Terug

AFM jaarverslag 2010: Ondernemingen weten steeds beter wat van hen verwacht wordt

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Het toezicht van de AFM heeft in 2010 zichtbaar effect bereikt. Financiële ondernemingen bewegen duidelijk de goede kant op, al is er nog een hele weg te gaan. Dat gaf AFM-bestuursvoorzitter Hans Hoogervorst aan tijdens de presentatie van het AFM-jaarverslag op 14 april. “In 2010 hebben we onze beïnvloedingsmaatregelen verder uitgebreid en gevarieerd. Het is de AFM er niet om te doen om zoveel mogelijk boetes op te leggen. Zij bereikt veel zonder maatregelen op te leggen. Ondernemingen weten daardoor steeds beter wat van hen verwacht wordt.”

Het jaarverslag belicht de activiteiten van de AFM voor het eerst per thema – en niet per afdeling of toezichtgebied. De risicoverklaring uit 2009 was de basis voor de acht thema’s die het uitgangspunt voor haar toezicht vormden in 2010. Het jaarverslag 2010 bevat net als eerdere jaren ook een risicoverklaring.

Om de toegankelijkheid te vergroten, kunt u het verslag dit jaar voor het eerst digitaal inzien en op maat doorzoeken op de website www.afm.nl/jaarverslag.

Financiële dienstverlening

Een belangrijk thema voor de AFM was in 2010 het centraal stellen van het klantbelang door productaanbieders. Dit biedt de meeste kans dat klanten op een eerlijke manier worden behandeld. Bij diverse producten ziet de AFM problemen in de productontwikkeling, de marketing en advisering. De AFM kan de kwaliteit van aangeboden producten nu slechts beïnvloeden door naar de kwaliteit van de advisering te kijken. De invloed is hiermee beperkt en bovendien pas in een laat stadium. Daarom pleit de AFM voor een wettelijke verankering van het toezicht op het productontwikkelingsproces.
Inmiddels wordt de term ‘klantbelang centraal’ steeds meer herkend in de financiële sector. Op verschillende onderdelen hebben banken en verzekeraars in 2010 stappen gezet om het vertrouwen terug te winnen, maar we zien ook dat er nog heel wat stappen te zetten zijn en dat een cultuurverandering nodig is. Een van de concrete verbeteringen bij de grote aanbieders is het moderne spaarbeleid. Rentes van bestaande spaarrekeningen worden niet meer stilzwijgend in een glijdende schaal verlaagd.

De AFM richtte zich ook op het verhogen van de kwaliteit van het advies over complexe producten door aanbieders, adviseurs en bemiddelaars. Uit het onderzoek naar hypotheekadvies in 2010 bleek dat de kwaliteit van het advies, ten opzichte van 2007, een zichtbare verbetering liet zien. De AFM besteedde in 2010 ook veel aandacht aan advies over vermogensopbouw. Deze specifieke vorm van financieel advies stelt hoge eisen aan de adviseur. Ook deed zij in 2010 voor het eerst onderzoek naar de naleving van de norm voor passende provisie. Het algemene beeld dat volgde uit dit onderzoek is dat partijen sinds de invoering van de passendeprovisieregels stappen hebben gezet in het aanpassen van hun provisiebeleid. Voor complexe producten heeft minister De Jager van Financiën een verbod op provisies aangekondigd. Wel zal goed moeten worden gekeken naar de precieze uitwerking van een verbod op provisies. Voorkomen moet worden dat er via andere wegen alsnog vergoedingsprikkels kunnen worden geïntroduceerd die het advies negatief beïnvloeden.

De AFM voorziet een groei van regelingen waarbij de pensioenaanspraken van deelnemers afhankelijk worden gemaakt van de financiële positie van een fonds. Met een dalende pensioenzekerheid is het van nog groter belang dat de consument voldoende inzicht heeft in zijn pensioenregeling om tijdig eventueel aanvullende maatregelen te kunnen treffen. Het belang van juiste, tijdige en begrijpelijke informatieverstrekking aan deelnemers is veel hoger op de agenda komen te staan bij de pensioenfondsen. Uit AFM-onderzoek bleek dat startbrieven vaak niet volledig zijn. Kwalitatief consumentenonderzoek naar de begrijpelijkheid van de startbrief toonde bovendien dat zij die na één keer lezen vaak niet begrijpen. Ook het uniform pensioenoverzicht (UPO) bleek in 29 procent van de gevallen onjuistheden te bevatten. Een doelgroep die bijzondere aandacht vraagt, zijn de werknemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB). De kwaliteit van pensioenadvies aan het MKB is nu nog onder de maat.

De doelstelling van het thema ‘Doelgerichte en snellere aanpak van zware integriteitschendingen’ is gericht op het minimaliseren van de schade (aan vertrouwen en vermogen) die malafide partijen berokkenen. De AFM tilt zwaar aan deze overtredingen, omdat partijen die zonder vergunning of prospectus opereren, zich aan het toezicht onttrekken, het gelijke speelveld verstoren en consumenten en beleggers kunnen benadelen. De AFM heeft in 2010 preventief consumenten gewaarschuwd alert te zijn bij diverse categorieën beleggingsobjecten, zoals grond, goud en hout. Ook is er een waarschuwingslijst tegen boiler rooms op de AFM-website in het leven geroepen, waardoor de AFM in 2010 sneller heeft kunnen waarschuwen tegen specifieke boiler rooms.

Kapitaalmarkten

De goede werking van de kapitaalmarkten is in hoge mate afhankelijk van de volledigheid, tijdigheid, begrijpelijkheid en juistheid van de beschikbare (financiële) informatie. De AFM heeft op aangeven van marktpartijen besloten de belangrijkste aandachtspunten met betrekking tot de financiële verslaggeving al begin november, in plaats van eind december, te publiceren, zodat ondernemingen de aanbevelingen van de AFM in hun jaarverslaggeving over 2010 kunnen meenemen. De uitkomsten van het AFM-onderzoek naar de kwaliteit van accountantscontroles en de kwaliteitsbewaking binnen de vier grootste accountantskantoren, waaruit bleek dat een aantal aspecten beter moeten, leidde tot reacties in de markt.

De AFM besteedde ook uitgebreid aandacht aan internationale handelsplatformen. In dit kader kwam bijvoorbeeld het toezicht op de zogeheten hogesnelheidshandel, ofwel high frequency trading (hft), aan de orde. De versnippering in combinatie met de technologische innovatie in de sector vereist dat in het toezicht steeds geavanceerdere elektronische systemen voorhanden zijn om verdachte transacties te identificeren. In juni 2010 startte de AFM met het toezicht op kredietbeoordelingsbureaus (credit ratings agencies of CRAs). Dit toezicht wordt naar verwachting per 1 juli 2011 overgedragen aan de Europese toezichthouder ESMA.

In 2010 heeft de AFM verschillende acties ondernomen om de zichtbaarheid van het toezicht op marktmisbruik te laten toenemen, zodat voor alle partijen duidelijk is dat streng wordt opgetreden tegen marktmisbruik. In het rapport ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de implementatie van de Marktmisbruikrichtlijn in de Nederlandse wetgeving is ook een aantal wensen voor de toekomst geuit, zoals het invoeren van een verplichte cliëntenidentificatie, een zogeheten client-ID, waarmee de AFM gerichter en efficiënter onderzoek kan doen naar marktmisbruik – en dus voor een schonere markt kan zorgen.

De kapitaalmarkten worden niet alleen steeds internationaler, zij worden ook complexer. Financiële sectoren raken steeds verder verstrengeld. Verdere integratie en harmonisatie van het Europese toezicht op marktmisbruik en internationale samenwerking bij onderzoeken is daarom noodzakelijk. Samen met de Britse, Franse, Duitse, Spaanse en Italiaanse effectentoezichthouders heeft de AFM een invloedrijke rol gespeeld in het bepalen van een aantal strategische onderwerpen, zoals het versterken van het Europese toezicht bij de overgang van CESR naar ESMA. Ook bij de strategische heroriëntatie van IOSCO speelde de AFM een belangrijke rol.

Handhaving

Nam het aantal (formele) toezichtmaatregelen sinds 2007 sterk toe, in 2010 stabiliseerde dit aantal zich. Het aantal informele maatregelen daalde. De AFM legde in totaal 53 boetes op, één meer dan in 2009. De meeste boetes zijn opgelegd aan kredietaanbieders, adviseurs en bemiddelaars. In veel gevallen was sprake van overtreding van de regels die ondernemingen opdragen klantgericht te adviseren. De AFM legde 42 lasten onder dwangsom op in 2010; dit is minder dan in 2009, toen het er 59 waren. De lasten werden vooral opgelegd omdat de AFM twijfels had over de legaliteit van bepaalde activiteiten en ondernemingen weigerden de gevraagde informatie aan de AFM te geven.

Het aantal aangiftes bij het Openbaar Ministerie is gedaald van vijftien in 2009 naar twaalf in 2010. Er werd vijf keer aangifte gedaan tegen partijen die zonder vergunning opereerden, drie keer voor mogelijk marktmisbruik en twee keer op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming. Er werd ook aangifte gedaan tegen een aanbieder van financiële producten en tegen een adviseur en bemiddelaar.

Organisatie

De netto lasten van de AFM in 2010 bedroegen € 77,7 miljoen. De lasten waren daarmee nagenoeg gelijk aan de begroting van 2010 en bleven hiermee ruim onder het door het ministerie van Financiën opgelegde kostenkader voor 2010 van € 79,8 miljoen.

Het aantal medewerkers is in 2010 min of meer stabiel gebleven op 495 fte (2009: 493 fte).

 

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel