Wetgeving ontheffing bemiddelen in aantrekken van opvorderbare gelden
Op grond van artikel 4:3, vierde lid kan de AFM op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het bemiddelingsverbod, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. Het verbod op het aantrekken van opvorderbare gelden en het bemiddelen daarin is bedoeld om te voorkomen dat geld wordt aangetrokken van het publiek zonder dat daar voldoende financiële waarborgen tegenover staan zodat verantwoord met het geld wordt omgegaan en het geld op elk moment kan worden terugbetaald.
De aanvraag van de ontheffing gaat als volgt:
U stuurt de AFM schriftelijk een verzoek tot ontheffing op het verbod te bemiddelen in het aantrekken van opvorderbare gelden. In dit verzoek moet de aanvrager aantonen dat de belangen die artikel 4:3 beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. Dit verzoek is vormvrij.
De bestuurders en eventuele toezichthouders van de houder van de ontheffing moeten worden getoetst op betrouwbaarheid. Hiervoor moeten de meldingsformulieren Voorgenomen benoeming en Betrouwbaarheidsformulieren worden gebruikt. Deze vindt u op ons Digitaal loket.