Terug

Beleggingsondernemingen - Doorlopend toezicht

Veelgestelde vragen voor Beleggingsondernemingen - Doorlopend toezicht

Hoe moeten beleggingsondernemingen omgaan met de 'ken-uw-klant' bepalingen uit de Wft voorafgaande aan de invoering van de MiFID?

Financiële ondernemingen dienen sinds de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht (Wft) op 1 januari jl. te voldoen aan de gewijzigde ‘ken-uw-cliënt-regels’ (kuc-regels) in de Wft. Een aantal financiële instellingen heeft aangegeven problemen te ondervinden met de implementatie hiervan, mede in het licht van de aankomende implementatie van kuc-regels uit de MiFID (richtlijn 2006/73/EG). Deze richtlijn zal naar verwachting per 1 november 2007 van kracht worden.

Naleving
Kuc-regels zullen echter onverkort moeten worden nageleefd. Het ministerie van Financiën en de AFM hechten sterk hieraan, vooral met het oog op de bescherming van consumenten.

Om aan bezwaren van de financiële instellingen tegemoet te komen stelt het ministerie voor dat de kuc-regels niet hoeven te worden toegepast door financiële ondernemingen die desgevraagd aan de AFM kunnen aantonen dat zij in elk geval voldoen aan de kuc-regels die waren opgenomen in het voormalige Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995), de Nadere regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002 (Nrgt 2002) en de Wet financiële dienstverlening (Wfd). Op deze manier geniet een consument die betrekkingen heeft met een onderneming die de kuc-regels van deze regelingen toepast niet minder bescherming dan een consument die diensten afneemt bij een onderneming die wel al de kuc-regels van de Wft implementeert.

Tijdelijke regeling
Het ministerie komt binnenkort met een tijdelijke regeling waarin dit zal worden geregeld. Een brief hierover is naar vertegenwoordigers van marktpartijen verstuurd. Deze kunt u op deze pgina inzien.

Stuur deze vraag door

Is een beleggingsonderneming uit een niet-lidstaat die als broker voor haar cliënten uit die niet-lidstaat op Euronext Amsterdam transacties uitvoert vergunningplichtig in Nederland?

Het in de uitoefening van beroep of bedrijf voor rekening van cliënten uitvoeren van orders met betrekking tot financiële instrumenten valt op grond van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) onder de definitie van het "verlenen van een beleggingsdienst".

Artikel 2:96, eerste lid, van de Wft stelt dat het verboden is om in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) verleende vergunning beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten.

De Wft noch de wetsgeschiedenis laten zich expliciet uit wanneer sprake is van het verlenen van beleggingsdiensten 'in Nederland'. De toelichting op artikel 2:96 Wft bij de totstandkoming van de Wft (kamerstukken II, 2005/06, 29 708, nr. 19, p.465) stelt dat "het verlenen van vergunningen aan in Nederland gevestigde ondernemingen die uitsluitend diensten verlenen voor buitenlandse cliënten niet past in de doelstelling van dit voorstel om het verlenen van financiële diensten op de Nederlandse financiële markten via een vergunning te reguleren". Hieruit kan worden afgeleid dat sprake is van 'in Nederland' verleende beleggingsdiensten in het geval het gaat om dienstverlening aan in Nederland gevestigde cliënten.

Wanneer een beleggingsonderneming uit een niet-lidstaat zich bij haar dienstverlening dus beperkt tot niet-Nederlandse cliënten is zij uit die hoofde niet vergunningplichtig.

Met betrekking tot dienstverlening aan Nederlandse cliënten door een buitenlandse beleggingsonderneming kan hierbij nog opgemerkt worden dat de AFM hierbij tevens de beperking hanteert dat als grensoverschrijdende dienstverlening (niet door middel van een bijkantoor) aan Nederlandse cliënten uitsluitend geschiedt op initiatief van die cliënten, de dienstverlening niet in Nederland plaatsvindt (de zgn. 'initiative test').

Stuur deze vraag door

Waarom is de interpretatie "Uitbesteding door effecteninstellingen" overbodig geworden?

De interpretatie “Uitbesteding door effecteninstellingen” zoals die gold onder de Wte is met de invoering van de Wft overbodig geworden. In deze interpretatie werd aangegeven hoe de AFM de verhouding ziet tussen de bestaande wet- en regelgeving inzake toezicht op effectenverkeer en het uitbesteden van activiteiten door effecteninstellingen.

De definitie van uitbesteding staat thans genoemd in artikel 1 Wft. Verder staan de uitgangspunten ten aanzien van uitbesteding uitgewerkt in artikel 4:16 Wft respectievelijk hoofdstuk 6 van het Bgfo.

Stuur deze vraag door

Wat is de positie van de cliëntenremisier onder de Wft?

Uit hoofde van artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 waren cliëntenremisiers vrijgesteld van de vergunningplicht van artikel 7, eerste lid Wte 1995. Op grond van artikel 21 Wte 1995 moesten zij zich wel melden bij de AFM en werden zij opgenomen in het register. Het aanbrengen van cliënten is onder de Wft geen gereguleerde activiteit meer en valt daardoor buiten het toezicht van de AFM. 

In de Vrijstellingsregeling Wft staat de volgende passage: "Artikel 12 dat een vrijstelling voor cliëntenremisiers bevat is komen te vervallen vanwege het feit dat het aanbrengen van cliënten niet meer onder de definitie van het 'verlenen van beleggingsdiensten' in artikel 1:1 van de wet valt." Onder de Wft vervalt derhalve de registratieplicht, alsmede de daaraan verbonden voorwaarden.

Onder de Wft geldt echter nog steeds dat cliëntenremisiers de klanten die zij aanbrengen bij onder toezichtstaande of vrijgestelde beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen niet mogen adviseren. In dat geval is de cliëntenremisier vergunningplichtig op grond van artikel 2:75 Wft.

Stuur deze vraag door