Verplichte precontractuele informatie
Als uitgangspunt voor alle kredietgevers geldt dat zij voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst die informatie moet verstrekken die nodig is met het oog op een adequate beoordeling van het krediet. Hierbij moet de kredietgever rekening houden met de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en de door de consument verstrekte informatie, tenzij hiervan geen sprake is.
Daarnaast komt dat voor bepaalde kredietgevers het kredietprospectus komt te vervallen en wordt vervangen door de Europese standaardinformatie. De kredietgever of de kredietbemiddelaar dient geruime tijd voordat de consument door een kredietovereenkomst of een aanbod wordt gebonden een standaardformulier te verstrekken. Dit betekent dat de consument de tijd krijgt om de informatie tot zich te kunnen nemen en zich de consequenties van het krediet te kunnen realiseren. Het standaardformulier bevat onder andere informatie over het soort krediet, de identiteit en geografische adres van de kredietgever of kredietbemiddelaar, het totale kredietbedrag, de voorwaarden voor kredietopneming en de duur van de overeenkomst. Deze informatie moet worden opgenomen in een standaardformulier.
Wettelijk kader: artikel 7:60 BW, artikel 4:20, eerste lid Wft in samenhang met artikel 53 BGfo en artikel 4:33 Wft in samenhang met artikel 112 BGfo, Bijlage D BGfo