Afwijken van de toeslagenmatrix

Met dit document geeft de AFM een handreiking zoals beschreven in de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 maart 2011, nr. AV/PB/2011/3811, tot wijziging van de Regeling Pensioenwet en wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met wijziging van de artikelen 4c en 6.

Per 1 april 2011 is de wetgeving rondom de toeslagenmatrix gewijzigd (artikel 95, tweede lid, van de Pensioenwet (Pw) en artikel 103, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) en Regeling Pw en Wvb, artikel 6). De belangrijkste wijziging is dat de teksten niet meer vooraf aan de AFM hoeven te worden voorgelegd.

De toeslagenmatrix bevat voorgeschreven teksten over de toeslagverlening ter informatie van de (gewezen) deelnemer/pensioengerechtigde. Pensioenuitvoerders zijn verplicht om deze teksten op te nemen in alle persoonlijke uitingen.

De AFM zal achteraf toezicht houden in hoeverre de eventuele gebezigde afwijkingen bijdragen aan de begrijpelijkheid en/of juistheid van de voorwaardelijkheidsverklaring. Dit document geeft inzicht in de wijze waarop de AFM invulling geeft aan het toezicht op deze afwijkingsmogelijkheid. Hieronder vindt u de criteria die de AFM als uitgangspunt hanteert bij de beoordeling van afwijkingen.

1. Volg zoveel mogelijk de voorgeschreven standaardtekst

Om de vergelijkbaarheid te waarborgen, blijft het voor alle pensioenuitvoerders noodzakelijk om zoveel mogelijk de verplichte toeslagenmatrixteksten te gebruiken. Alleen als de afwijkende tekst voldoet aan de hieronder punt 3 genoemde criteria, zal de AFM het voeren van afwijkende teksten van de verplichte matrixtekst toestaan.

2. Criteria die de AFM hanteert bij de beoordeling van afwijkende toeslagenmatrixteksten

Criteria om af te mogen wijken van de toeslagenmatrix
De tekst die de toeslagenmatrix voorschrijft is leidend. De AFM behoudt zich uiteraard het recht voor om de afwijkende teksten achteraf te toetsen op duidelijkheid, begrijpelijkheid en juistheid. 

De mogelijkheid bestaat om van de teksten af te wijken, in de volgende gevallen:

  • aantoonbare onjuistheid of onbegrijpelijkheid
    De voorgeschreven tekst uit de toeslagenmatrix is onder bepaalde omstandigheden op onderdelen aantoonbaar onjuist of onbegrijpelijk.
  • begrijpelijker maken
    Een alternatieve tekst is begrijpelijker dan de voorgeschreven tekst.

Criteria waaraan de alternatieve tekst moet voldoen
Wil de AFM een afwijkende tekst achteraf niet afkeuren dan moet sprake zijn van het volgende:

  • zelfde inhoudelijke informatie
    De alternatieve tekst moet dezelfde inhoudelijke informatie te bevatten als de originele tekst. Een pensioenuitvoerder mag geen informatie weglaten en de vaste onderdelen, zoals het track record en de voorwaardelijkheidsverklaring, moeten altijd worden opgenomen.
  • even kort en bondig
    Ook mag de pensioenuitvoerder de alternatieve tekst niet zo lang maken dat de lengte tot afbreuk aan de begrijpelijkheid kan leiden.

3. Toegestane afwijkingen op detail niveau

Met in achtneming van de hierboven onder punt 3. beschreven criteria, noemen wij een aantal specifieke gevallen waarin kan worden af geweken van de voorgeschreven  verplichte toeslagenmatrixteksten:

  • Kleine aanpassingen of toevoegingen van tekst of stijl zijn geoorloofd mits deze de begrijpelijkheid en juistheid te goede komen.
  • Een pensioenuitvoerder kan de ambitie van de afgelopen jaren tot uitdrukking te brengen in het trackrecord en hierop aanvullende informatie te verstrekken, zolang het geen afbreuk doet aan de duidelijkheid van de voorgeschreven opgenomen informatie.
  • Indien de datum van toekenning van de toeslag niet gelijk is aan 31 december of 1 januari van enig jaar, of indien een afwijkende periode wordt vermeld waarover de toeslagverlening van toepassing is, dan mag de CPI referentieperiode hieraan worden aangepast.
  • Het is mogelijk om een inhaaltoeslag op te nemen in de verplichte teksten.

De voorgeschreven teksten van de toeslagenmatrix kunt u vinden op de website van wetgever:

4. Berekening CPI

Pensioenuitvoerders moeten gebruik maken van de algemene 'CPI alle huishoudens' met als referentieperiode een kalenderjaar (januari tot en met december). Als de datum van toekenning van de toeslag niet gelijk is aan 31 december of 1 januari van enig jaar, of als een afwijkende periode wordt vermeld waarover de toeslagverlening van toepassing is, dan mag de CPI referentieperiode hieraan worden aangepast. 

Het CPI wordt vastgesteld door de CPI’s van januari t/m december op te tellen en te delen door 12. Naar keuze kan worden afgerond in één of twee decimalen nauwkeurig. De CPI worden gepubliceerd door het CBS.

Download hier in PDF formaat het historisch overzicht: