Terug

Uitleg reikwijdte EMIR-rapportageplicht bij lastgeving

Internationaal Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

De bijlage bij dit bericht zet uiteen welke EMIR- transactierapportages de AFM wil zien, indien Nederlandse ondernemingen derivaten laten afsluiten op basis van een zogenaamde overeenkomst tot lastgeving. Tot dit standpunt is de AFM gekomen in overleg met DNB en een gespecialiseerde werkgroep van de Dutch Advisory Committee Securities Industry (DACSI) waarin o.a. de grote Nederlandse banken zijn vertegenwoordigd.

Het AFM-standpunt komt hier op neer

Alle partijen die onder MiFID als Eligible Counterparty of Professional (inclusief Opt-down Retail Client en Opt-up Professional) kwalificeren zullen in het kader van EMIR alle derivaten moeten rapporteren die zij middels lastgeving of vergelijkbare juridische figuren, (doen) totstandkomen met een partij die ook als zodanig kwalificeert onder MiFID.

Toelichting

Dit standpunt ziet op de vraag hoe ver de EMIR-rapportageplicht reikt in situaties waarin partij A strikt genomen geen derivaat afsluit, maar hiervan wel de risico’s draagt. Hierover bestaat geen uitsluitsel op Europees niveau.

De EMIR-rapportageverplichting aan Trade Repositories geldt sinds 12 februari 2014. Iedere partij die een derivatencontract afsluit moet onder EMIR de details van deze transactie rapporteren aan een Trade Repository. Dit is een entiteit die centraal de rapportage van derivaten verzamelt en bewaart in een transactieregister. Deze Trade Repositories verschaffen regelgevers en toezichthouders meer inzicht in de (OTC-)derivatenmarkt. EMIR wil hiermee de transparantie van de derivatenmarkt vergroten.

Bovenstaand standpunt ziet exclusief op gevallen waarin partij A niet zelf een derivaat afsluit op de beurs, maar in plaats daarvan zijn bank B de opdracht geeft op eigen naam een derivaat af te sluiten. A en B zijn overeengekomen dat B dit doet voor rekening én risico van A. Dit type overeenkomst heet een ‘lastgeving’. Er zijn specifieke spelregels voor opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.

Op grond van één lastgevingsovereenkomst tussen A en B kunnen vele derivaten tot stand komen op naam van B ten behoeve – en voor rekening en risico - van A. Voor de financiële situatie van A is het net alsof er telkens derivaten tot stand komen waarbij A zelf partij is. In de praktijk is het zelfs zo dat een keten van meerdere banken en/of beleggingsondernemingen dit soort opdrachten doorgeeft richting een beurs of ander handelsplatform.

Afweging van de AFM

In bepaalde gevallen is het zonder meer zinvol om een transactie te rapporteren aan de Trade Repository. Of nu sprake is van lastgeving of niet. Het doel om transparantie op de derivatenmarkten te vergroten is daarmee gediend.
 
De AFM vindt het voldoende als bepaalde grote professionele partijen de derivaten die zij doen totstandkomen op basis van lastgeving rapporteren. Om een nuttig onderscheid te maken wordt aangesloten bij enkele technische kwalificaties uit de Europese wetgeving die bekend staat als de MiFID. Banken en beleggingsondernemingen zijn reeds bekend met hun eigen status en die van hun klanten onder MiFID. 

Dit standpunt zal binnen enkele jaren grotendeels achterhaald worden door Europese wetgeving die nu nog in ontwikkeling is. Deze zal naar alle verwachting geen twijfel laten bestaan dat alle ondernemingen lasten tot het afsluiten van derivaten moeten rapporteren.

Meer informatie leest u in deze bijlage

Nb. Bovenstaande uitzonderingen gelden als er sprake is van lastgeving. Alle derivaten die een grote of kleine onderneming rechtstreeks - dus niet op basis van lastgeving - afsluit dienen hoe dan ook te worden gerapporteerd!

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel