Wet- en regelgeving effectentypisch gedragstoezicht (ETGT)
De wetgeving op het terrein van effectentypisch gedragstoezicht (ETGT) is neergelegd in artikel 5:68 van de Wet op het financieel toezicht (‘Wft’) en nader uitgewerkt in het Besluit Marktmisbruik Wft. Kort gezegd stellen deze artikelen regels omtrent:
- het omgaan met voorwetenschap;
- het omgaan met privé-transacties in financiële instrumenten door bestuurders en personeelsleden;
- het beheersen van belangenverstrengeling met betrekking tot transacties in financiële instrumenten.
Ten behoeve van de naleving van deze regels dient een instelling te beschikken over adequate controlemechanismen.
De Wft kent een stelsel van open normen. Het is dus niet zo dat de Wft in detail voorschrijft hoe instellingen met betrekking tot ETGT hun administratieve en beheersingsorganisatie in dienen te richten. Het stelsel van open normen vraagt daarmee meer van het eigen beoordelingsvermogen van instellingen. Zij dienen dus op basis van de Wft zelf een inschatting te maken van de risico’s die zij lopen en wat vervolgens het gepaste niveau van beheersingsmaatregelen is voor de organisatie. Binnen dit kader kan gezegd worden dat de AFM in ieder geval verwacht van instellingen dat zij ten minste een adequate risicoanalyse verrichten en de daaruit voortvloeiende keuzes betreffende het niveau van beheersingsmaatregelen en de afwegingen die ze hierin maken, vastleggen.
Nationale wet- en regelgeving
AMvB's en andere koninklijke besluiten
|