Samenvatting standpunt AFM provisieverbod beleggingsondernemingen
De AFM en het ministerie van Financiën zetten gezamenlijk in op een verbod op alle vormen van provisie bij beleggingsondernemingen. Het is bij voorkeur een verbod op Europees niveau dat geldt voor alle soorten dienstverlening: vermogensbeheer, advies en execution only. Minister De Jager heeft aangegeven dat als een verbod op Europees niveau niet haalbaar is, hij alsnog stappen zal ondernemen om deze provisies op nationaal niveau te verbieden.
Zowel de AFM als de Minister is voorstander van een systeem van directe beloningen, waarbij de klant zelf direct betaalt voor de dienstverlening. Hierdoor is geen sprake meer van ongewenste prikkels als gevolg van provisies.
Distributievergoedingen
Tot het moment waarop een verbod op provisies bij beleggingsondernemingen van kracht wordt, moeten beleggingsondernemingen voldoen aan de huidige passende provisieregels. Deze regels zijn sinds eind 2007 van toepassing. De AFM constateert echter dat het desondanks in de praktijk lastig blijkt om de ongewenste prikkels weg te nemen die uitgaan van provisies.
Het afgelopen jaar heeft de AFM onderzoek gedaan naar de naleving van de passende provisieregels bij distributievergoedingen. Dit zijn vergoedingen die fondsaanbieders betalen aan beleggingsondernemingen om gebruik te maken van hun distributiekanaal. Uit het onderzoek kwam naar voren dat distributievergoedingen kunnen zorgen voor de ongewenste prikkel bij beleggingsondernemingen om zoveel mogelijk geld aan te brengen bij de fondsen die de hoogste provisies verstrekken. Deze fondsen zijn niet noodzakelijkerwijs de fondsen die het beste zijn voor de klant.
Andere vormen van provisie
Niet alleen distributievergoedingen van fondsaanbieders, maar ook andere vergoedingen zoals plaatsingsvergoedingen en retourprovisies op transactiekosten kunnen tot ongewenste prikkels leiden. De AFM houdt ook deze provisievormen de komende tijd kritisch tegen het licht.
Plaatsingsvergoedingen zijn provisies die een beleggingsonderneming ontvangt van een uitgevende instelling voor de distributie van (nieuwe) financiële producten, bijvoorbeeld structured products. Deze plaatsingsvergoedingen vertonen veel gelijkenissen met distributievergoedingen. Doordat het ene product een hogere vergoeding oplevert dan het andere, hebben beleggingsondernemingen een prikkel om voor het product met de hogere vergoeding te kiezen, in plaats van te kiezen voor het product dat het beste is voor de beleggers.
Bij retourprovisies op transactiekosten ontstaat een prikkel die ertoe kan leiden dat orders worden uitgevoerd die niet in het belang van de klant zijn.
Wie betaalt bepaalt: het verdienmodel van de toekomst
Met een algeheel provisieverbod voor beleggingsondernemingen moet worden voorkomen dat het probleem niet verdwijnt, maar zich verplaatst (het zogenoemde ‘waterbedeffect’). Om een gelijk speelveld te waarborgen moet het provisieverbod gaan gelden voor alle soorten dienstverlening, dus zowel vermogensbeheer, advies als execution only. Zowel de AFM als het ministerie van Financiën willen dat de klant zelf direct betaalt voor de dienstverlening. Als de beleggingsonderneming alleen een vergoeding ontvangt van de klant, verdwijnt het risico dat de beleggingsonderneming vanwege de provisiebetaling niet in het belang van de klant handelt.
De AFM moedigt beleggingsondernemingen aan om na te denken over een duurzaam verdienmodel. De AFM is van mening dat er in het verdienmodel van de toekomst geen plaats is voor provisies.
Meer informatie over provisies bij beleggingsondernemingen vindt u op de speciale themapagina Vermogensopbouw.