Terug

Coulance handhaving beloningstransparantieregels en guidance inducement-norm

Nieuws Dit bericht is ouder dan 3 jaar. De inhoud kan hierdoor niet meer actueel zijn.

Per 1 januari 2009 treedt de verplichting tot beloningstransparantie voor financiële dienstverleners in complexe producten en hypothecaire kredieten in werking. Deze verplichting is neergelegd in artikel 58 lid 1 en artikel 149a lid 2 sub b onder 1 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (‘Bgfo’). Een aantal marktpartijen heeft aangegeven dat nog niet alle beloningsafspraken bekend zijn waardoor de verplichting tot het transparant maken van de beloning, niet in alle gevallen mogelijk zal zijn.

De AFM heeft daar begrip voor en is daarom bereid om marktpartijen tegemoet te komen ten aanzien van de specifiek hierboven genoemde verplichting uit hoofde van de artikelen 58 lid 1 en 149a lid 2 sub b onder 1 Bgfo. Dit houdt concreet in dat de AFM coulance zal betrachten bij de handhaving van de naleving daarvan. Eén en ander onder de voorwaarde dat marktpartijen er gelijktijdig alles aan doen om zo spoedig mogelijk na 1 januari 2009, doch uiterlijk 1 april 2009, (alsnog) te voldoen aan deze verplichting.

De coulance ten aanzien van de specifieke transparantieverplichting uit hoofde van artikel 58 lid 1 en artikel 149a lid 2 sub b onder 1 Bgfo, laat bovendien onverlet dat marktpartijen vanaf 1 januari 2009 onverkort dienen te voldoen aan de overige nieuwe regels in het Bgfo.

Proces ten aanzien van guidance toepassing inducement-norm

Per 1 januari 2009 wordt in artikel 149a Bgfo een nieuwe norm geïntroduceerd voor aanbieders, bemiddelaars of adviseurs in complexe producten of hypothecaire kredieten. Deze norm wordt aangeduid als de inducement-norm en is voor beleggingsondernemingen opgenomen in artikel 168a Bgfo.

Deze norm brengt met zich dat omzetprovisies - provisies die zijn gekoppeld aan het behalen van een bepaalde omzet of productie - vanaf 1 januari 2009 niet meer zijn toegestaan. De AFM zal hier vanaf 1 januari 2009 strikt op toezien en zo nodig handhavend optreden.

De AFM heeft verder begrepen dat marktpartijen behoefte hebben aan verdere guidance ten aanzien van de toepassing van de inducement-norm. De AFM is hier thans over in gesprek met brancheverenigingen. De AFM zal eerst gesprekken voeren met de brancheverenigingen en naar aanleiding hiervan guidance geven over de toepassing van de inducement-norm. Dit geldt zowel voor de guidance van de AFM met betrekking tot artikel 149a Bgfo als artikel 168a Bgfo. De AFM zal - onverminderd hetgeen hiervoor is opgemerkt ten aanzien van omzetprovisies - marktpartijen in beginsel pas aanspreken nadat er guidance is gegeven.

U kunt de brieven over bovenstaande punten hiernaast in PDF-formaat downloaden.

De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.

De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten.

Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.

Informatie delen

Delen via: deel