Hoe verloopt het proces van openbare biedingen en wat is daarbij de rol van de AFM?
Hieronder volgt een korte weergave van de belangrijkste regels ten aanzien van openbaarmakingen die bij een biedingsproces van toepassing zijn.
Aankondiging van een openbaar bod
Het biedingsproces begint in de meeste gevallen met de aankondiging van een voorgenomen openbaar bod. Dit zal in de regel plaatsvinden via een persbericht dat partijen 'voorwaardelijke overeenstemming' hebben bereikt, dat wil zeggen: overnamegesprekken hebben een zodanige stand bereikt dat partijen – al dan niet onder bepaalde voorwaarden – overeenstemming hebben bereikt over een openbaar bod.
Het biedingsproces kan ook anderszins beginnen, bijvoorbeeld bij een zogenoemd vijandig bod (zie hierna), doordat door toedoen van de bieder 'concrete informatie' bekendgemaakt is. Van concrete informatie is in ieder geval sprake indien de bieder de naam van de doelvennootschap openbaar maakt in combinatie met een voorgenomen prijs of in combinatie met een concreet omschreven voorgenomen tijdschema voor het verloop van het voorgenomen bod. De concrete informatie hoeft daarbij door de bieder niet noodzakelijk via een persbericht bekend te zijn gemaakt.
Een derde mogelijkheid is ten slotte dat een 'verplicht bod' wordt aangekondigd (zie hierna).
Het vorenstaande laat onverlet dat zowel de bieder als de doelvennootschap reeds eerder onverwijld iedere koersgevoelige informatie openbaar moet maken. Te denken valt aan de situatie dat de voorbereiding van een openbaar bod 'gelekt is'.
Vijandig bod
Indien de doelvennootschap niet geïnteresseerd is in een overname door de bieder, maar de bieder alsnog een bod wil uitbrengen, zal de bieder een 'vijandig traject' moeten bewandelen. De bieder is overigens op grond van de biedingsregels niet verplicht de doelvennootschap van zijn voornemen op de hoogte te brengen voordat hij zijn voorgenomen bod aankondigt in de markt. Een vijandig bod is aangekondigd doordat de bieder concrete informatie over het voorgenomen bod openbaar maakt. Zoals hierboven toegelicht is, kan een bod al aangekondigd zijn doordat met toedoen van de bieder de naam van de doelvennootschap tegelijk met een indicatieve prijs of tegelijk met een concreet tijdschema openbaar is gemaakt.
Verplicht bod
Een ieder die – al dan niet tezamen met anderen ('acting in concert') – ten minste 30% van de stemrechten in een algemene vergadering van aandeelhouders kan uitoefenen, is verplicht een openbaar bod uit te brengen op alle overige aandelen. Indien de 30%-houder desalniettemin geen bod uitbrengt, kan hij daartoe door de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verplicht worden. De ondernemingskamer zal een verplichting tot het uitbrengen van een verplicht bod alleen vaststellen als aandeelhouders of de doelvennootschap daarom verzocht hebben. De AFM heeft geen mogelijkheid een hiervoor bedoeld verzoek bij de ondernemingskamer te doen.
Een verplicht bod dient te worden uitgebracht tegen een 'billijke prijs'. De billijke prijs is in principe de hoogste prijs die door de bieder in het jaar voorafgaand aan de aankondiging van het verplichte bod is betaald. In afwijking daarvan kan de ondernemingskamer op verzoek de billijke prijs vaststellen. Het oordeel of iemand een verplicht bod moet doen en het beoordelen van een mogelijke aanpassing van de billijke prijs ligt dus bij de ondernemingskamer en niet bij de AFM.
Een verplicht bod wordt aangekondigd doordat de bieder hierover een persbericht publiceert of doordat de uitspraak van de ondernemingskamer over het moeten doen van een verplicht bod onherroepelijk is geworden (en als derde mogelijkheid overigens ook doordat de doelvennootschap een persbericht publiceert waarin zij aangeeft dat naar het recht van een andere lidstaat vaststaat dat een verplicht bod dient te worden uitgebracht). Zodra een verplicht bod is aangekondigd, valt het verder onder het toezicht op openbare biedingen door de AFM en geldt daarvoor – met kleine uitzonderingen – het hierna beschreven biedingsproces.
4-weken persbericht
Binnen vier weken na de aankondiging van een openbaar bod zoals hiervoor beschreven is, wordt door de bieder een persbericht gepubliceerd waarin de bieder aangeeft (i) dat hij binnen een door hem te bepalen en te noemen periode van ten hoogste 12 weken na de aankondiging van het voorgenomen bod een verzoek tot goedkeuring van het biedingsbericht bij de AFM zal indienen (in de praktijk gebeurt dit regelmatig via een persbericht waarin partijen een 'update' geven van de vorderingen die men maakt bij de voorbereiding van het bod), of (ii) dat de bieder alsnog afziet van een bod. Uiteraard bestaat de onder (ii) genoemde mogelijkheid niet bij een verplicht bod.
Certainty of funds-persbericht
Een bieder dient ervoor te zorgen dat hij uiterlijk op het tijdstip van indiening van het verzoek aan de AFM om het biedingsbericht goed te keuren, de biedprijs in geld kan opbrengen dan wel alle redelijke maatregelen heeft getroffen om enige andere vorm van vergoeding te kunnen verstrekken om zo zijn bod te kunnen betalen ('certain funds'). Zodra de bieder over deze certain funds beschikt, doet hij daarover een openbare mededeling.
Biedingsbericht
Binnen de door de bieder in het 4-weken persbericht genoemde periode dient hij een aanvraag voor goedkeuring van het biedingsbericht in bij de AFM. De AFM zal vervolgens over dit verzoek besluiten. Nadat het besluit tot goedkeuring aan de bieder is bekendgemaakt, brengt deze binnen zes werkdagen zijn bod uit door het goedgekeurde biedingsbericht algemeen verkrijgbaar te stellen (dat wil zeggen: de bieder plaatst het biedingsbericht bijvoorbeeld op de website van de doelvennootschap of op zijn eigen website en maakt bekend waar het biedingsbericht kosteloos kan worden opgevraagd). De bieder publiceert een persbericht over dit algemeen verkrijgbaar stellen van het biedingsbericht waarin hij aangeeft waar het biedingsbericht verkrijgbaar is.
Overigens is het ook nog mogelijk dat de bieder binnen de bovengenoemde zes werkdagen een openbare mededeling doet dat hij geen openbaar bod zal uitbrengen.
Standpuntbepaling doelvennootschap en de aandeelhoudersvergadering
De doelvennootschap moet ten minste zes werkdagen voor het einde van de aanmeldingstermijn een aandeelhoudersvergadering beleggen om haar aandeelhouders te informeren over het bod. Ten minste vier dagen voor deze aandeelhoudersvergadering moet de doelvennootschap onder meer beargumenteerd openbaar maken of zij het bod steunt of niet ('standpuntbepaling'). Bij een vriendelijk bod wordt de standpuntbepaling van de doelvennootschap regelmatig op hetzelfde moment gepubliceerd als het biedingsbericht. Anders dan het biedingsbericht wordt de standpuntbepaling niet voorafgaand aan publicatie daarvan door de AFM goedgekeurd.
Aanmeldingstermijn
Niet eerder dan de eerste werkdag volgend op de publicatie van het biedingsbericht vangt de aanmeldingstermijn aan. Per soort bod schrijft de wet- en regelgeving een verschillende minimum aanmeldingstermijn voor. Er geldt bijvoorbeeld een minimumtermijn van vier weken bij een (vrijwillig of verplicht) bod op alle aandelen van de doelvennootschap. Bij een zogenoemd partieel bod of tenderbod is de minimale aanmeldingstermijn twee weken. De maximale aanmeldingstermijn is voor alle soorten biedingen tien weken. De aanmeldingstermijn kan eventueel eenmaal worden verlengd indien nog niet alle voorwaarden van het bod zijn vervuld. Een verlenging moet uiterlijk op de derde werkdag na het einde van de oorspronkelijke aanmeldingstermijn worden medegedeeld. Bij verlenging hebben aandeelhouders de mogelijkheid hun eerder aangemelde aandelen in te trekken.
Verder is er voor de specifieke situatie dat er een concurrerend bod (zie hieronder) is uitgebracht er de mogelijkheid voor de eerste bieder dat hij nog ten tijde van zijn aanmeldingstermijn deze termijn eenmaal kan verlengen tot bijvoorbeeld de datum van sluiting van de aanmeldingstermijn van het concurrerende bod.
Een bieder kan gedurende de - al dan niet verlengde - aanmeldingstermijn de geboden prijs eenmaal verhogen. Hierover doet hij een openbare mededeling.
Concurrerend bod
Een eventuele concurrerende bieder kan in principe op elk moment van een reeds lopend biedingstraject van de eerste bieder, een alternatief bod aankondigen. In de praktijk is het zo dat dit concurrerende bod vaak een vijandig bod zal zijn omdat de doelvennootschap in de regel gebonden zal zijn aan haar aanbeveling van het eerste bod (indien dit een vriendelijk bod is). De biedprijs die in een biedingsbericht wordt gepubliceerd, is overigens de definitieve prijs. Deze mag gedurende een lopende aanmeldingstermijn één maal worden verhoogd (zie hiervoor).
Gestanddoening
Uiterlijk op de derde werkdag na het einde van de (eventueel verlengde) aanmeldingstermijn dient te bieder bekend te maken of hij zijn bod gestand doet.
Na-aanmeldingstermijn
De bieder kan uiterlijk binnen drie werkdagen na de gestanddoening nog openbaar mededelen dat hij een zogenoemde na-aanmeldingstermijn zal openstellen van niet langer dan twee weken. Gedurende de na-aanmeldingstermijn kunnen aandeelhouders die hun effecten nog niet onder het bod hadden aangemeld, dit alsnog doen tegen dezelfde prijs en voorwaarden die golden voor het gestand gedane bod. In de praktijk wordt een na-aanmeldingstermijn overigens vaak al aangekondigd in het persbericht over de gestanddoening van het bod.
De specifieke biedingsregels zijn te vinden in de Wet op het financieel toezicht (Wft) – hoofdstuk 5.5 – en zijn uitgewerkt in het Besluit openbare biedingen Wft (Bob). Daarnaast zijn er een aantal vrijstellingen van de biedingsregels opgenomen in de Vrijstellingsregeling Wft (te vinden in de artikelen 56a – 56c) en het Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft.