Vakbekwaamheidseisen
Als financieel dienstverlener moet u voldoen aan vakbekwaamheidseisen. Dit is geregeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Daarnaast moet u er ook voor zorgen dat uw kennis op peil blijft; hiervoor is het volgen van een Permanent Educatie (PE) programma verplicht geworden. Voor de periode 2008-2009 moest u het PE-programma vóór 27 december 2009 succesvol hebben afgerond. Voor de periode 2010-2011 moet het PE-programma voor 1 juli 2011 succesvol zijn afgerond. Anders vervalt de geldigheid van uw diploma.
Vakbekwaamheid
Financieel dienstverleners moeten in het bezit zijn van een geldig Wft-diploma voor het vakgebied waarin zij adviseren/bemiddelen. Alleen exameninstituten die door het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) zijn erkend, mogen Wft-diploma’s afgeven. Een overzicht van erkende exameninstituten is te vinden op de website van het CDFD.
De Wft onderscheidt de volgende vakbekwaamheidmodules:
- Basis
- Consumptief Krediet
- Hypothecair Krediet
- Schadeverzekeringen
- Levensverzekeringen
- Volmacht Schade
- Volmacht Leven
Diploma’s die zijn behaald vóór 1 oktober 2007 kunnen worden gelijkgesteld aan een geldig Wft-diploma. Een overzicht van gelijkgestelde diploma’s is te vinden op de website van het CDFD.
Beleggen-A
Voor de oude branchediploma’s die gelijkgesteld zijn aan Wft-Leven en Wft-Hypothecair Krediet gold reeds de volgende extra eis: sinds 1 oktober 2007 moest worden voldaan aan de eindtermen van Beleggen-A. Hiervoor was het tijdelijke inhaalprogramma Beleggen-A ontwikkeld. Voor diplomahouders die niet aan deze aanvullende eis hebben voldaan, geldt dat zij voor het betreffende onderdeel (Leven en/of Hypothecair Krediet) geen geldig Wft-diploma meer hebben.
Voorbeeld: u heeft een Assurantie-B diploma, maar u heeft het inhaalprogramma Beleggen-A niet gevolgd. Dan heeft u nu nog wel een geldig Wft-diploma Basis en Schade, maar geen geldig diploma voor Leven. U hoeft alleen PE te doen voor Basis en Schade. U kunt wel het onderdeel Leven repareren door gebruik te maken van de dispensatiemogelijkheid. De dispensatieregeling biedt, onder voorwaarden, exameninstituten de mogelijkheid om op basis van een gelijkgesteld diploma (in dit voorbeeld het Assurantie-B diploma) dispensatie te verlenen voor het tentamen Wft-Leven Algemeen. Hierbij dient dan nog wel het deel Wft-Beleggen behaald te worden om in aanmerking te komen voor een volledig Wft-Leven diploma. Daarnaast dient dan het PE- programma Leven gevolgd te worden om dit diploma geldig te houden.
Uw organisatie vakbekwaam houden
De financieel dienstverlener moet ervoor zorgen dat de mensen die in zijn organisatie werken én klanten adviseren en/of betrokken zijn bij de totstandkoming van overeenkomsten, vakbekwaam zijn. Dit kan op twee manieren: via Wft diploma’s of via het bedrijfsvoeringsmodel.
De eerste mogelijkheid houdt in dat elke medewerker zelf over een geldig Wft-diploma beschikt op het (advies)gebied waarin hij actief is.
Een tweede mogelijkheid om de vakbekwaamheid binnen uw organisatie te waarborgen is via het bedrijfsvoeringsmodel. Hierbij dient de bedrijfsvoering zo ingericht te zijn dat alle medewerkers vakbekwaam zijn. U bepaalt als vergunninghouder zelf hoe u dit aantoont, zolang u het maar kunt aantonen. Hierbij hoeft dus niet elke medewerker een eigen diploma te hebben, maar kan bijvoorbeeld het ‘vier-ogen’ principe een onderdeel zijn van de interne controle.
Samengevat
Ondernemingen (tot en met 50 werknemers) moeten de vakbekwaamheid als volgt geregeld hebben:
- Alle feitelijke leidinggevenden hebben de juiste diploma’s voor al hun werkgebieden, en
- De bedrijfsvoering is zodanig ingericht dat de vakbekwaamheid van de klantmedewerkers en daarmee de kwaliteit van de dienstverlening is gewaarborgd.
Een feitelijk leidinggevende is de persoon die het klantencontact van alle klantmedewerkers (op een bepaald werkgebied) effectief stuurt of beïnvloedt. Hij komt bij elke onderneming voor.
Hoe u de bedrijfsvoering inricht en het vereiste aantal feitelijk leidinggevenden binnen uw onderneming bepaalt, is afhankelijk van uw specifieke situatie. Dit is onder meer afhankelijk van:
- het kennis- en ervaringsniveau van uw klantmedewerker(s) mét en zonder diploma;
- de complexiteit van uw producten en organisatie;
- de mate waarin uw feitelijk leidinggevenden worden ondersteund door protocollen (standaardwerkwijzen);
- het aantal transacties waarvoor uw feitelijk leidinggevenden hun vakbekwaamheid inbrengen;
- het aantal klantmedewerkers dat onder uw feitelijk leidinggevenden valt;
- de (neven)werkzaamheden van uw feitelijk leidinggevenden;
- het aantal ondernemingen waarbij uw feitelijk leidinggevenden betrokken zijn.
Het bovenstaande wordt aan de hand van de volgende voorbeeldsituaties toegelicht: een eenmansbedrijf, een onderneming met drie medewerkers en twee met tien medewerkers.
Voorbeeld 1: eenmansbedrijf
De ondernemer is naast beleidsbepaler ook klantmedewerker en feitelijk leidinggevende en moet voor al zijn werkgebieden de juiste diploma’s hebben. Aanvullende bedrijfsvoeringsmaatregelen zijn niet nodig.
Voorbeeld 2: onderneming met drie medewerkers
Alle medewerkers van de onderneming zijn actief in levensverzekeringen en hypotheken. Medewerker 1 heeft het Wft-diploma leven, medewerker 2 heeft het Wft-diploma hypotheken en de derde medewerker heeft géén Wft-diploma’s. In dat geval zijn medewerkers 1 en 2 de feitelijk leidinggevenden voor respectievelijk leven en hypotheken. Deze onderneming moet aanvullende bedrijfsvoeringsmaatregelen treffen om de vakbekwaamheid van de twee medewerkers zonder diploma te waarborgen; twee medewerkers missen namelijk het hypotheekdiploma en twee medewerkers het leven diploma. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het inhoudelijk controleren en aftekenen door de feitelijk leidinggevende van alle adviezen, aanvragen, offertes en wijzigingsverzoeken en andere relevante documenten.
Voorbeeld 3: twee ondernemingen met tien klantmedewerkers
Voor het gemak gaan we uit van ondernemingen die alleen in schadeverzekeringen actief zijn. Binnen de ondernemingen is de personeelssamenstelling als volgt:
- onderneming A: één feitelijk leidinggevende en zeven medewerkers hebben het Wft-diploma schade en twee medewerkers hebben dat diploma niet;
- onderneming B: drie feitelijk leidinggevenden en één andere medewerker hebben het Wft-diploma schade, zes medewerkers niet.
Binnen beide ondernemingen zijn aanvullende bedrijfsvoeringsmaatregelen nodig om de vakbekwaamheid van de medewerkers zonder diploma te waarborgen. Onderneming B dient waarschijnlijk andere maatregelen te treffen dan onderneming A, omdat hun specifieke situaties verschillen.
Wilt u ondersteuning bij het inrichten van uw bedrijfsvoering? Wij raden u aan hiervoor te rade te gaan bij uw brancheorganisaties, kwaliteitsorganisaties en adviseurs.