Herverpanding

27-03-2007: De AFM is van oordeel dat het herverpanden van rechten van de cliënt door de kredietinstelling in beginsel niet in overeenstemming is met artikel 6:14 Nrgfo, tenzij de cliënt hiervoor uitdrukkelijk toestemming verleent – in een aparte cliëntenovereenkomst - , de cliënt is gewezen op de risico’s en door de beleggingsonderneming voldoende waarborgen zijn getroffen voor de bescherming van de cliënt.

In artikel 6:14, eerste lid, Nrgfo is bepaald dat een beleggingsonderneming met betrekking tot de financiële instrumenten en gelden van cliënten een zodanige regeling dient te treffen dat naar het oordeel van de AFM de rechten van cliënten voldoende zijn beschermd.

Indien er door de cliënten van de kredietinstelling een pandrecht wordt verstrekt op hun financiële instrumenten, ten gunste van de kredietinstelling en de kredietinstelling daarnaast – bijvoorbeeld op grond van haar algemene voorwaarden – tevens bevoegd is om de financiële instrumenten en andere vermogensrechten die door de cliënt aan haar zijn verpand te herverpanden, dan is dat niet in overeenstemming met artikel 6:14, eerste lid Nrgfo.

Door deze herverpanding van financiële instrumenten van cliënten van de kredietinstelling aan derden kan immers een ongewenste situatie ontstaan. Het risico bestaat dat de cliënt aan zijn verplichtingen jegens de kredietinstelling heeft voldaan (waardoor zijn verpanding is komen te vervallen), terwijl de financiële instrumenten mogelijk nog wel door de kredietinstelling zijn herverpand aan een derde. De kredietinstelling zal dan eerst aan haar verplichting jegens de derde dienen te voldoen, alvorens ook dat pandrecht kan komen te vervallen. De cliënt blijft in dit geval afhankelijk van de kredietinstelling en bij een faillissement van deze kredietinstelling ontstaat er mogelijk een probleem. De kredietinstelling zal in de regel haar verplichtingen jegens de derde niet meer kunnen voldoen. Het pandrecht zal dan in de regel worden uitgewonnen door de derde (separatist) en de cliënten van de kredietinstelling hebben in dat geval het nakijken. Dit risico blijkt veelal  niet uit de formulering zoals opgenomen in de algemene voorwaarden dienstverlening inzake financiële instrumenten zoals overeengekomen tussen de kredietinstelling en haar cliënten. Naar het oordeel van de AFM is het herverpanden van rechten van de cliënt door de kredietinstelling in beginsel niet toegestaan, tenzij de cliënt hiervoor uitdrukkelijk toestemming verleent – in een aparte (cliënten)overeenkomst –, de cliënt is gewezen op de risico’s en door de beleggingsonderneming voldoende waarborgen voor de bescherming van de cliënt zijn getroffen.