Terug

MiFID - Vermogensscheiding

Veelgestelde vragen voor MiFID - Vermogensscheiding

Op welke beleggingsonderneming is de verplichting van toepassing om aan de AFM een verslag van de externe accountant over de vermogensscheiding te overleggen?

De verplichting van artikel 165d Bgfo Wft is van toepassing op beleggingsondernemingen die financiële instrumenten en/of gelden voor een cliënt aanhouden.

De opgenomen regelingen in de Nrgfo Wft leiden er in Nederland in principe toe dat een bank betrokken is bij de afwikkeling van transacties en de bewaring van financiële instrumenten van cliënten. Dit betekent dat een bankbeleggingsonderneming jaarlijks een verslag van een externe accountant aan de AFM dient te overleggen over de deugdelijkheid van de in haar bedrijfsvoering getroffen maatregelen om te voldoen aan de artikelen 165 tot en met 165c.

Een orderremissier, broker en/of vermogensbeheerder (niet zijnde een bank), die betrokken is bij het doorgeven en/of uitvoeren van orders van een cliënt, dient er voor te zorgen dat de cliënt haar financiële instrumenten en gelden op één of meerdere rekeningen op eigen naam aanhoudt bij een bank (zie artikel 6:15 en artikel 6:16 Nrgfo Wft). Een dergelijke orderremissier, broker en/of vermogensbeheerder mag dus geen gelden en financiële instrumenten van cliënten in ontvangst nemen en aanhouden. In dat geval is de verplichting om een verslag van een externe accountant te overleggen dan ook niet van toepassing.

Stuur deze vraag door

Binnen welke termijn dient een beleggingsonderneming een verslag van de externe accountant over de vermogensscheiding aan de AFM te overleggen?

Een bankbeleggingsonderneming dient het externe verslag van de accountant binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de AFM te verstrekken, analoog aan de gehanteerde termijn in artikel 3:71 en artikel 4:85 Wft voor de jaarrekening en het jaarverslag.

Stuur deze vraag door