Terug

Prospectustoezicht - conversievrijstelling

Veelgestelde vragen voor Prospectustoezicht - conversievrijstelling

Als de AFM de conversievrijstelling niet van toepassing verklaart, welke consequenties heeft dit dan voor de uitgevende instelling?

Als de AFM bepaalt dat artikel 5:4, eerste lid onderdeel g Wft niet van toepassing is, betekent dit dat de uitgevende instelling voor de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van aandelen of certificaten daarvan die uit converteerbare effecten voortkomen een goedgekeurd prospectus moet publiceren.

Als de uitgevende instelling dat niet doet, overtreedt zij artikel 5:2 Wft en kan de AFM handhavend optreden en bijvoorbeeld een boete opleggen van de 3e categorie (basisbedrag 2.000.000 euro).

Stuur deze vraag door

Waarom is de aanpassing met betrekking tot de conversievrijstelling gemaakt?

De achtergrond van de wijziging is in de memorie van toelichting bij de Wijzigingswet als volgt toegelicht:

De AFM en de toezichthoudende instanties van andere lidstaten hebben geconstateerd dat in bepaalde situaties toepassing van de conversie-uitzondering in strijd kan zijn met de belangen die de prospectusplicht beoogt te beschermen.”

De memorie van toelichting bij de Wijzigingswet geeft aan in welke situaties de AFM onder meer kan ingrijpen:

“Het betreft situaties waarin aandelen worden uitgegeven waardoor de aard van de uitgevende instelling materieel wijzigt, terwijl vanwege de uitzondering op of vrijstelling van de prospectusplicht voor beleggers geen informatie met betrekking tot de betreffende emissie beschikbaar is. Dat is bijvoorbeeld het geval als ter financiering van een uitbreiding van een uitgevende instelling converteerbare aandelen, veelal aandelen van een speciaal daarvoor gecreëerde klasse, in een zogenaamde private placement aan minder dan 100 personen of aan gekwalificeerde beleggers worden aangeboden (vgl. artikel 5:3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, Wft) en vervolgens de uit de conversie van die (converteerbare) aandelen voortkomende aandelen worden toegelaten op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt. Als gevolg van die transacties kan, bezien over een periode van twaalf maanden, het aantal tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen met meer dan tien procent toenemen zonder dat terzake een (goedgekeurde) prospectus algemeen verkrijgbaar is gesteld (vgl. artikel 5:4, aanhef en onderdeel a, Wft). Aan beleggers zal in een dergelijke situatie evenmin informatie ter beschikking worden gesteld over risico’s die het gevolg (kunnen) zijn van de gefinancierde uitbreiding van de uitgevende instelling zoals een mogelijke verwatering van hun aandelenbezit of over de verklaring inzake het werkkapitaal, bedoeld in Bijlage III, onderdeel 3.1., van de prospectusverordening.”

Tot slot vermeldt deze toelichting:

“Gelet op de mogelijke impact van een situatie zoals hiervoor beschreven, is het van belang dat de beleggers door middel van een (goedgekeurde) prospectus worden geïnformeerd over de gevolgen daarvan voor het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de betrokken uitgevende instelling (vgl. artikel 5:13, eerste lid, Wft). In verband hiermee bepaalt het nieuwe tweede lid van artikel 5:4 van de Wft – kort samengevat – dat de AFM kan bepalen dat de conversie-uitzondering niet van toepassing is.” Stuur deze vraag door

Wanneer kan de AFM de conversievrijstelling niet van toepassing verklaren en hoe beoordeelt de AFM dit?

De AFM heeft de bevoegdheid om de conversievrijstelling niet van toepassing te verklaren, als ten aanzien van de converteerbare effecten reeds een wettelijke uitzondering of vrijstelling als genoemd in artikel 5:4 lid 2 Wft van toepassing is of is geweest.

Dit betekent dat indien bij de plaatsing of eventuele notering van de converteerbare effecten een door de AFM (dan wel de relevante bevoegde autoriteit uit een andere EU lidstaat) goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar is gesteld en waarin de geconverteerde effecten zijn beschreven, deze bevoegdheid er niet is.

Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de AFM van haar bevoegdheid gebruik kan maken in situaties waarin in aandelen wordt geconverteerd en die worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt waardoor de aard van de uitgevende instelling materieel wijzigt, terwijl vanwege de uitzondering op of vrijstelling van de prospectusplicht voor beleggers geen of onvoldoende informatie met betrekking tot de betreffende emissie beschikbaar is. Een 'reverse listing' is hiervan een voorbeeld.

Reverse listings

In het verleden hebben herhaaldelijk beursintroducties plaatsgevonden waarbij een aan de beurs te noteren onderneming (A) gebruik maakt van een bestaande 'lege' beursvennootschap (B). Een gangbare werkwijze hierbij is dat beursvennootschap B effecten uitgeeft en levert aan de aandeelhouders van onderneming A die (op enig moment) converteren in te noteren aandelen van beursvennootschap B. Vaak betreffen de converteerbare effecten een speciale klasse aandelen die niet genoteerd zijn. In ruil voor deze effecten worden alle aandelen van onderneming A door de eigenaren ingebracht in de lege beursvennootschap B. Als een gevolg daarvan wordt beursvennootschap B 100% aandeelhouder van onderneming A en worden de oude aandeelhouders in onderneming A aandeelhouder in beursvennootschap B. De overgenomen onderneming A krijgt in feite door middel van de nieuw uitgegeven aandelen van B zonder prospectus een notering op een gereglementeerde markt. Deze transactie wordt daarom ook wel 'reverse listing' genoemd. Verder worden de door B uitgegeven effecten geconverteerd in aandelen die vervolgens worden toegelaten tot de notering.

Met de inbreng van een volwaardige onderneming in een (vrijwel) lege vennootschap worden er zonder prospectus onder de conversievrijstelling relatief grote aantallen aandelen toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt.

In een dergelijk geval zijn beleggers gebaat bij adequate informatievoorziening. Wanneer deze informatie ontbreekt, kan de AFM van haar bevoegdheid gebruik maken om te beoordelen dat onder de gegeven omstandigheden de conversievrijstelling niet van toepassing is.

Adequate informatievoorziening

Bij de beoordeling of de conversievrijstelling van toepassing is, staat de bescherming van de belangen van beleggers centraal. Gelet op de mogelijke impact van een situatie als een reverse listing is het van belang dat de belegger wordt geïnformeerd over de gevolgen daarvan voor het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de betrokken uitgevende instelling.

Bij het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een adequate informatievoorziening hanteert de AFM de volgende uitgangspunten:

Is de beschikbare informatie over de nieuw ingebrachte entiteit gelijkwaardig aan de informatievereisten voor een jaarrekening onder IFRS-regelgeving en/of aan de informatie vereist onder Annex I van de Prospectusverordening? Is deze nog steeds actueel?

Is de beschikbare informatie over de effecten gelijkwaardig aan de informatievereisten die de ESMA-update van de CESR Recommendations (173 b en c en 174) beschrijft ten aanzien van prospectussen uitgezonderd onder artikel 4.1 van de Prospectusrichtlijn en/of de informatie vereist onder Annex III en, als van toepassing, Annex X van de Prospectusverordening, is deze maximaal 12 maanden eerder gepubliceerd en is deze nog steeds actueel?

Hierbij vereist bovengenoemde regelgeving in ieder geval:

  • de reden voor de oorspronkelijke uitgifte van de effecten en reden voor de conversie naar effecten die toegelaten tot de handel worden
  • informatie over de effecten die zullen worden toegelaten tot de handel
  • in het geval van certificaten: kenmerken en voorwaarden van de certificering
  • regelingen voor de toelating tot de handel en de verhandeling van de effecten
  • de impact van de verwatering op de bestaande aandeelhouders.

Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan meer informatie worden verlangd. Zoals informatie over het werkkapitaal, kapitalisatie en schuldpositie. Gevolgen

Wanneer de AFM bepaalt dat de conversievrijstelling van toepassing is, is er geen verdere informatievoorziening nodig. Als de AFM beoordeelt dat de conversievrijstelling niet van toepassing is, geldt het algemene verbod van artikel 5:2 Wft. Om effecten aan te bieden aan het publiek of effecten te doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functioneren gereglementeerde markt moet een goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar worden gesteld. Als dit niet is gebeurd, kan de AFM handhavend optreden, bijvoorbeeld door een boete op te leggen van de 3e categorie (een basisbedrag van €2 miljoen).

Als u twijfelt over het gebruik van de conversievrijstelling, kunt u contact opnemen met de AFM.

Stuur deze vraag door

Wat is per 1 januari 2013 gewijzigd met betrekking tot de conversievrijstelling?

Op grond van de conversievrijstelling in artikel 5:4, eerste lid, onderdeel g Wft kunnen effecten tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten zonder een goedgekeurd prospectus te publiceren.

Met de invoering van de Wijzigingswet financiële markten 2013 heeft de AFM per 1 januari 2013 de bevoegdheid gekregen om met het oog op de belangen die artikel 5:2 Wft beoogt te beschermen de conversievrijstelling buiten toepassing te verklaren middels een aan artikel 5:4 Wft nieuw toegevoegd tweede lid, luidende:

“De Autoriteit Financiële Markten kan met het oog op de belangen die artikel 5:2 beoogt te beschermen, bepalen dat het eerste lid, aanhef en onderdeel g, niet van toepassing is ten aanzien van aandelen of certificaten daarvan die voortkomen uit de conversie of omruiling van andere effecten of uit de uitoefening van rechten verbonden aan andere effecten, indien ten aanzien van die andere effecten ook reeds artikel 5:3, eerste lid, of 5:4, eerste lid, of een vrijstelling op grond van artikel 5:5, eerste lid, van toepassing is of is geweest.” Stuur deze vraag door