Terug

Waar let de AFM op in haar toezicht op Caribisch Nederland? Voor Caribisch Nederland

De AFM houdt gedragstoezicht op financiële markten, wat inhoudt dat de AFM erop let of bedrijven en personen op de financiële markten zich aan de wetten en regels houden. De financiële producten waar de AFM toezicht op houdt zijn sparen, beleggen, verzekeren, lenen en vermogensbeheer.

Instellingen en de personen die daarbij werken moeten verstand hebben van zaken, betrouwbaar en eerlijk zijn. Ze hebben ook een zorgplicht. Dat betekent dat ze moeten handelen in het belang van hun klanten. Ze moeten dus aan de klant alle informatie geven zodat de klant een goede keuze kan maken. De informatie moet juist, duidelijk, begrijpelijk en niet-misleidend zijn.

Wie is de AFM?

De afkorting AFM staat voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de gedragstoezichthouder op de financiële markten. De AFM werkt samen met DNB; hierbij let de AFM op het gedrag van financiële ondernemingen en DNB controleert of de financiële ondernemingen kunnen voldoen aan hun financiële verplichtingen. Daarnaast houdt DNB  toezicht op de integriteit van banken en verzekeraars. De AFM houdt toezicht op de integriteit van adviseurs en bemiddelaars. De AFM is onafhankelijk.

Sommige ondernemingen, zoals banken en verzekeraars, vallen zowel onder het toezicht van de AFM als onder dat van DNB, sommige ondernemingen slechts onder één van de toezichthouders. Zo vallen adviseurs en bemiddelaars alleen onder toezicht van de AFM en trustkantoren alleen onder toezicht van DNB.

Financiële ondernemingen in Caribisch Nederland

De AFM houdt toezicht op de volgende financiële ondernemingen in Caribisch Nederland: adviseurs, bemiddelaars, (onder)gevolmachtigd agenten, aanbieders van krediet, beleggingsadviseurs, effectenbemiddelaars, vermogensbeheerders en beleggingsinstellingen.

Adviseurs, bemiddelaar en (onder)gevolmachtigd agent

Voor het verrichten van activiteiten in Caribisch Nederland als adviseur, bemiddelaar en (onder)gevolmachtigd agent in financiële producten is een vergunning nodig. Met financiële producten wordt bedoeld verzekeringen, kredieten, betaal- of spaarrekeningen, rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of een samenstel van deze producten. Dat betekent dat niet alleen assurantiebemiddelaars een vergunning moeten hebben, maar bijvoorbeeld ook hypotheekbemiddelaars. Banken mogen deze activiteiten ook verrichten, maar moeten zich dan wel aan de gedragsregels houden waar ook vergunninghouders zich aan moeten houden.

Bij het verrichten van de activiteiten moeten deze ondernemingen voldoen aan eisen voor hun bestuur, bedrijfsvoering en in de contacten met klanten.

Aanbieders van krediet

Het aanbieden van krediet op in Caribisch Nederland valt onder toezicht van de AFM. Deze activiteit wordt meestal door de meeste banken en verzekeraars en de kredietverenigingen aangeboden, als de bank- of verzekeringsvergunning van de instelling dat toestaat. Het aanbieden van krediet kan ook door andere partijen worden aangeboden, die daarvoor een vergunning van de AFM nodig hebben. Voor beide situaties geldt dat deze instellingen zich wel moeten houden aan toezichtregels bij de bedrijfsvoering, waaronder de eisen ten aanzien van maximale kredietverstrekking, de zorgplicht en de contacten met klanten. Ook ten aanzien van de informatieverstrekking zijn eisen verbonden bij het verstrekken van een krediet.

Beleggingsadviseurs, effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders

Het verrichten van deze activiteiten in Caribisch Nederland valt onder toezicht van de AFM. Hiervoor is een vergunning nodig. Na vergunningverlening moeten deze ondernemingen zich onder meer houden aan eisen voor de bedrijfsvoering, waaronder het passend adviseren, informatieverstrekking en contacten met klanten.

Een adviseur is iemand die een klant een bepaald financieel product of effect aanbeveelt. Een effectenbemiddelaar is als tussenpersoon betrokken bij het tot stand komen van een overeenkomst met betrekking tot een financieel product, of een  effectentransactie. Een vermogensbeheerder is iemand die op basis van een schriftelijk gemaakte afspraak het beheer voert over de beleggingen van een cliënt .

Beleggingsinstellingen

Een beleggingsinstelling die zelf of wiens beheerder gevestigd is in Caribisch Nederland dient een vergunning van de AFM te hebben. Ook moet de (beheerder van de) beleggingsinstelling zich houden aan eisen voor de bedrijfsvoering, waaronder vermogensscheiding en een correctie berekening van de intrinsieke waarde en informatieverstrekking. Onderdeel van de regels van informatieverstrekking is ook het hebben van een prospectus. Ook als door een buitenlandse beleggingsinstelling wordt aangeboden in Caribisch Nederland, moet deze beleggingsinstelling in beginsel een vergunning van de AFM hebben.

Op dit moment zijn er geen beleggingsinstellingen actief in Caribisch Nederland.

Ondernemingen uit andere landen dan Caribisch Nederland

Activiteiten vanuit andere landen zijn in beginsel vergunningplichtig. Dat betekent dus dat ook activiteiten vanuit Curaçao en Sint Maarten vergunningplichtig zijn. Een groot deel van de financiële producten en diensten in Caribisch Nederland wordt aangeboden door bijkantoren van banken en verzekeraars met hoofdvestiging in Curaçao of Sint Maarten. Deze in Caribisch Nederland gevestigde bijkantoren van banken en verzekeraars zijn vrijgesteld van een aantal toezichtregels. Wel moeten zij de regels gericht op het bestrijden van witwassen en financieren van terrorisme naleven, evenals bepaalde gedragsregels.

Voor het overige berust het toezicht bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Voor diensten die afgenomen worden vanuit andere eilanden (bijvoorbeeld uit Curaçao of Sint Maarten) in Caribisch Nederland geldt dat ze hiervoor in beginsel een vergunning nodig hebben.

Sommige ondernemingen kunnen gebruik maken van het overgangsrecht, zoals beschreven in hoofdstuk 10 Wfm BES en artikel 4 van de Rfm. Dit geldt bijvoorbeeld voor adviseurs en bemiddelaars, die  al voor 1 juli 2012 actief waren in Caribisch Nederland. Zij moeten dan  wel melding doen bij de AFM. Zij krijgen dan een (tijdelijk) recht om de dienstverlening voort te zetten. 

Initiative test

Om te bepalen of een onderneming die in een ander land gevestigd is, actief is in Caribisch Nederland, wordt gekeken of de onderneming initiatieven ontwikkelt om klanten in Caribisch Nederland te werven.  Het is mogelijk dat incidenteel diensten worden verleend aan klanten in Caribisch Nederland, op verzoek van die klanten. In dat geval is de onderneming niet vergunningplichtig in Caribisch Nederland. Dit wordt ook wel de initiative test genoemd.

Initiatieven van de onderneming zijn activiteiten die de klant op de onderneming wijzen, zoals het actief klanten benaderen, adverteren in kranten, radio of internet, deelnemen aan beurzen,  of het zich op andere manieren richten op het werven van klanten in Caribisch Nederland. Het is in zo’n geval aan de onderneming om aan te kunnen tonen dat het initiatief altijd bij de cliënten in Caribisch Nederland ligt. De feitelijke situatie is hierbij doorslaggevend.

Eisen aan de bestuurder van een financiële onderneming

De AFM stelt eisen aan de bestuurders van een financiële onderneming. Enkele van deze eisen zijn: Personen die het beleid bepalen of mede bepalen moeten betrouwbaar en geschikt zijn. De betrouwbaarheid wordt vastgesteld aan de hand van de eisen die in Bijlage I van het Besluit financiële markten BES (Bfm BES) zijn genoemd.

Hiervoor wordt gekeken naar bepaalde antecedenten. Dit kan gaan om zaken op strafrechtelijk vlak, financieel (zoals een faillissement of andere financiële problemen), fiscaal (bijvoorbeeld een boete van de belastingdienst), of onderzoeken van de toezichthouder (zoals de CBCS, DNB, AFM of een andere buitenlandse toezichthouder).

Geschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van de Beleidsregel Geschiktheid 2012. Voor adviseurs, bemiddelaars en gevolmachtigd agenten in verzekeringen, is bepaald dat de geschiktheid door middel van een diploma kan worden aangetoond. Deze worden genoemd in artikel 2:2 van de Regeling financiële markten BES en zijn gelijk aan de door de CBCS vereiste diploma’s.

Bestuurders moeten bij hun aantreden en doorlopend voldoen aan deze eisen. Nieuwe feiten die een ander oordeel over de geschiktheid en betrouwbaarheid kunnen inhouden, moeten aan de AFM gemeld worden.

Eisen ten aanzien van de administratie van een financiële onderneming in Caribisch Nederland

In de administratie van een financiële onderneming die een vergunning heeft om activiteiten te verrichten in Caribisch Nederland moet onder meer aanwezig zijn:

  • Een administratie waarin alle klachten zijn vastgelegd.
  • Een administratie waarin alle incidenten zijn vastgelegd.
  • Een klantenadministratie die voldoet aan de wet-en regelgeving.

Sommige ondernemingen hebben hun hoofdkantoor op Curacao of Sint Maarten, terwijl het verkoopkantoor is gevestigd in Caribisch Nederland. De financiële onderneming is verplicht om de toezichthouder inzage te verlenen in de boekhouding of administratie op de plaats waar deze zich bevindt. De administratie van consumenten in Caribisch Nederland dient afgescheiden te zijn van de overige administratie.

Model maximale kredietverstrekking Caribisch Nederland

Een aanbieder van krediet mag geen kredietovereenkomst aangaan met een consument of een krediet verhogen als dit met het oog op het risico van overkreditering onverantwoord is. Met onderstaand model kan worden berekend wat het maximale bedrag aan krediet is, dat aan de consument kan worden verstrekt.

Het model gaat uit van een normbedrag, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de kosten voor levensonderhoud tussen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit normbedrag wordt voor ieder eiland jaarlijks aangepast aan de hand van de ontwikkelingen op het gebied van de prijsindex.

Kosten van het toezicht Caribisch Nederland

Toezicht houden kost geld. DNB en AFM worden deels betaald door de ondernemingen die onder toezicht staan. Dit betekent dat vergunninghouders jaarlijks een heffing aan de AFM moeten betalen. Ook moet worden betaald voor vergunningaanvragen of personentoetsingen.

Toezicht op informatieverstrekking

Het toezicht op informatieverstrekking is één van de onderdelen van het gedragstoezicht van de AFM. Met informatieverstrekking wordt alle informatie bedoeld die door financiële ondernemingen aan de consument wordt verstrekt. Dit kunnen brochures en offertes zijn, maar ook reclame-uitingen en bijvoorbeeld informatie op websites.

In hoofdstuk 5 van de Wet financiële markten BES (Wfm BES) en in hoofdstuk 7 van het Besluit financiële markten BES (Bfm BES) zijn regels opgenomen betreffende informatieverstrekking. Deze regelgeving ziet zowel op verplichte als onverplichte informatie. Ook stelt de regelgeving eisen aan zowel de precontractuele informatie als de (verplicht te verstrekken) informatie gedurende de looptijd.

In deze veelgestelde vragen over wetgeving staan voorbeelden van de verplichte precontractuele informatie over krediet en de krediettabel.

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft BES)

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Wwft BES) regelt de
preventie van witwassen en financieren van terrorisme in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba (BES-eilanden). Deze wet vervangt de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES (Wgg
BES), de Wet identificatie bij dienstverlening BES (Wid BES) en de Wet melding ongebruikelijke
transacties BES (Wet MOT BES). De Wwft BES draagt met de Wet financiële markten BES (Wfm BES)
bij aan de regulering van de financiële markten op de BES-eilanden.

Rechts kunt u de leidraad Wwft downloaden. Vanaf pagina 18 vindt u informatie over Wwft BES.

Informatie delen

Delen via: deel
Alle onderwerpen voor Caribisch Nederland

Toezicht AFM

Register

Nieuws