Verpanding
27-03-2007: De AFM is van oordeel dat het verstrekken van een pandrecht uit hoofde van beheer- of bewaarkosten in beginsel niet in overeenstemming is met hetgeen is bepaald in artikel 6:18 Nrgfo. Mocht dit in internationale verhoudingen op problemen stuiten, dan dient een waarborg te worden gecreeërd om de financiële instrumenten van de cliënten onbezwaard te laten zijn in het geval van een deconfiture van de bewaarinstelling.
In artikel 6:18, onder b, negende gedachtestreep, Nrgfo is bepaald dat een bewaarinstelling uitsluitend optreedt in het belang van de cliënten van de beleggingsonderneming voor wie financiële instrumenten bij de bewaarder in bewaring zijn gegeven.
Het verstrekken van een (eerste) pandrecht door een bewaarinstelling op de in bewaring gegeven financiële instrumenten van cliënten ten gunste van derden tot meerdere zekerheid voor de betaling van beheer- of bewaarkosten die gemaakt zijn ten behoeve van deze financiële instrumenten, is niet in het belang van de cliënten.
In geval van een faillissement van een bewaarinstelling zou de pandhouder het pandrecht kunnen uitwinnen op de financiële instrumenten die bewaard worden voor de cliënten, indien deze bewaarsinstelling in verzuim zou zijn met de betaling van beheer- of bewaarkosten. Dit betekent dat de mogelijkheid bestaat dat de bewaarinstelling op haar beurt niet meer volledig kan voldoen aan haar verplichtingen jegens haar cliënten.
De AFM is van oordeel dat het verstrekken van een pandrecht door de bewaarinstelling uit hoofde van beheer- of bewaarkosten in beginsel niet in overeenstemming is met hetgeen is bepaald in artikel 6:18 Nrgfo. Mocht dit in internationale verhoudingen op problemen stuiten, dan dient een waarborg te worden gecreeërd om de financiële instrumenten van de cliënten onbezwaard te laten zijn in het geval van een deconfiture van de bewaarinstelling.