. Als een bieder bijvoorbeeld de minimale aanmeldingstermijn van vier weken wil aanhouden en de termijn start op een dinsdag om 9:00 uur, dan moet de aanmeldingstermijn minimaal tot 9.00 uur op de dinsdag vier weken later zijn opengesteld (de aanmeldingstermijn mag ook op een later tijdstip eindigen, omdat het hier een minimale termijn betreft).

Als een bieder bijvoorbeeld een na-aanmeldingstermijn wil open stellen, mag deze maximaal twee weken duren. Start de termijn op een vrijdag om 10.00 uur dan dient de termijn uiterlijk op de vrijdag twee weken later om 10.00 uur te eindigen (of eerder, aangezien het hier om een maximale termijn gaat).

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012.

Stuur deze vraag door

Hoe worden persberichten in verband met een openbaar bod aan de AFM toegestuurd?

Op grond van artikel 4 Bob, moeten alle persberichten in het kader van een openbaar bod, gelijktijdig met openbaarmaking ervan, aan de AFM worden toegezonden. Voor die partijen die een doorlopende verplichting hebben persberichten in Nederland openbaar te maken op grond van artikel 5:59 Wft en die daarom toegang hebben tot de AFM-portal (voor deponering van o.a. persberichten), is door het toesturen aan de AFM-portal voldaan aan deze verplichting.

Voor die partijen die geen toegang tot de AFM-Portal hebben, geldt dat een persbericht aan de AFM toegestuurd is als het tegelijk met openbaarmaking daarvan is toegezonden aan het e-mail adres: openbare.biedingen@afm.nl. De AFM ontvangt de persberichten graag in pdf-format.

Stuur deze vraag door

Worden persberichten vooraf door de AFM getoetst?

Nee, met de inwerkingtreding van de huidige Biedingsregels is de AFM slechts bevoegd persberichten achteraf te beoordelen. Indien nodig, kan de AFM optreden met gebruikmaking van het hiertoe beschikbare toezicht- en handhavingsintrumentarium. De bieder en de doelvennootschap hebben de verplichting om persberichten tegelijk met de publicatie daarvan aan de AFM toe te sturen.

Stuur deze vraag door

Wanneer wordt een openbaar bod daadwerkelijk uitgebracht?

Een openbaar bod wordt uitgebracht door de algemeen verkrijgbaarstelling (publicatie) van het goedgekeurde biedingsbericht, op de wijze zoals in artikel 10 Bob bepaald. Vanaf dit moment is een openbaar bod onherroepelijk. bekijk ook de "Zie ook" link hierna.
Stuur deze vraag door

Mag het openbaar bod bepaalde aandeelhouders uitsluiten?

Nee, uitsluiting van aandeelhouders die het openbaar bod willen aanvaarden is niet toegestaan.

Uitgangspunt is artikel 3, eerste lid Bob: "Een openbaar bod is, onder gelijke voorwaarden, gericht tot alle rechthebbenden van effecten van eenzelfde categorie of klasse."

In uitzonderlijke gevallen kunnen territoriale restricties worden toegestaan, zoals is op te maken uit de toelichting bij artikel 3 Bob. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de voorschriften waaraan de bieder moet voldoen in een andere jurisdictie om het bod ook in die staat te mogen uitbrengen, conflicteren met de Nederlandse biedingsregels en onevenredig belastend zijn voor de bieder. Deze restricties mogen geen betrekking hebben op een staat die onderdeel vormt van de Europese Economische Ruimte (EER), omdat voor deze staten de Overnamerichtlijn geldt.

Dergelijke territoriale restricties kunnen echter uitsluitend de strekking hebben dat de bieder zich niet actief zal richten (publiceren van biedingsbericht in betreffende staat) tot de betreffende financiële markten van die jurisdictie. Het is daarom niet toegestaan om territoriale restricties in het biedingsbericht op te nemen die aangeven dat het bod niet gericht is tot aandeelhouders in een bepaalde jurisdictie. Wel kan in het biedingsbericht worden opgenomen dat de bieder zich niet actief zal richten tot bepaalde jurisdicties buiten de EER.

In algemene zin staat de AFM alleen een territoriale restrictie toe wanneer de bieder goed onderbouwd kan beargumenteren waarom a) de regels voor het uitbrengen van het bod in de jurisdictie conflicteren met de Nederlandse biedingsregels, b) waarom het voldoen aan de regels in de genoemde restricties onevenredig belastend is voor de bieder (het is voor de bieder  redelijkerwijs niet mogelijk om aan de vereisten te voldoen) en c) de doelstellingen die de biedingsregels beogen te bereiken anderszins voldoende worden bereikt.

Wanneer een bieder overweegt om territoriale restricties in een biedingsbericht op te nemen, kunnen partijen desgewenst contact opnemen met de afdeling Toezicht Emissies en Openbare Biedingen: TEOB_OpenbareBiedingen@afm.nl.

Stuur deze vraag door

Kan een deel van het ingevolge artikel 8 Bob goedgekeurde biedingsbericht worden uitgezonderd van goedkeuring door de AFM?

Nee, ingevolge artikel 8 Bob keurt de AFM een biedingsbericht goed nadat zij deze heeft getoetst en:

  • hierin alle gegevens zijn opgenomen die voor een redelijk geïnformeerde en zorgvuldig handelende persoon van belang zijn voor het vormen van een verantwoord oordeel over het openbaar bod, waaronder de informatie zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 onder sub a, sub b, sub c of sub d (volledigheid), en
  • de in het biedingsbericht opgenomen gegevens (zowel de verplichte ‘volledigheids’informatie (zie hiervoor) als de overige in het biedingsbericht opgenomen informatie) niet met elkaar in strijd zijn  of in tegenspraak met overige bij de AFM aanwezige informatie omtrent de doelvennootschap of de bieder, en in een voor een redelijk geïnformeerde en zorgvuldig handelende persoon begrijpelijke vorm worden gepresenteerd (begrijpelijkheid / consistentie).

Er kunnen derhalve niet bepaalde hoofdstukken of paragrafen (met vrijwillig opgenomen informatie) in het goedgekeurde biedingsbericht worden uitgezonderd van het verzoek tot goedkeuring.

Onder omstandigheden is het wel mogelijk om het goedgekeurde biedingsbericht tegelijkertijd met andere informatie die een bieder of een doelvennootschap met het biedingsbericht aan de aandeelhouders wenst te verstrekken aan aandeelhouders beschikbaar te stellen, mits de vorm daarbij niet tot onduidelijkheid kan leiden (daarbij niet de schijn wordt gewekt dat de tegelijk met het biedingsbericht verstrekte informatie onderdeel uitmaakt van het goedgekeurde biedingsbericht).

Stuur deze vraag door

Is het noodzakelijk om in persberichten het relevante artikel te vermelden op grond waarvan het betreffende persbericht wordt gepubliceerd?

Ja, de AFM is van mening dat ten behoeve van de duidelijkheid voor de markt in een op grond van de Biedingsregels te publiceren persbericht duidelijk dient te worden vermeld: het relevante artikel mèt het relevante artikellid èn de relevante subparagraaf (bijv. "dit is een persbericht op grond van artikel 7 lid 1 sub a Besluit openbare biedingen Wft").

Stuur deze vraag door

Is verwijzing naar de vindplaats van het biedingsbericht gewenst in openbare mededelingen die gepubliceerd worden in verband met de algemeen verkrijgbaarstelling van het goedgekeurde biedingsbericht of daarna?

De openbare mededeling betreffende algemeen verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht op grond van artikel 10 lid 3 Bob en elke andere openbare mededeling met betrekking tot het openbaar bod welke daarna door de bieder wordt gepubliceerd, dient een verwijzing te bevatten naar het goedgekeurde biedingsbericht op grond van artikel 5:74 lid 4 Wft. Het persbericht over de verkrijgbaarstelling dient ook de vindplaats te vermelden. In het kader van de duidelijkheid van persberichten en transparantie voor de markt is de AFM van mening dat ook in elke andere openbare mededeling met betrekking tot het openbaar bod waarin verwezen wordt naar het goedgekeurde biedingsbericht, de vindplaats van het biedingsbericht vermeld dient te worden alsmede waar dit kosteloos kan worden opgevraagd.

Stuur deze vraag door

Geldt de vrijstelling van artikel 56a Vrijstellingsregeling ook ten aanzien van de artikelen 5:76 en 5:79 Wft?

Ja, bieders die op grond van artikel 56a Vrijstellingsregeling Wft zijn vrijgesteld van het in artikel 5:74 lid 1 Wft opgenomen verbod tot het uitbrengen van een openbaar bod, zijn daarmee ook vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 5:76 en 5:79 Wft; dwz. de gedragsregels zoals opgenomen in het Bob, waaronder publicatie biedingsbericht. Voor de goede orde: in geval van een verplicht bod kan geen gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van artikel 56a Vrijstellingsregeling Wft.
Stuur deze vraag door

Kan een openbaar bod worden gewijzigd?

Vóórdat een openbaar bod is uitgebracht (dwz. vóórafgaand aan publicatie van het biedingsbericht, zie artikel 10 Bob) staat het de bieder vrij zijn voornemens ten aanzien van het aangekondigde openbaar bod aan te passen, mits met inachtneming van de bepalingen van marktmisbruik (zie ook artikel 4 Bob, waaronder het openbaar maken van koersgevoelige informatie).

Door algemeen verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht is het bod - onherroepelijk - uitgebracht. Dat wil zeggen dat een door publicatie van het biedingsbericht uitgebracht openbaar bod niet kan worden aangepast of gewijzigd, noch kan worden ingetrokken (bekijk de "Zie ook" link hiervoor). Uitzonderingen op de regel van onherroepelijkheid van een openbaar bod zijn:

  • de éénmalige mogelijkheid om de aanmeldingstermijn te verlengen (artikel 15 lid 1 Bob); of
  • de éénmalige mogelijkheid de biedprijs te verhogen (artikel 15 lid 4 Bob); of
  • aanpassing van de in het biedingsbericht opgenomen aanmeldingstermijn aan de aanmeldingstermijn van een concurrerende bod (artikel 15 lid 5 Bob); of
  • indien definitief komt vast te staan dat één van de bij het openbaar bod gestelde voorwaarden waarvan de nakoming van het openbaar bod afhankelijk is gesteld niet wordt vervuld, kan de bieder besluiten dat het openbaar bod vervalt (artikel 12 lid 3 Bob).

Het antwoord op deze vraag zal op korte termijn worden aangepast voor wat betreft de  nieuwe biedingsregels die op 1 juli 2012 in werking zijn getreden. Dit antwoord blijft wél van toepassing  voor openbare biedingen die zijn aangekondigd vóór 1 juli 2012. 

Stuur deze vraag door

Kan een openbaar bod worden gewijzigd?

Vóórdat een openbaar bod is uitgebracht (dwz. vóórafgaand aan publicatie van het biedingsbericht, zie artikel 10 Bob) staat het de bieder vrij zijn voornemens ten aanzien van het aangekondigde openbaar bod aan te passen, mits met inachtneming van de bepalingen van marktmisbruik (zie ook artikel 4 Bob, waaronder het openbaar maken van koersgevoelige informatie).

Door algemeen verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht is het bod - onherroepelijk - uitgebracht. Dat wil zeggen dat een door publicatie van het biedingsbericht uitgebracht openbaar bod niet kan worden aangepast of gewijzigd, noch kan worden ingetrokken (bekijk de "Zie ook" link hiervoor). Uitzonderingen op de regel van onherroepelijkheid van een openbaar bod zijn:

  • de éénmalige mogelijkheid om de aanmeldingstermijn te verlengen (artikel 15 lid 1 Bob); of
  • de éénmalige mogelijkheid de biedprijs te verhogen (artikel 15 lid 4 Bob); of
  • aanpassing van de in het biedingsbericht opgenomen aanmeldingstermijn aan de aanmeldingstermijn van een concurrerende bod (artikel 15 lid 5 Bob); of
  • indien definitief komt vast te staan dat één van de bij het openbaar bod gestelde voorwaarden waarvan de nakoming van het openbaar bod afhankelijk is gesteld niet wordt vervuld, kan de bieder besluiten dat het openbaar bod vervalt (artikel 12 lid 3 Bob).
Stuur deze vraag door

Wanneer wordt een openbaar bod daadwerkelijk uitgebracht?

Een openbaar bod wordt uitgebracht door de algemeen verkrijgbaarstelling (publicatie) van het goedgekeurde biedingsbericht, op de wijze zoals in artikel 10 Bob bepaald. Vanaf dit moment is een openbaar bod onherroepelijk. Stuur deze vraag door

Welke informatie dient de standpuntbepaling van de doelvennootschap (artikel 18 Bob) te bevatten?

De standpuntbepaling van de doelvennootschap dient de informatie te bevatten zoals vereist op grond van Bijlage G bij het Bob. Waarbij ten aanzien van item 1 van Bijlage G bij het Bob geldt dat de standpuntbepaling ten minste dient te omvatten:

  1. De visie van het bestuur op de geboden prijs of ruilverhouding.
  2. De overwegingen welke mede de hoogte van het openbaar bod hebben bepaald.
  3. De prognoses welke mede de hoogte van het openbaar bod hebben bepaald.
  4. Een cijfermatige onderbouwing van de onder (1), (2) en (3) hiervoor bedoelde items. En
  5. De gevolgen van de uitvoering van het openbaar bod voor de werkgelegenheid, de arbeidsvoorwaarden en de vestigingsplaats van de vennootschap.

In de standpuntbepaling van de doelvennootschap dienen daarnaast op grond van Bijlage G, item 2 Bob, de gegevens omtrent het vermogen en de resultaten van de doelvennootschap, met "inbegrip van de beschikbare gegevens omtrent het lopende boekjaar indien daarvan meer dan een kwartaal is verstreken", te worden opgenomen. Als uitgangspunt voor de beoordeling van de noodzaak tot opneming van deze laatste gegevens over het lopende boekjaar geldt voor de doelvennootschap, de zinsnede "welke de aandeelhouders behoeven om zich een gefundeerd oordeel over het openbaar bod te kunnen vormen".

Stuur deze vraag door