De website afm.nl maakt gebruik van cookies

Aanvraag verlening van ontheffing

Op grond van artikel 5:18, derde lid Wft kan de AFM ontheffing verlenen van de ingevolge hoofdstuk 5.1 Wft of de prospectusverordening in het prospectus verplicht op te nemen informatie.

De AFM kan ontheffing verlenen wanneer:

  1. openbaarmaking van die informatie in strijd is met het algemeen belang;
  2. openbaarmaking van die informatie de uitgevende instelling ernstig zou schaden, en het achterwege blijven van de vermelding het publiek niet kan misleiden ten aanzien van feiten en omstandigheden die van essentieel belang zijn om tot een verantwoord oordeel te kunnen komen over de uitgevende instelling, de aanbieder, aanvrager van de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt, of in voorkomend geval de garant of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten waarop het prospectus betrekking heeft; of
  3. dergelijke informatie van minder belang is, uitsluitend voor een specifieke aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt bedoeld is en niet van zodanige aard is dat zij invloed heeft op de beoordeling van de financiële positie en vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder, aanvrager van de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt of, in voorkomend geval, de garant.

Wanneer een uitgevende instelling een ontheffing op grond van artikel 5:18 derde lid Wft wil verkrijgen dan dient zij dit aan de AFM t.a.v. de afdeling Toezicht Emissies kenbaar te maken middels een schriftelijke aanvraag die in ieder geval voldoet aan het bepaalde in artikel 4:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de aanvraag moet worden ondertekend en ten minste het volgende bevat:

  • de naam en het adres van de aanvrager;
  • de dagtekening;
  • een aanduiding van de gevraagde ontheffing; en
  • alle gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

De motivatie waarom een ontheffing wordt aangevraagd moet zo volledig en uitgebreid mogelijk zijn. Als bijvoorbeeld de bij de aanvraag verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, dan kan de AFM conform artikel 4:5 Awb besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. De AFM zal de aanvrager dan eerst in de gelegenheid stellen de aanvraag, binnen een door de AFM gestelde termijn, aan te vullen.

De AFM kan conform artikel 1:105 tweede lid Wft jo. artikel 10 negende lid Uitvoeringsregeling Wft eventueel voorschriften verbinden aan de ontheffing.

Intrekken van een verleende ontheffing
De AFM kan een verleende ontheffing intrekken als bijvoorbeeld later blijkt dat bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt door de aanvrager en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid en of wanneer later blijkt dat door de aanvrager omstandigheden of feiten zijn verzwegen waardoor de ontheffing niet zou zijn verleend.

Tegen het besluit omtrent de ontheffing kan door een belanghebbende beroep worden ingediend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.