Terug

Adv. & bem. - Betrouwbaarheid

Veelgestelde vragen voor Adv. & bem. - Betrouwbaarheid

Moet ik ook strafrechtelijke antecedenten op het betrouwbaarheidsformulier opgeven die (langer dan) acht jaar geleden hebben plaatsgevonden?

Ja, ook deze antecedenten moet u opgeven. De AFM wilt een volledig beeld krijgen van uw strafrechtelijk verleden.

Stuur deze vraag door

Welke personen moeten betrouwbaar zijn?

De AFM maakt bij betrouwbaarheidstoetsingen onderscheid tussen de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers van een financieel dienstverlener en de werknemers van een financieel dienstverlener.

Beleidsbepalers (dagelijks- en mede-)
De betrouwbaarheid van een dagelijks- dan wel een medebeleidsbepaler wordt getoetst door de AFM. De beleidsbepaler moet hiervoor een betrouwbaarheidsformulier invullen, dat hij aan de AFM toestuurt. De AFM gaat dan bij een aantal instanties na of de betreffende persoon daar bekend staat. Deze instanties staan genoemd in artikel 14 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, enkele voorbeelden:

  • Landelijk Officier van Justitie
  • Database Vennoot 1998 van het Ministerie van Justitie
  • Belastingdienst
  • Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties
  • Nederlandse of buitenlandse toezichthouders
  • Openbaar Ministerie
  • Referenten die door de beleidsbepaler zijn opgegeven
  • Openbare bronnen
  • Curatoren en bewindvoerders
  • Beroepsgenoten.

Enkele voorbeelden van beleidsbepalers:

  • Dagelijks beleidsbepalers: houder eenmanszaak, bestuurder, vennoot, andere personen die feitelijk de dagelijkse leiding hebben over de onderneming. 
  • Medebeleidsbepalers: meerderheidsaandeelhouder en andere personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitvoeren op de dagelijkse leiding van de onderneming.

Deze eis is gebaseerd op artikel 4:10 van de Wet op het financieel toezicht en artikel 12 en verder van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Werknemers
De betrouwbaarheid van werknemers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezig houden met het verlenen van financiële diensten, dient getoetst te worden door de financieel dienstverlener zelf. Dit houdt in dat de financieel dienstverlener in ieder geval:

  • een verklaring omtrent het gedrag moet opvragen bij de werknemer (en andere personen die onder de verantwoordelijkheid van de financieel dienstverlener vallen); en
  • moet nagaan of de werknemer (en andere personen die onder de verantwoordelijkheid van de financieel dienstverlener vallen) niet failliet is verklaard (tenzij rehabilitatie heeft plaatsgevonden). 

Deze eis is gebaseerd op artikel 4:11 van de Wet op het financieel toezicht en artikel 28 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Zie ook: Nieuwsbrief financieel dienstverleners 27-6-2006

Stuur deze vraag door

Ik ben in het verleden failliet verklaard. Betekent dit automatisch dat mijn vergunningaanvraag wordt afgewezen?

Nee, dit hangt van de situatie af. Bij de beoordeling van uw betrouwbaarheid wordt naar de omstandigheden van uw geval gekeken. De AFM maakt een belangenafweging. Een faillissement betekent niet automatisch dat uw vergunningaanvraag wordt afgewezen. U moet het faillissement wel vermelden in het door u in te vullen betrouwbaarheidsformulier.

De AFM houdt met de belangenafweging rekening met het volgende:

  • het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
  • de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
  • de overige belangen van de financieel dienstverlener en de betrokkene.

Deze belangenafweging is vastgelegd in artikel 16 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Zie ook: Nieuwsbrief financieel dienstverleners 27-6-2006

Stuur deze vraag door

Ik wil een nieuwe werknemer aannemen. Tijdens de faillissementscheck bleek dat de persoon in het verleden failliet is verklaard. Mag ik deze persoon dan aannemen?

Dat is uw eigen keuze. De wetgeving stelt de eis dat u moet nagaan of de betreffende persoon ooit failliet is verklaard. Indien dit het geval is, dan zult u moeten afwegen of u vindt dat een faillissementsverleden leidt tot twijfel in de betrouwbaarheid. Hierbij kunnen de volgende factoren een rol spelen:

  • De verwijtbaarheid van het faillissement;
  • Het aantal jaren na uitspraak van het faillissement;
  • Overige omstandigheden van het faillissement; en
  • De bevoegdheden binnen de functie van klantmedewerker.

De belangenafweging die u aan uw oordeel ten grondslag legt dient inzichtelijk te zijn voor de AFM.

 

Stuur deze vraag door

Welke strafrechtelijke veroordelingen moet ik vermelden op het betrouwbaarheidsformulier?

U moet alle strafbare feiten waar u ooit bij betrokken bent vermelden. Dit houdt ook in dat geseponeerde zaken en zaken waarin u bent vrijgesproken moeten worden vermeld. Ook verkeersmisdrijven moet u opgeven. Verkeersmisdrijven zijn bijvoorbeeld: rijden onder invloed, joyriding, doorrijden na aanrijding, vals kenteken, rijdens tijdens rijontzegging, etc.

Twijfelt u of u een bepaald antecedent al dan niet moet opgeven? Raadpleeg hiervoor Bijlage C van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen. Hierin staat een lijst opgenomen van de antecedenten die u in ieder geval moet opgeven in uw betrouwbaarheidsformulier. De lijst is geen limitatieve opsomming.

Stuur deze vraag door

Ik ben veroordeeld voor een verkeersmisdrijf (bijvoorbeeld het rijden onder invloed), moet ik dit opgeven in het betrouwbaarheidsformulier?

Ja, dit moet u opgeven in het betrouwbaarheidsformulier. Een verkeersmisdrijf wordt door de AFM gezien als een strafrechtelijk antecedent en wordt daarom meegenomen in de beoordeling van uw betrouwbaarheid.

Stuur deze vraag door

Ik ben reeds getoetst door de AFM op mijn betrouwbaarheid en ben goedgekeurd. Ben ik verplicht om wijzigingen met betrekking tot mijn betrouwbaarheid door te geven?

Ja, dit bent u verplicht. In Bijlage C van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft is een lijst van antecedenten opgenomen die u in ieder geval moet doorgeven aan de AFM. Deze lijst betreft geen limitatieve opsomming.
Als u een wijziging doorgeeft met betrekking tot uw betrouwbaarheid dan kan de AFM uw betrouwbaarheid opnieuw toetsen. 

Deze eis is vastgelegd in artikel 4:26, eerste lid, en artikel 4:10, derde lid, Wet op het financieel toezicht.

Stuur deze vraag door