Er kunnen omstandigheden zijn waarbij een open-end beleggingsinstelling geen rechten van deelneming kan inkopen of uitgeven. Het moet dan gaan om bijzondere omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de beheerder of beleggingsinstelling. Uit wet- en regelgeving volgt dat het prospectus de gevallen dient aan te geven waarbij in het belang van de deelnemers de inkoop van rechten van deelneming of de terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming kunnen worden opgeschort, alsmede de wijze waarop onderscheidenlijk inkoop en terugbetaling kan worden opgeschort (art. 118, lid 1 en bijlage E, 7.12 BGfo). De genoemde omstandigheden mogen niet tot gevolg hebben dat de inkoop/uitgifte van rechten van deelneming langdurig wordt belemmerd dan wel feitelijk onmogelijk wordt gemaakt; er zal dan immers geen sprake meer zijn van doorlopende inkoop.
In de praktijk zou een open-end beleggingsinstelling in de volgende bijzondere omstandigheden zijn inkoop/uitgifte van rechten van deelneming kunnen opschorten of beperken:
1. Indien één of meer effectenbeurzen of markten waaraan effecten zijn genoteerd of worden verhandeld die behoren tot het vermogen van een beleggingsinstelling of het vermogen van een beleggingsinstelling waarin de desbetreffende beleggingsinstelling direct of indirect belegt, zijn gesloten tijdens andere dan gebruikelijke dagen of wanneer de transacties op deze beurzen zijn opgeschort of aan niet gebruikelijke beperkingen zijn onderworpen en de beheerder, naar zijn oordeel, geen juiste taxatie van de koers van de (beursgenoteerde) beleggingen kan geven;
2. Omstandigheden waarbij de middelen van communicatie of berekeningsfaciliteiten die normaal worden gebruikt voor de bepaling van het vermogen van de beleggingsinstelling of het vermogen van een beleggingsinstelling waarin de desbetreffende beleggingsinstelling direct of indirect belegt, niet meer functioneren of indien om enige andere reden de waarde van een belegging die behoort tot het vermogen van een beleggingsinstelling of het vermogen van een beleggingsinstelling waarin het desbetreffende beleggingsinstelling direct of indirect belegt, niet met de door de beheerder gewenste snelheid of nauwkeurigheid kan worden bepaald;
3. Omstandigheden waarbij de technische middelen van de beleggingsinstelling om rechten van deelneming in te kopen of uitgeven door een technische storing tijdelijk niet beschikbaar zijn;
4. Factoren die onder andere verband houden met de politieke, economische, militaire of monetaire situatie waarop de beheerder geen invloed heeft, en de beheerder verhinderen de waarde voldoende nauwkeurig te bepalen van het vermogen van de beleggingsinstelling en het vermogen van een beleggingsinstelling waarin de desbetreffende beleggingsinstelling direct of indirect belegt;
5. Omstandigheden waarbij de beleggingsinstelling aan de hoeveelheid verzoeken tot inkoop/uitgifte van rechten van deelneming feitelijk niet onmiddellijk kan voldoen; bijvoorbeeld omdat het administratief niet mogelijk is de verzoeken ordentelijk te verwerken;
6. Omstandigheden waarbij de inkoop/uitgifte van rechten van deelneming tijdelijk kan worden gemaximeerd mits de ingestelde limiet in verhouding staat tot het aantal uitstaande deelnemingsrechten en verband houdt met de kenmerken van de beleggingsinstelling of het beleggingsbeleid. Bijvoorbeeld: een beleggingsinstelling die belegt in niet-beursgenoteerde bedrijven kan mogelijk op korte termijn maar een beperkt percentage van de activa verkopen. Als een limiet wordt ingesteld zijn de wettelijke eisen met betrekking tot de aan te houden liquiditeit onverkort van toepassing;
7. Omstandigheden waarbij de fiscale status van de beleggingsinstelling in gevaar komt.
Indien de bijzondere omstandigheden zich niet meer voordoen, en/of de opschorting van inkoop/uitgifte niet meer in het belang van deelnemers is, dient een open-end beleggingsinstelling de inkoop/uitgifte te hervatten. De beheerder blijft uiteraard zelf verantwoordelijk voor het daadwerkelijk opschorten van de inkoop/uitgifte, en of de opschorting nog in het belang van de belegger voortduurt. Dit is immers ook een zaak tussen de beleggers en de beleggingsinstelling omdat dit is overeengekomen in de voorwaarden.
NB Voor guidance omtrent de begrippen ‘open-end ‘en closed-end’ wordt verwezen naar de veelgestelde vraag ‘Wat wordt verstaan onder een open-end en een closed-end beleggingsinstelling?’.