Terug

$name

Veelgestelde vragen voor Artikel 3:23 NRgfo

In artikel 3:23, lid 1, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft staat dat de financiële bijsluiter een verwijzing bevat naar de kostenratio in de periode in het staafdiagram. Hoe moet deze kostenratio berekend worden?

De kostenratio moet berekend worden op basis van een rekenkundig gemiddelde.

Stuur deze vraag door

In de financiële bijsluiter moet de historische kostenratio opgenomen worden, die wordt berekend over de tien voorafgegane, afgesloten boekjaren. Het berekenen van de kostenratio is echter pas vanaf 1-1-2002 verplicht gesteld. Moet de historische kostenratio wel worden berekend op basis van de jaren voorafgaand aan 1-1-2002?

Nee, voor het berekenen van de historische kostenratio kan het jaar 2002 als startjaar worden genomen. Voorgaande jaren kunnen buiten beschouwing worden gelaten. Let er wel op dat de berekening op basis waarvan de kostenratio in het verleden werd berekend afwijkt van de huidige methode. Er dient een herberekening van de kostenratio plaats te vinden.
Stuur deze vraag door

Waarom wordt in artikel 3:23, lid 3, Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstellingen berekend op basis van kwartaalgegevens en niet op basis van maandgegevens? Dit laatste geeft immers een verfijning van de berekening?

De vijf meetmomenten worden op grond van (internationale) regels voorgeschreven. Uit oogpunt van uniformiteit verdient het de voorkeur dat deze uitgangspunten gehanteerd blijven.

Stuur deze vraag door

Indien een beleggingsinstelling 10% of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in beleggingsinstellingen die een kostenratio bekend maken, moet een synthetische kostenratio opgesteld worden. Moet de synthetische kostenratio berekend worden op basis van de kostenratio’s van alle onderliggende belegginginstellingen of alleen op basis van die onderliggende beleggingsinstellingen waarin 10% of meer van de netto intrinsieke waarde wordt belegd?

De synthetische kostenratio moet berekend worden indien de beleggingsinstelling 10% of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in onderliggende beleggingsinstellingen. Dit kan betekenen dat voor 10% of meer wordt belegd in één beleggingsinstelling of in meerdere beleggingstellingen. Wanneer deze grens van 10% wordt behaald, moet de synthetische kostenratio berekend worden op basis van de kostenratio’s van alle beleggingsinstellingen waarin wordt belegd. Dus niet alleen op basis van de kostenratio’s van de beleggingsinstellingen waarin voor meer dan 10% wordt belegd.

De drempel van 10% is ervoor om te zorgen dat instellingen die slechts voor een klein deel indirect beleggen niet met de administratieve lasten van een synthetische kostenratio worden belast.

Stuur deze vraag door