In de Wta zijn geen specifieke bepalingen opgenomen over wat accountantsorganisaties mogen vermelden in publieke uitingen. Uiteraard mogen accountants op grond van de VGC de waarheid geen geweld aandoen en geen onjuiste informatie verspreiden. Het is daarom niet toegestaan om bijvoorbeeld op websites of briefpapier te vermelden dat de accountantsorganisatie beschikt over een vergunning van de AFM, terwijl dit feitelijk (nog) niet het geval is.
De AFM verwacht dat accountantsorganisaties zich in hun (publieke) uitingen over de status van de vergunning terughoudend zullen opstellen en zich zullen beperken tot het vermelden of de accountantsorganisatie bevoegd is wettelijke controles te verrichten. Dit is het geval indien:
1. de accountantsorganisatie reeds een vergunning heeft verkregen, of
2. indien de accountantsorganisatie een vergunning heeft aangevraagd onder de overgangsregeling en die nog in behandeling is bij de AFM.
Ad 1. Vergunninghouders
Vergunninghoudende accountantsorganisaties zijn bevoegd wettelijke controles te verrichten en kunnen dit ook vermelden in hun publieke uitingen. Overigens betekent dit niet dat deze vergunninghouders de enige accountantsorganisaties zijn die wettelijke controles mogen verrichten: ook accountantsorganisaties die een vergunning hebben aangevraagd onder de overgangsregeling en die nog in behandeling is bij de AFM zijn bevoegd wettelijke controles te verrichten (zie ad 2).
Ad 2. Vergunningaanvragers
Voor enkele accountantsorganisaties die een vergunning hebben aangevraagd onder de overgangsregeling, geldt dat zij deze vergunning nog niet hebben verkregen, omdat zij (nog) niet hebben aangetoond aan de eisen van de Wta te voldoen. Deze vergunningaanvragen zijn nog in behandeling. Accountantsorganisaties mogen in hun publieke uitingen niet vermelden of de indruk wekken dat zij de vergunning al hebben verkregen, als de vergunningaanvraag feitelijk nog in behandeling is bij de AFM. Zij kunnen wel aangeven dat zij (onder de overgangsregeling) een vergunning hebben aangevraagd bij de AFM en daarom bevoegd zijn wettelijke controles te verrichten.
Zowel accountantsorganisaties die reeds een vergunning hebben verkregen, als accountantsorganisaties die onder de overgangsregeling een vergunning hebben aangevraagd en die nog in behandeling is bij de AFM, zijn bevoegd wettelijke controles te verrichten. Of de AFM in het kader van de beoordeling van de vergunningaanvraag al dan niet een onderzoek ter plaatse heeft uitgevoerd bij een accountantsorganisatie doet hieraan niets af. De AFM gaat er dan ook van uit dat accountantsorganisaties terughoudend zijn ten aanzien van het doen van mededelingen over het door de AFM uitgevoerde onderzoek ter plaatse. Het onderzoek ter plaatse is namelijk een belangrijk, maar niet het enige, onderdeel van de beoordeling van de vergunningaanvraag. Naast het onderzoek ter plaatse, beoordeelt de AFM onder meer de door de accountantsorganisatie ingestuurde gegevens en bescheiden, de betrouwbaarheid van de (mede)beleidsbepalers en eventuele ‘signalen’ of bijzondere omstandigheden.
De AFM communiceert haar formele besluiten in beginsel uitsluitend schriftelijk. De bevindingen van de AFM naar aanleiding van een onderzoek ter plaatse worden mondeling teruggekoppeld naar de beleidsbepalers van de accountantsorganisatie. Als uit deze bevindingen blijkt dat de accountantsorganisatie niet heeft aangetoond te voldoen aan de Wta, zal de AFM kort na het onderzoek ter plaatse haar beoordeling afronden en een voornemen tot afwijzing van de vergunningaanvraag sturen naar de accountantsorganisatie. Als uit de bevindingen blijkt dat de accountantsorganisatie op het moment van het onderzoek voldoet aan de Wta, worden deze bevindingen meegenomen in de verdere beoordeling die pas aan het einde van de beslistermijn zal worden afgerond. Er wordt dus op het moment van het onderzoek ter plaatse nog geen besluit tot vergunningverlening genomen. Alle relevante feiten en omstandigheden in de periode tussen het onderzoek ter plaatse en het einde van de beslistermijn zullen worden meegenomen in het besluit op de vergunningaanvraag.