Handhavingsmaatregelen van de AFM

Als de AFM na een onderzoek vaststelt dat er sprake is van een overtreding van de wet en/of regelgeving waarop de AFM toezicht houdt, neemt zij passende maatregelen. Bij de keuze welke maatregel passend is bij een overtreding, houdt de AFM rekening met alle relevante omstandigheden van het geval en weegt zij de betrokken belangen af.

Dit betekent dat de AFM bij de beoordeling onder meer met de volgende zaken rekening houdt:

  • of sprake is van een overtreding bij herhaling;
  • in welke mate de overtreding verwijtbaar is;
  • in welke mate door de overtreding consumenten zijn benadeeld en, zo ja, of zij door de overtreder uit eigen beweging zijn gecompenseerd;
  • in welke mate de overtreder door de overtreding voordeel heeft verkregen;
  • of de overtreder uit eigen beweging de overtreding heeft beëindigd;
  • wat de duur van de overtreding is geweest;
  • in hoeverre de overtreder medewerking heeft verleend aan het onderzoek;
  • wat de financiële draagkracht van de overtreder is;
  • wat het economisch effect van de toezichtmaatregel op de overtreder is;
  • of de overtreding heeft geleid tot marktverstoring;
  • of door de overtreding het vertrouwen in de markt is geschaad.

Deze opsomming is niet uitputtend en de weging van de genoemde factoren verschilt van geval tot geval.

In principe geldt: hoe zwaarder de overtreding, des te zwaarder de maatregel. Voor wat betreft boetes zijn overtredingen ingedeeld in boetecategorieën 1, 2 en 3. Deze indeling volgt uit de Boetewet.