Kennelijke onredelijkheidnorm voor rechtstreekse betalingen door consumenten

Wanneer consumenten zelf afspraken maken met financieel dienstverleners over de vergoeding en de vergoeding ook rechtstreeks aan de financieel dienstverleners betalen, geldt per 1 januari 2012 de kennelijke onredelijkheidnorm. Deze norm bepaalt dat de vergoeding die wordt afgesproken tussen de financieel dienstverlener en de consument, niet kennelijk onredelijk mag zijn gelet op de aard en de omvang van de dienstverlening.

Wat betekent dat voor u als financieel dienstverlener?

Dit betekent dat de vergoeding die u vraagt niet buitensporig mag zijn gezien de werkzaamheden die u voor de klant verricht. U bent in principe vrij om met uw klanten afspraken te maken over de vergoeding die wordt betaald voor de dienstverlening. U kunt met de volgende punten rekening houden bij het vaststellen van uw vergoeding:

  • De verhouding tussen de vergoeding en het aantal uren dat u aan de klant heeft besteed.
  • De verhouding tussen het aantal uren dat u aan het advies heeft besteed en de complexiteit van de adviesvraag/-behoefte van uw klant.
  • De in de branche in het algemeen gebruikelijk kosten die in rekening worden gebracht voor de diensten die u voor uw klant verricht?

Voorbeeld van een buitensporige vergoeding

Een praktijkvoorbeeld van een buitensporige vergoeding is een situatie waarin een klant een krediet afsluit van €15.000, en hierbij wordt geadviseerd over 5 verschillende verzekeringen. De klant besluit de verzekeringen niet af te sluiten. De adviseur brengt wel een vergoeding voor zijn advies over de verzekeringen in rekening à €450 per geadviseerde verzekering, en €900 voor het bezoek in de vorm van voorrijkosten. De totale vergoeding bedraagt hiermee €3.150.

Waarom deze nieuwe regel?

Deze regel is ingevoerd omdat is gebleken dat klanten die een buitensporige vergoeding in rekening krijgen gebracht weliswaar over de hoogte van de vergoeding zijn geïnformeerd, maar niet of onvoldoende in staat zijn om adequaat tegenwicht te bieden tegen de adviseur/bemiddelaar. De AFM kon tot voor kort niet optreden tegen deze praktijken. De nieuwe regel stelt de AFM in staat op te treden als er buitensporige beloningen in rekening worden gebracht die duidelijk het belang van de klant schaden.

Verder lezen