Terug

Hoe moet ik de beleggingskosten berekenen als mijn product een complex product is in de zin van artikel 1, sub d, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en is opgebouwd uit meerdere beleggingsfondsen?

Een financiëledienstverlener die een product dat is opgebouwd uit meerdere beleggingsfondsen aanbiedt, mag slechts één financiële bijsluiter opstellen. Hij moet voor de berekening van de risico-indicator de te gebruiken parameters vaststellen op basis van de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘NRgfo’). Dit geldt in grote lijnen voor zowel opbouwproducten als ook voor schuldproducten. In bijlage 4 NRgfo is de toelichting op de berekening van de GUISE (Gemiddelde Uitbetaling in de slechtste 10% van de gevallen) te vinden. In bijlage 5 NRgfo staat de bepaling van de beleggingsklasse en de parameters.

In bijlage 4 NRgfo is de toelichting op de berekening van de GUISE opgenomen. De te gebruiken parameters voor verschillende onderliggende waarden, alsmede enkele bepalingen in welke gevallen welke klasse van onderliggende waarden moet worden gekozen zijn te vinden in bijlage 5 NRgfo.

In bijlage 5 NRgfo is beschreven hoe de beleggingsklasse bepaald moet worden. Deze beleggingsklasse moet gehanteerd worden bij het kiezen van de parameters, dan wel het raadplegen van de tabellen. Deze beleggingsklasse is ook bepalend voor de berekening van de risico-indicator en moet op basis van artikel 3:5, lid, 6 NRgfo vastgesteld worden. Welke beleggingsklasse is gekozen bij de financiële bijsluiter, moet in de financiële bijsluiter worden toegelicht. Met andere woorden, de aannames moeten worden vermeld. Deze aannames worden aangegeven in de inleiding van de financiële bijsluiter. In tabel 1 en 2 van Bijlage 5 NRgfo wordt voor zover van toepassing aangegeven welke keuze gemaakt moet worden naar gelang de beleggingsklasse zoals voorgeschreven in artikel 3:3, lid 1 en 4, NRgfo.

De ‘maatmens’-financiële bijsluiter moet een goede afspiegeling zijn van het product. Uitgangspunt voor het het bepalen van de beleggingsklasse in de ‘maatmens’-financiële bijsluiter is dat er voor het betreffende product een representatieve keuze van beleggingen gemaakt moet worden. De term representatief kan geïnterpreteerd worden als de meest afgenomen vorm binnen een product. Representatief kan/mag dus lager zijn dan 75%.

De beleggingskosten moeten gebaseerd worden op een representatieve keuze van de klanten. Dit geldt zowel voor het aantal fondsen als voor als voor de keuze van de fonds(en):

  • Als het merendeel van de klanten belegt in één fonds, moeten de beleggingskosten worden berekend op basis van de kosten van het meest gekozen fonds.
  • Als het merendeel van de klanten belegt in bijvoorbeeld drie fondsen, moeten de beleggingskosten worden berekend op basis van een representatieve verdeling over deze drie fondsen.
  • Als meerdere fondsen worden gebruikt in de berekening, moet het rendement en de kosten voor ieder fonds apart worden berekend en vervolgens worden getotaliseerd (dus niet rekenen op basis van gemiddelde kosten / rendementen).

De beleggingskosten moeten een goede afspiegeling zijn van de kosten die het huidige klantenbestand heeft of van de verwachte kosten van een nieuw product.





Naar alle veelgestelde vragen