Terug

Belangrijkste kenmerken Wbft

De Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft) heeft de volgende kenmerken.

Eén bekostigingswet

De bekostiging van de uitvoering van verschillende wetten is in één wet geregeld. Het betreft hier in hoofdzaak de Wet op het financieel toezicht, Wet toezicht accountantsorganisaties, Wet toezicht financiële verslaggeving en de Pensioenwet. Ook de bekostiging van direct werkende bepalingen uit Europese regelgeving valt onder de Wbft.

De bekostiging van het financieel toezicht op de BES landen in Caribisch Nederland is uitgezonderd.

Tarieven voor eenmalige verrichtingen staan voor 5 jaar vast

De tarieven voor eenmalige verrichtingen zoals vergunningaanvragen en bestuurderstoetsingen staan voor een periode van vijf jaar vast. Hierdoor bestaat er voor een lange periode duidelijkheid over deze kosten. Deze periode loopt van 2013 tot en met 2017.

De bekostiging van het doorlopend is verdeeld in 16 toezichtcategorieën

Een toezichtcategorie is een groep ondernemingen die een zelfde maatstaf en tarieven heeft zoals adviseurs en bemiddelaars, banken of schadeverzekeraars. Een maatstaf is overigens een maatstaf van een onderneming die uiteindelijk bepaalt hoe hoog de bijdrage wordt. Zo is de maatstaf voor adviseurs en bemiddelaars het aantal medewerkers dat zich direct of indirect bezig houdt met het adviseren en bemiddelen. Hoe meer medewerkers een adviseur en bemiddelaar heeft hoe hoger de bijdrage wordt.

Iedere toezichtcategorie betaalt een vast percentage van de begroting

Aan elke toezichtcategorie wordt een vast percentage van de totale toezichtkosten, onder aftrek van de geraamde opbrengsten van eenmalige verrichtingen, toegerekend. Dit percentage staat in beginsel voor een periode van 5 jaar vast. In uitzonderlijke situaties wordt dit percentage tussentijds aangepast. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een nieuwe toezichtcategorie ontstaat of als het toezicht op een toezichtcategorie door een wetwijziging significant toeneemt of afneemt.

De exploitatieverschillen worden jaarlijks via de tarieven verrekend

Er zal jaarlijks altijd een verschil zijn tussen de begrote en werkelijke kosten en opbrengsten. Dit verschil wordt in het volgende jaar betrokken bij het door te belasten bedrag aan de onder toezicht staande ondernemingen en verrekend via de tarieven van dat jaar. Er vindt dus geen aparte verrekening plaats. Over 2014 is er een overschot van €4,6 miljoen dat wordt verrekend via de tarieven 2015.

Verschillen waardoor de hoogte van de bijdrage jaarlijks kan fluctueren

Verschillen ontstaan nog doordat de begroting in de regel met de inflatie zal stijgen. Ook het aantal instellingen en de maatstaven waarop de hoogte van de bijdrage is gebaseerd wijzigt jaarlijks.

Opbrengsten uit boetes worden gelijkmatig over alle instellingen verdeeld

De opbrengsten van boetes en dwangsommen komen ten gunste van alle ondernemingen. Het kabinet heeft besloten dit bedrag vanaf 2015 te maximeren tot €2,5 miljoen.

De overheidsbijdrage daalt

De begrote overheidsbijdrage is in 2013 gedaald van €29 miljoen in 2012 naar €20 miljoen in 2013. Hierdoor zijn de bijdragen in 2013 ten opzichte van 2012 gestegen. De overheidsbijdrage voor 2014 was €20,2 miljoen. Het kabinet heeft de overheidsbijdrage vanaf 2015 verder teruggebracht naar €0. Hierdoor stijgen de bijdragen in 2015. De hoogte van deze stijging verschilt per toezichtcategorie en hangt onder meer af van de hoogte van de overheidsbijdrage zoals deze tot aan de inwerkingtreding van de Wbft in 2013 voor deze toezichtcategorie gold. Als de overheidsbijdrage voor een toezichtcategorie relatief hoog was dan stijgt de bijdrage door deze maatregel meer. Daarnaast is de begroting in 2015 ten opzichte van 2014 gestegen met €2,9 miljoen als gevolg van investeringen in de verdere professionalisering van het toezicht.

Informatie delen

Delen via: deel