Vergunning

Definitie van clearinginstelling
De Wft definieert als clearinginstelling degene die: "zijn bedrijf maakt van het sluiten van overeenkomsten betreffende financiële instrumenten met een centrale tegenpartij die optreedt als exclusieve wederpartij bij deze overeenkomsten, waarvan de bedingen die de kern van de prestaties aangeven overeenkomen met de bedingen die deel uitmaken van overeenkomsten, gesloten door derden of door hemzelf in zijn hoedanigheid van partij, op een markt in financiële instrumenten en die in de laatstbedoelde overeenkomsten de kern van de prestaties aangeven."

Deze begripsomschrijving omvat zowel clearinginstellingen die uitsluitend voor eigen rekening clearingactiviteiten verrichten (individual clearing members) als die welke (ook) handelen voor rekening van derden (general clearing members). De centrale tegenpartij zelf – in het geval van Euronext Amsterdam is dat LCH Clearnet S.A. - valt buiten deze begripsomschrijving. In deel 6 van de Wft zal worden voorzien in een afzonderlijk deel betreffende het toezicht op afwikkelsystemen.

Vergunningplicht
Het toezicht op basis van de Wft onderscheidt clearinginstellingen naar gelang de staat waar zij hun zetel hebben en – in het geval dat deze financiële ondernemingen hun zetel buiten Nederland hebben - de wijze waarop zij in Nederland werkzaam zijn, te weten via een bijkantoor in Nederland of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland. Voor de toepassing van de Wft oefent een clearinginstelling het bedrijf uit door middel van het verrichten van diensten naar Nederland indien dat grensoverschrijdend geschiedt (zonder Nederlands bijkantoor) op een erkende markt in financiële instrumenten in Nederland.

Een financiële onderneming die voornemens is in Nederland het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen dient een vergunning aan te vragen bij de Nederlandsche Bank (DNB). Dit geldt zowel voor een clearinginstelling met zetel in Nederland als voor een clearinginstelling met zetel buiten Nederland die via een bijkantoor in Nederland actief is. Een vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de op grond van de Wft geldende – hieronder nader toegelichte - toelatingsregels.

Uitzonderingen van de vergunningplicht
Voor clearinginstellingen met een zetel buiten Nederland die grensoverschrijdend in Nederland actief zijn, geldt geen vergunningplicht. Zij dienen echter DNB vooraf in kennis te stellen (notificatieplicht) en daarbij aan te tonen dat aan de relevante toelatingsregels wordt voldaan.

Voorts voorziet de Wft in een uitzondering van de vergunningplicht (en de plicht om aan te tonen aan de toezichtregels te voldoen in geval van grensoverschrijdende dienstverlening) indien de financiële onderneming:

  • over een door DNB verleende bankvergunning beschikt. De reden hiervoor is dat de desbetreffende bankvergunning in beginsel toestaat dat deze financiële onderneming tenminste de werkzaamheden genoemd in bijlage 1 van de bankenrichtlijn mag verrichten en de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling onder die werkzaamheden is begrepen.
  • haar zetel heeft in een andere lidstaat en beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende bankvergunning, waaronder de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling is begrepen, tenzij die vergunning anders vermeldt. Dit om dezelfde reden als bij de eerste uitzondering.
  • haar zetel heeft in een door de Minister van Financiën aangewezen staat waar adequaat toezicht op clearinginstellingen is en waarmee Nederland een adequate informatie-uitwisseling heeft. Dit laatste is van belang aangezien DNB in kennis wordt gesteld van eventuele problemen van de clearinginstelling bij het voldoen aan de relevante eisen.

De financiële onderneming die voornemens is om op de Nederlandse financiële markten het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen en die niet onderworpen is aan een vergunningplicht, is wel onderworpen aan een notificatieregeling, waarin zij haar voornemen aan DNB moet melden.

Overgangsregeling
Voor financiële ondernemingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wft het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen, en die een vergunning behoeven, is voorzien in een overgangsregeling. Deze clearinginstellingen mogen op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wft zonder vergunning hun werkzaamheden voortzetten, indien zij binnen één maand vanaf dat tijdstip een vergunning aanvragen bij DNB en binnen zes maanden vanaf dat tijdstip aan DNB de gegevens verstrekken voor het verkrijgen van een vergunning. Deze overgangsbepaling geldt totdat DNB op de vergunningaanvraag heeft beslist.

Financiële ondernemingen met een zetel buiten Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wft grensoverschrijdend in Nederland het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen, behoeven geen vergunning en mogen hun werkzaamheden voortzetten, mits zij binnen één maand vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wft DNB in kennis stellen van de door hen uitgeoefende werkzaamheden in Nederland en binnen zes maanden vanaf dat tijdstip aan DNB de gegevens verstrekken waaruit blijkt dat zij voldoen aan de voor hen geldende toelatingsregels. Financiële ondernemingen, met zetel buiten Nederland die niet beschikken over een bankvergunning en die gevestigd zijn in een door de Minister van Financiën aangewezen staat, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wft in Nederland het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen, vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, mogen hun werkzaamheden voortzetten, onder de voorwaarde dat zij binnen twee maanden na inwerkingtreding van de Wft aan DNB kennis geven van die voortzetting.

Toelatingsregels voor clearinginstellingen
De regels voor de toelating van de onderscheiden groepen clearinginstellingen tot de Nederlandse financiële markten hebben betrekking op de deskundigheid en betrouwbaarheid van beleidsbepalers, integere bedrijfsvoering, de structurering en inrichting van de clearinginstelling, alsmede de prudentiële regels met betrekking tot de vermogenspositie en liquiditeit van de clearinginstelling. Clearinginstellingen die zijn toegelaten dienen  doorlopend te voldoen aan de eisen die bij toetreding worden gesteld. De Nederlandsche Bank is de vergunningverlener en is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de toetredingseisen. Na toelating dient de clearinginstelling dus doorlopend te voldoen aan de toetredingseisen én de gedragsregels na te leven.

Door DNB en de AFM is een informatiebrochure opgesteld die nader ingaat op het toezicht op clearinginstellingen uit hoofde van de Wft.