Terug

MiFID II - Derdelandenbeleid beleggingsondernemingen

De regelgeving voor derde landen wordt op een aantal punten gewijzigd. Het derdelandenbeleid voor beleggingsondernemingen kan onder MiFID II onderverdeeld worden in 3 categorieën.

Toegang voor derde landen beleggingsondernemingen na de equivalentie beslissing van de EU

De Europese Commissie (EC) kan in de toekomst staten aanwijzen die geen lidstaat zijn (zogeheten derde landen) die op een gelijkwaardige en effectieve manier toezicht houden op beleggingsondernemingen. Beleggingsondernemingen uit deze aangewezen derde landen mogen rechtstreeks (dus zonder bijkantoor) beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland zonder over een AFM-vergunning te beschikken.

Deze beleggingsonderneming moet dan wel aan 3 voorwaarden voldoen:

  1. zij zijn geregistreerd in een door ESMA bijgehouden register
  2. zij verlenen beleggingsdiensten of verrichten beleggingsactiviteiten alleen aan in aanmerking komende tegenpartijen of professionele beleggers
  3. zij maken aan hun cliënten kenbaar dat zij niet in Europa onder toezicht staan.

Deze beleggingsondernemingen vallen dus niet onder het toezicht van de AFM, maar onder het toezicht van het aangewezen derde land waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft. Op dit moment zijn nog geen landen equivalent verklaard.

Beleggingsondernemingen uit derde landen met niet-professionele beleggers als cliënt

Beleggingsondernemingen met een zetel in derde landen die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten aan niet-professionele beleggers in Nederland zijn voortaan verplicht bijkantoor te openen in Nederland en een een vergunning aan te vragen bij de AFM.

Beleggingsondernemingen uit derde landen (nog) zonder gelijkwaardig toezicht, met in aanmerking komende tegenpartijen of professionele beleggers

a. Beleggingsondernemingen die in Nederland uitsluitend handelen voor eigen rekening kunnen zijn vrijgesteld van toezicht in Nederland. Dit is geregeld in artikel 10a Vrijstellingsregeling Wft.

b. De vrijstelling voor beleggingsondernemingen uit Zwitserland, Australië en de VS van artikel 10 van de vrijstellingsregeling Wft is van toepassing voor beleggingsondernemingen uit derde landen die alleen professionele beleggers of in aanmerking komende tegenpartijen als cliënt hebben, zolang deze staten niet door de EC worden aangewezen als gelijkwaardig. Beleggingsondernemingen uit andere staten dan Zwitserland, Australië en de VS hebben veelal een vergunning nodig uit hoofde van artikel 2:99a of 2:99b Wft. Deze ondernemingen moeten aan de gebruikelijke eisen voldoen (zoals bijvoorbeeld geschiktheid en betrouwbaarheid bestuurders, minimum aantal personen, integere bedrijfsvoering) en in Nederland of een bijkantoor (als diensten aan particulieren worden aangeboden) of een vertegenwoordiger hebben. 

Meldingsplicht

Als u gebruik wilt blijven maken van de vrijstelling op basis van artikel 10 Vrijstellingsregeling Wft omdat u alleen beleggingsdiensten aanbiedt aan professionele beleggers of in aanmerking komende tegenpartijen dan dient u zich uit hoofde van artikel 10, vijfde lid Vrijstellingsregeling Wft vóór 1 januari 2019 bij de AFM te melden middels het meldingsformulier ‘Notification form for third country investment firms as mentioned in article 10 section 5 of the Exemption Regulation Financial Supervision Act’ (het formulier staat in de bijlage aan de rechterkant van de pagina).

 

Informatie delen

Delen via: deel

Zie ook

Alle onderwerpen