Terug

Adv. & bem. - Aanbieders beleggingsobjecten

Veelgestelde vragen voor Adv. & bem. - Aanbieders beleggingsobjecten

Moet een aanbieder die vanuit het buitenland in Nederland beleggingsobjecten aanbiedt een vergunning aanvragen?

Ja, op grond van artikel 2:55 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) is het verboden in of vanuit Nederland  beleggingsobjecten aan te bieden zonder vergunning van de AFM.  Dit betekent dat het aanbieden van beleggingsobjecten vanuit het buitenland op de Nederlandse financiële markt vergunningplichtig is.

In de Vrijstellingsregeling Wft wordt bepaald wanneer een financiële dienstverlener vrijgesteld is van dit verbod.

Stuur deze vraag door

Kan een product dat tot 31 december 2006 onder het artikel 3 lid 4 Wte regime viel met ingang van de Wft op 1 januari 2007 een beleggingsobject zijn?

Met het opgaan van de Wte 1995 in de Wet op het financieel toezicht (Wft) per 1 januari 2007, is het prospectusregime van artikel 3 lid 4 Wte 1995 komen te vervallen. Afhankelijk van onder meer de verhandelbaarheid van uw product zal het worden aangemerkt als een financieel product, bijvoorbeeld een effect, een ander financieel instrument of een beleggingsobject (artikel 1:1 Wft).

Door het vervallen van het artikel 3 lid 4 Wte-regime kwalificeert het product waarvoor u in 2006 een prospectus deponeerde, mogelijk sinds 1 januari 2007 als beleggingsobject. Wij willen u erop wijzen dat het aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning op grond van artikel 2:55 Wft verboden is. Zeker wanneer de overdraagbaarheid van uw product is uitgesloten, is de kans aanwezig dat het product als beleggingsobject is aan te merken en u dus over een vergunning dient te beschikken. 

Maar als u sinds 1 januari 2007 geen nieuwe overeenkomsten meer aangaat, bent u op grond van artikel 1b Tijdelijke regeling invoering Wft uitgezonderd van de vergunningplicht.

Stuur deze vraag door

Is een kavel (landbouw)grond een beleggingsobject?

Er worden vaker kavels (landbouw)grond aangeboden als vorm van belegging. Of deze kavels een beleggingsobject zijn, hangt af van vier factoren:

  1. U betaalt een vergoeding.
  2. U verkrijgt een recht op een kavel (landbouw)grond.
  3. De aanbieder doet een voorspelling over het rendement dat u als belegger gaat krijgen.
  4. U beheert uw kavel (landbouw)grond niet zelf. Iemand anders doet dit voor u. De aanbieder zorgt bijvoorbeeld voor een pachter die de grond voor u onderhoudt.

Als u deze vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden, is de kans groot dat er sprake is van een beleggingsobject. Dan moet de aanbieder een vergunning van de AFM hebben voor het aanbieden van beleggingsobjecten. Of er moet een vrijstelling of ontheffing van toepassing zijn. Als dit niet het geval is, overtreedt de aanbieder van het beleggingsobject de wet.

Stuur deze vraag door

Moet de aanbieder van beleggingsobjecten, die momenteel geen beleggingsobjecten meer aanbiedt maar dit in het verleden wel heeft gedaan, een vergunning aanvragen?

Nee. Hier is echter een uitzondering op: als de aanbieder van de beleggingsobjecten op of na 1 januari 2006 geen beleggingsobjecten meer aanbiedt, maar wel overeenkomsten voor beleggingsobjecten beheert of uitvoert die zijn afgesloten vóór de inwerkingtreden van de Wet financiële dienstverlening, dan moet hij een vergunning aanvragen. Dit hoeft niet als hij in aanmerking komt voor een vrijstelling op basis van de Vrijstellingsregeling Wft. Stuur deze vraag door

Wat zijn de verschillen in de deskundigheidseisen van bedrijfsvoering van aanbieders enerzijds en bemiddelaars en adviseurs anderzijds?

Beleggingsobjecten zijn doorgaans veelzijdige, complexe producten met een lange looptijd, waaraan de nodige risico’s zijn verbonden. Een aanbieder van beleggingsobjecten moet beschikken over een beheerste en integere bedrijfsvoering. Daarnaast gelden een aantal specifieke eisen voor de aanbieders van beleggingsobjecten die niet van toepassing zijn op bemiddelaars en adviseurs van beleggingsobjecten, zoals de plicht tot het vooraf opstellen van een beleggingsobjectprospectus, een financiële bijsluiter voor de producten en het jaarlijks laten opstellen van een taxatie door een onafhankelijke taxateur.

Kortom, er zijn grote verschillen tussen aanbieders in beleggingsobjecten enerzijds en bemiddelaars en adviseurs in beleggingsobjecten anderzijds, zowel in termen van complexiteit van de bedrijfsvoering als ook met betrekking tot de informatieverstrekking. Daarom zijn de eisen die aan aanbieders van beleggingsobjecten worden gesteld op dit aspect zwaarder dan de eisen die worden gesteld aan financiële dienstverleners die alleen bemiddelen en/of adviseren in beleggingsobjecten.

De AFM verwijst in dit verband ook naar de toelichting bij de “Vaststelling tarieven 2006 Regeling toezichtkosten Wet financiële dienstverlening” gepubliceerd in de Staatscourant van 13 januari 2006, nr. 10 pag. 10.

Stuur deze vraag door