Terug

Indien een beleggingsinstelling 10% of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in beleggingsinstellingen die een kostenratio bekend maken, moet een synthetische kostenratio opgesteld worden. Moet de synthetische kostenratio berekend worden op basis van de kostenratio’s van alle onderliggende belegginginstellingen of alleen op basis van die onderliggende beleggingsinstellingen waarin 10% of meer van de netto intrinsieke waarde wordt belegd?

De synthetische kostenratio moet berekend worden indien de beleggingsinstelling 10% of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in onderliggende beleggingsinstellingen. Dit kan betekenen dat voor 10% of meer wordt belegd in één beleggingsinstelling of in meerdere beleggingstellingen. Wanneer deze grens van 10% wordt behaald, moet de synthetische kostenratio berekend worden op basis van de kostenratio’s van alle beleggingsinstellingen waarin wordt belegd. Dus niet alleen op basis van de kostenratio’s van de beleggingsinstellingen waarin voor meer dan 10% wordt belegd.

De drempel van 10% is ervoor om te zorgen dat instellingen die slechts voor een klein deel indirect beleggen niet met de administratieve lasten van een synthetische kostenratio worden belast.



Naar alle veelgestelde vragen