Terug

Beleggingsondernemingen dienen in het orderuitvoeringsbeleid voor elke klasse van financiële instrumenten informatie te verstrekken over de verschillende plaatsen van uitvoering. Op welke wijze dient de beleggingsonderneming deze informatie aan cliënten te verstrekken?

Inhoud orderuitvoeringsbeleid
Artikel 4:90b, tweede lid, van de Wft bepaalt dat in het orderuitvoeringsbeleid voor elke klasse van financiële instrumenten informatie moet staan over de verschillende plaatsen waar de beleggingsonderneming de orders van haar cliënten uitvoert. Het orderuitvoeringsbeleid omvat ten minste die plaatsen van uitvoering die de beleggingsonderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat te behalen voor de uitvoering van de orders van haar cliënten (best execution). Daarnaast moet het orderuitvoeringsbeleid informatie geven over de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden.

Overweging 66 van de uitvoeringsrichtlijn MiFID* geeft aan dat op grond van de best execution verplichting een beleggingsonderneming niet mag worden verplicht om in haar orderuitvoeringsbeleid alle beschikbare plaatsen van uitvoering op te nemen.

De Committee of European Securities Regulators (CESR) leidt uit artikel 21, derde lid van de MiFID** af dat beleggingsonderneming bepaalde plaatsen van uitvoering in hun orderuitvoeringsbeleid dienen op te nemen. Dit betekent niet dat in het orderuitvoeringsbeleid andere plaatsen van uitvoering die door de beleggingsonderneming worden gebruikt kunnen worden weggelaten. De beleggingsonderneming mag echter in uitzonderlijke omstandigheden plaatsen van uitvoering gebruiken die niet zijn opgenomen in haar orderuitvoeringsbeleid. Bijvoorbeeld op tijdelijke basis of om tegemoet te komen aan het verzoek van een cliënt om te handelen in een ongebruikelijk financieel instrument, met de bedoeling om de best execution verplichting na te komen***.

Informatieverstrekking aan cliënten
De beleggingsonderneming dient geruime tijd voor de verrichting van de dienst informatie over het orderuitvoeringsbeleid aan niet-professionele cliënten te verstrekken. Deze informatie moet onder meer bestaan uit een overzicht van de plaatsen van uitvoering die de beleggingsonderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen alsmede de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden (artikel 59a Bgfo). 


* Uitvoeringsrichtlijn nr. 2006/73/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europese Parlement en de Raad
** Richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten in financiële instrumenten.
*** Q & A on best execution, referentie 07-320 van 29 mei 2007. ‘CESR understands this provision to mean that firms should include certain venues in their policy, not that the policy can omit other venues used by the firm. A firm may however in exceptional circumstances use venues not listed in its policy, for example on a provisional basis or to accommodate a client request to trade in an unusual instrument, with a view to satisfying the overarching best execution requirement.’

Directe link: http://www.cesr.eu/index.php?docid=4606



Naar alle veelgestelde vragen